Ons omroepbestel past bij Nederland

Maandag verdedigt minister Van Bijsterveldt haar mediabegroting in de Tweede Kamer. Enerzijds dwingt ze de omroepen tot fuseren, anderzijds wil ze meer Haagse distantie.

Nederland, Den Haag, 30 december 2010, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart CDA Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap  in de Tweede Kamer tijdens het vragenuurtje (Kabinet Rutte1) Foto; Peter Hilz

Is ze een vriend of vijand van de publieke omroep? Minister Marja van Bijsterveldt (Media, CDA) bezuinigt 200 miljoen euro op de media. Maar ze houdt wel het bestel overeind. Onder haar dwingende leiding gaan zes omroepen fuseren, drie blijven zelfstandig. „De fusies zijn historisch”, zegt ze. „Tot voor kort stonden in Hilversum alle neuzen verschillende kanten op. Het was een gemiste kans als ze er niet zelf waren uitgekomen. Dan had ik, objectief, alle omroepen moeten dwingen te fuseren.” Objectiviteit en distantie zijn de leidraden van haar mediabeleid. Ze gruwt van te veel bemoeienis met de inhoud van programma’s, maar zal VVD en PVV daarop nooit openlijk afvallen. Maandag behandelt de Tweede Kamer haar mediabegroting.

Waarom wilt u zo graag dat de omroepen fuseren?

„Er ligt een regeerakkoord dat mij de opdracht geeft een pluriform maar overzichtelijker bestel te maken. Door fusies valt winst te behalen zonder dat je moet beknibbelen op kwaliteit, blijkt uit onderzoek van Boston Consulting Group. Dat was mijn grootste zorg toen ik aantrad met deze portefeuille en deze bezuiniging.

„Ik vind het de moeite waard alles op alles te zetten om het omroepbestel overeind te houden. Het zorgt dat met een redelijke hoeveelheid geld heel mooie producties worden gemaakt. Elke stem wordt gehoord. Maar dan moeten er wel geloofwaardige fusies komen, die niets afdoen aan de pluriformiteit.”

De Kamer leek geruisloos in te stemmen met uw plannen. Tot november. Er was harde kritiek op de manier waarop de omroepen het geld wilden verdelen na de fusies. De PVV vond dat ‘die linkse VARA’ te veel zou krijgen.

„Ik vond het heel belangrijk om het fusiemodel van de omroepen in zijn geheel over te nemen. Het gaat om mijn geloofwaardigheid en betrouwbaarheid als minister. Als Hilversum over zijn eigen schaduw stapt, moet je van goede huize komen om te zeggen: de uitkomst bevalt me niet, we gaan de regels aanpassen, we hadden het toch anders bedacht.

„De discussie ging over 2 procent van het geld dat naar Hilversum gaat. De kleinste fusieomroep en de kleinste eenpitter krijgen iets extra’s. Zo wil de Nederlandse Publieke Omroep dure ledenwervingsacties die miljoenen kosten voorkomen.”

Was u opgestapt als de PVV zijn zin had gekregen?

„De discussie was op een gegeven moment: gaat dat geld wel naar de goede omroep? Dat was voor mij een heel principieel punt. We kunnen niet vanuit Den Haag met emoties of sentimenten Hilversum aansturen. Dat kan écht niet. Daar heb ik voor mijzelf een streep getrokken. Daar ga ik niet aan mee doen. Gelukkig, aan het eind van de rit, stonden we allen aan de goede kant van de streep.”

Verontrust het u dat Den Haag zich meer en meer wil bemoeien met de inhoud van programma’s?

„Dat vind ik niet wenselijk. Ik zal daar ten principale niet aan meewerken. Dan wordt het nog ‘bijzonderder’ rond de omroepen. Dan heb je niet alleen de wisselvalligheid in Hilversum. Dan gaat ook de politiek een pad op die we niet moeten ingaan.’

Wat denkt u dan als mediawoordvoerder Bosma (PVV) in een vorig mediadebat eist dat Radio 2 minimaal 35 procent Nederlandse muziek moet uitzenden?

„Ach, iedereen mag een wens formuleren.”

Het gaat toch om het principe?

„Jazeker. Ik zeg hem dat ik de wens onder de aandacht breng, maar dat het aan de omroepen is er al dan niet invulling aan te geven. ”

PVV en VVD sprongen op de bres voor aspirant-omroepen WNL en PowNed. Strengere eisen aan ledenwerving – hogere contributie, geen cadeautjes – zouden het hen moeilijker maken in het bestel te komen. U stelt die eisen uit. Concessies aan VVD en PVV?

„Die strengere eisen wil de Kamer al langer. Maar als we het nu invoeren hebben nieuwe omroepen nu een groter probleem dan oude omroepen in het verleden hadden. Leden werven is lastig, zeker in het huidige tijdsgewricht. De crisis maakt mensen kritischer: word ik lid of niet? Nu gaan de beperkingen pas in 2015 in, na de ledentelling in 2014 die mede bepaalt of aspiranten mogen blijven. Het was ook een te abrupte overgang voor de bestaande omroepen. Ik vind het belangrijk dat zij veel leden houden. Dat is hun legitimatie.”

Als mensen nu minder snel lid worden, moet het bestel dan niet op iets anders worden gebaseerd?

„Het lidmaatschap is nog altijd een goede weerslag van de betrokkenheid van mensen. Zij maken een bewuste keuze voor, in dit geval, een omroep. Gelukkig – en dat heb ik vorige week ook gezegd in de discussie over de ouders en de scholen – is er nog heel veel betrokkenheid in Nederland. Het zit blijkbaar in onze genen om ons ergens tegenaan te bemoeien en er dan ook zeggenschap in te willen hebben. De omroepverenigingen passen heel erg in de Nederlandse traditie. Wij hebben publieke zaken altijd vormgegeven vanuit dit soort pluriforme groepen.”

