Méér kapitalisme moet het kapitalisme redden

Auteurs: Joseph Bower, Herman Leonard en Lynn Paine

Titel: Capitalism at Risk

Uitgeverij: Harvard Business Review Press

ISBN 978-1-4221-3003-2, 254 pagina’s, € 23,00

Honderd jaar bestond Harvard Business School in 2008, net toen het kapitalisme leek te imploderen. Dat was een lastige samenloop van omstandigheden voor het vermaarde opleidingsinstituut voor topmanagers, dat zichzelf graag ziet als de bakermat van het kapitalisme. Harvard Business School leidt die kapitalisten immers op. Hoe op de crisis te reageren? En: hoe het kapitalisme te redden?

Capitalism at Risk bevat het antwoord op die vragen, geschreven door drie hoogleraren van Harvard Business School. Ze leunen op interviews met 46 Chief Executive Officers (ceo’s) van over de wereld.

Het boek begint verrassend; de geïnterviewde ceo’s blijken zich al grote zorgen te hebben gemaakt over het kapitalisme vóór de financiële crisis van 2008 uitbrak. Met het oog op het jubileum in 2008 waren de drie hoogleraren in 2007 al begonnen de ziel van het kapitalisme te doorgronden met alumni. Het plan was van die gesprekken een boek te maken dat kon dienen als jubileumgeschenk. Aan belangwekkende alumni geen gebrek: zij bestieren nu grote bedrijven. De vraag die de hoogleraren beantwoord wilden zien: waar moet de school zich op richten bij het onderwijs van toekomstige leiders?

Tot hun verbazing ontdekten de drie in 2007 dat de zakenmannen eigenlijk dezelfde zorgen bleken te hebben als de anti-globalisten die tegen internationale handel protesteerden. De ondoorzichtigheid van het financiële systeem stond bovenaan de lijst van zorgen. Zoveel kapitaal gaat de wereld over, en waar zitten de risico’s in hemelsnaam? De excessieve beloningen voor sommige ceo’s en de toenemende inkomensongelijkheid stonden ook hoog, net als migratie, het milieu, gebrekkig onderwijs, de gezondheidszorg en terrorisme.

Die bedreigingen zijn alleen maar groter geworden door de crisis, stellen de auteurs. Zo groot zelfs, dat de drie de ceo’s oproepen hun eigenbelang opzij te zetten en samen het kapitalisme gezonder te maken. Anders kan deze kip met de gouden eieren weleens geslacht worden, en daar zit Harvard Business School niet op te wachten.

De oplossing van de auteurs - het zal niet verbazen - is meer kapitalisme. Bedrijven moeten beseffen dat ze de macht hebben zelf het systeem te verbeteren door hun bedrijfsvoering te veranderen. Laat de oplossingen niet over aan de overheid. En stop nou eens met lobbyen voor regels die concurrenten hinderen. Dat helpt het systeem om zeep. Ceo’s moeten ook meer begrip voor het kapitalisme kweken door ambassadeurs te worden. Daarom wil Harvard Business School aanstaande topmanagers anders opleiden. De nieuwe ceo moet leren praten en overtuigen in een buitenwereld waar hij weinig autoriteit heeft.

De vernieuwende ceo is op dit moment schaars. De auteurs schetsen vier soorten ceo’s. Er is de Cynicus: de overheid moet de problemen oplossen, maar dat kan de overheid natuurlijk helemaal niet, want politici luisteren te veel naar kiezers. Er is de Activist: ik moet politici bijscholen over hoe zij het beste het kapitalisme kunnen redden. De Innovator denkt dat elk bedrijf zelf zijn best moet doen de bedreigingen te pareren. De Conservatief denkt dat alles vanzelf goed komt. Met geen van deze types nemen de auteurs genoegen.

Hoe het nieuwe kapitalisme eruit moet zien, blijft onduidelijk. Het boek blijf hangen in een vage schets en een paar casestudies. Ook is het de vraag of de redding van het kapitalisme van topmannen van grote bedrijven moet komen. De essentie van het succes van de vrije markt is toch eerder de kleine ondernemer die de grote bedrijven uitdaagt. Misschien moet de redding dan ook eerder van zulke ondernemers komen. Van een nieuwe Steve Jobs, die nu in zijn schuur aan een briljante vinding zit te knutselen, die over decennia niet alleen onze cultuur domineert maar ook en passant het kapitalisme gezonder heeft gemaakt.

Marike Stellinga

    • Marike Stellinga