Megatuin

Ivo Weyel over hotels met tuinen zo groot als een provincie.

Er zijn genoeg mensen die nooit op reis gaan en lekker thuis blijven. Met mooi weer op het balkon of in de tuin, niks op tegen. Maar er zijn ook mensen die thuis blijven en vakantie vieren in eigen tuin, maar daar wel een vliegtuig voor nodig hebben. Neem Doug Tompkins, de man die modemerk Esprit oprichtte, dit verkocht en met de opbrengst een stukje land in Chili kocht. En toen nog een stukje. En nog een stukje. Tot de regering er zich mee ging bemoeien, want Chili is smal, en Doug had zoveel grond dat hij het land daarmee letterlijk in tweeën deelde. Dat zou op zich niet zo’n probleem zijn als hij niet zo’n fanatiek natuurliefhebber was geweest die de natuur zoveel mogelijk intact wilde laten waardoor het trein- en autoverkeer tussen noord en zuid Chili dreigde te stagneren, omdat hij geen wegen en sporen op zijn land tolereerde. Het werd in de minne geschikt en Doug gooide zijn tuin open voor verkeer en publiek. Nu kan iedereen in zijn 700.000 hectare grote tuin met vakantie, want her en der heeft hij ecovriendelijke hotels gebouwd. Hij is niet de enige die zijn tuin tot vakantieoord heeft bestempeld. In de achtertuin van Paul Allen, medeoprichter van Microsoft, in de Amerikaanse Washington State, heeft de Sun Mountain Lodge (vanaf 170 dollar per nacht) een van de mooiste wijnkelders van de streek, en chez Roxanne Quimby, oprichter van cosmeticamerk Burt’s Bees, beginnen de prijzen bij 375 dollar voor een nachtje in haar romantische Blair Hill Inn in Maine (VS). Er zijn een stuk of twintig van dit soort natuurlievende megatuinbezitters met eigen logeeradres, waaronder de Nederlandse Fenteners van Vlissingen. Zij staan met een schamele 40.000 Schotse hectare wel onderaan de lijst, maar op Letterewe Lodge (7 kamers, vanaf 4.000 dollar per week) is het goed toeven en wild kamperen rond Loch Maree (dat, net als Loch Ness, een eigen monster heeft) kan ook.

Onlangs probeerde de Chinese tycoon Huang Nubo op bovenstaande lijst te komen door een bod te doen op 300 vierkante IJslandse kilometers (zijnde 0,5 procent van het hele land) om daarop een hotel te bouwen, maar de IJslandse regering wees het bod af. Men was bang dat met zo’n precedent IJsland uiteindelijk Chinees grondgebied zou worden.

Wat financieel gezien nog niet zo’n gek idee zou zijn.

    • Ivo Weyel