Patiënten in gevecht met hun psychiater

In therapieseizoen 230 afleveringen, totale speelduur 750 min., €19,99

‘Ik ben boos op Freud, boos op mezelf en boos op jou.” Psychotherapeut Paul Westervoort (Jacob Derwig) heeft het helemaal gehad in het tweede seizoen van In therapie. Hij is voor een half jaar uit zijn functie ontheven, omdat een van zijn patiënten vermoedelijk zelfmoord heeft gepleegd. Dit keer zit hij zelf op de bank. Hij lucht zijn hart bij collega Jonathan Franke (Peter Blok) bij wie hij verplicht tien praatsessies moet houden.

In eerste instantie nukkig en hanig tegen Franke, breekt Paul, die zich toch schuldig voelt over de dood van zijn patiënt, uiteindelijk open en legt de vinger op de zere plek van zijn eigen beroep: „We dwingen onze patiënten naar zichzelf te kijken, voor de rest moeten ze het helemaal zelf uitzoeken. Dit is er met je aan de hand, doei, zie je volgende week.” Zelfinzicht, waar psychotherapie op aanstuurt, kan nuttig zijn, maar ook leiden tot verwarring, depressie of zelfs zelfmoordpogingen. „Wat als de patiënt een verkeerde afslag neemt?”

Dit soort gesprekken op metaniveau worden veel gevoerd in In therapie, waarvan het tweede seizoen afgelopen zomer bij de NCRV werd uitgezonden. Ook cliënten als de advocate Marit (Monic Hendrickx) en de jonge architectuurstudente Sascha (Jamie Grant) willen in het gesprek al duiden hoe Franke zal reageren op hun gedrag. Die extra laag levert spannende televisie op. En telkens ben je benieuwd hoe Franke een nieuwe aanval op zijn persoon zal opvangen. Lukt het de mondige patiënten om, met hun hersenkronkels, de stabiele therapeut uit zijn rol te laten vallen?

Ook voor dit seizoen wist producent Alain de Levita, die samen met Antoinette Beumer de serie regisseert, weer uitstekende acteurs te strikken. Meer dan in het eerste seizoen bekleden de personages goede maatschappelijke posities en strijden ze vooral met doodsangsten en controleverlies. Prachtig is de opgekropte woede van Jamie Grant als de 23-jarige Sascha die kampt met lymfklierkanker. Iedere scène speelt ze even intens en hooggespannen, met een permanente brok in de keel.

Ook op details wordt goed gelet. Jeroen Krabbé, die op overtuigende wijze een zelfingenomen CEO van een chemisch concern speelt, legt aan het begin van iedere sessie steevast twee mobieltjes keurig naast elkaar op de tafel. Dan schuift hij een storend kussentje op de bank opzij en gaat er eens goed voor zitten. Dit alles met de houding van: zo, dit varkentje gaan we even wassen. Geen denken op metaniveau voor deze man.

    • Rosan Hollak