Wat blijft daarvan over als omroepen fuseren?

„De fusieomroepen werken vanuit een gezamenlijke organisatie, maar de verenigingen blijven overeind. In de programmering zal men erop toezien dat alle merken of karakters binnen de omroeporganisatie zichtbaar blijven in de programmering.”

Stellen die fusies dan wat voor?

„We zullen streng controleren of omroepen echt fuseren. Als er twee afdelingen personeelszaken blijven bijvoorbeeld, houden we onszelf voor de gek. Dat gaat uiteindelijk ten koste van de programmering.”

Hoe pluriform is het bestel als aspiranten zich eerst moeten afzetten tegen en zich daarna moeten aansluiten bij andere omroepen?

„Volgens mij word je nooit sterker als je je ergens tegen afzet. Je moet gewoon je autonome geluid laten horen. Dat doen WNL en PowNed wel.”

Toch zetten ze zich af: Hilversum is links, wij zijn rechts.

„Ik kan bijvoorbeeld AVRO en TROS moeilijk links noemen. Die hebben een neutraal geluid. Is er draagvlak voor een nieuwe omroep, hebben zij genoeg leden en zijn zij een toegevoegde waarde voor het bestel dan moeten zij zich inderdaad aansluiten bij een andere omroep. We willen niet opnieuw 21 omroepen. Lukt dat niet vrijwillig dan wijs ik een omroep aan waarbij de aspirant zich moet aansluiten. Wie dat niet accepteert moet het veld verlaten.”

Vindt u dat WNL en PowNed iets toevoegen aan het bestel?

„Ze vinden het in ieder geval zelf. En tezijnertijd wordt het gewoon getoetst.”

Maar wat vindt u zelf?

„Als argeloze kijker vind ik dat ze allebei aardige programma’s hebben, zaken anders benaderen. Maar de toegevoegde waarde wordt straks gewoon getoetst. Daarover ga ik geen eigen mening geven. Anders verlies ik de noodzakelijke distantie.”

Wat zien we terug van het CDA in het mediabeleid?

„Het duurzaam vormgeven van het publieke omroepbestel. Dat vind ik zeer relevant als minister met een CDA-achtergrond. Dat wordt trouwens ook redelijk breed gedragen in de Kamer. Natuurlijk, er is wel eens discussie over een BBC-model, maar ons bestel past beter bij Nederland. Wij mogen trots zijn wat de omroep met een relatief bescheiden budget doet. Bijvoorbeeld Nederland van boven van de VPRO deze week, ik het het nog niet gezien, maar het schijnt echt heel goed te zijn geweest.”

Exit Wereldomroep, bezuinigingen, kerkelijke omroepen die moeten inbinden. Voert u niet vooral VVD- en PVV-beleid uit?

„Nee. Volgens mij kan je dat niet zeggen bij de publieke omroep.”

Maar u schrapt 200 miljoen op de mediabegroting, procentueel meer dan bij andere sectoren.

„Dat is gewoon een wens geweest... Er is een coalitieakkoord en een gedoogakkoord op basis van compromissen ontstaan. Veel belangrijker is dat het hart van het bestel in stand blijft. Daar heeft het CDA bij het samenstellen van het regeerakkoord hard voor gestreden. Maar ik voer natuurlijk het regeerakkoord uit.”

Hoe passen uw omroepplannen in een bredere visie op media?

„Het gaat om onafhankelijkheid. Dat is heel belangrijk. Er is weliswaar een directe subsidierelatie met de publieke omroep, maar die redactionele onafhankelijkheid is een groot goed. Daar moeten wij als overheid voor staan. Zowel naar de omroep als naar de overige media. Voor die media is een sterke, onafhankelijke publieke omroep ook heel belangrijk.”

Uw voorganger, PvdA’er Plasterk, voerde steunmaatregelen voor kranten in. Wat vindt u daarvan?

„Ik ben buitengewoon terughoudend. De media zijn een private sector. Aan de andere kant is een gezonde mediasector van algemeen belang. Daarom vind ik de impulsen die wij geven terecht. Plasterks jongejournalistenregeling is tijdelijk; structurele steun komt van het Stimuleringsfonds voor de pers. Dichtbij.nl, De Telegraaf in de regio, is een mooi voorbeeld.”

Moet een groot, rijk concern als De Telegraaf subsidie krijgen?

„Alleen als het innovatief is. Iedereen mag aanspraak maken op steun, anders ga je weer onderscheid maken. Maar de uitgevers hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Dat heeft de commissie-Brinkman duidelijk gesteld. De gedrukte media hebben niet alleen last van het economisch tij. Ze moeten ook zorgen dat ze voldoende zijn aangesloten bij het publiek. Voldoende innoveren in het digitale domein.”

De overheid steunde ‘systeembanken’, vanwege hun belang voor de economie. Ziet u iets in steun aan ‘systeemmedia’, uit democratisch belang?

„We hebben al een soort systeemmedia: de publieke omroep. Daarvoor is gegarandeerd geld. Andere partijen kunnen profiteren van de innovatieve kracht van de publieke omroep.”

Profiteren? Veel kranten zien de omroep als een oneerlijke concurrent, vooral online.

„Daar kan ik me iets bij voorstellen. Daarom heb ik ook grenzen gesteld aan de digitale activiteiten van de publieke omroep. Het aantal omroepsites wordt drastisch teruggedrongen. Omroepen moeten internetactiviteiten die niet direct zijn verbonden met programma’s zelf betalen, uit verenigingsgelden. Niet met subsidie. Websites die verbonden zijn aan programma’s kunnen blijven. Zonder dat sluit je de toekomst van de publieke omroep af.”