Ja, ik was al jong met de dood bezig

Interventieradioloog Maurice van den Bosch is de jongste hoogleraar in het UMC Utrecht: 37 jaar nu, 36 toen hij benoemd werd. Hij ontwikkelt technieken om zonder operatie tumoren uit het lichaam te verwijderen. Afgelopen maand hield hij zijn oratie.

Kungfu

„Als kind was ik gek van fossielen. We woonden in Grave, in Brabant, en daar was een steengroeve in de buurt. Dagen achter elkaar ging ik erheen, samen met mijn peetoom. Kwam ik terug met bakken vol stenen. Die onderzocht ik op sporen van planten en dieren. Vanaf mijn veertiende deed ik fanatiek aan kungfu, een Chinese vechtsport. Elke dag twee uur trainen, in het weekend wedstrijden. Wat me aansprak, was de discipline die het vergde, de doelgerichtheid.”

Schoenmaker

„Mijn ene grootvader was kruidenier, de andere schoenmaker. Ik ben de eerste en enige in de familie die geneeskunde heeft gestudeerd en die nu hoogleraar is. Mijn vader zat op de hbs en is in de avonduren registeraccountant geworden. Mijn moeder koos vol overtuiging voor het gezin. Mijn drie broers en mijn zus zijn ook gaan studeren.”

Hart en Vaten

„Lang wilde ik bioloog worden, maar toen ging ik naar een voorlichtingsdag van de universiteit in Nijmegen en daar zag ik op een snijzaal een menselijk lichaam liggen, open. Dat was het moment dat ik gegrepen werd. Ik had astma gehad en ik dacht: hoe hebben dokters die ziekte onder controle gekregen?

„Op school realiseerde ik me nog niet het belang van hoge cijfers. Op mijn eindexamenlijst stond ik gemiddeld een zeven. Ik was met vrienden in Zuid-Spanje toen ik werd gebeld door mijn ouders. Uitgeloot. Zo is het eerst gezondheidswetenschappen geworden, richting epidemiologie. Dat was in 1992.

„In het begin haalde ik weer voornamelijk zevens, omdat ik er veel bestuurswerk naast deed. In mijn derde jaar veranderde dat. Ik had de kans gekregen om er geneeskunde bij te doen en ik was gegrepen door het hart en de vaten. Hoe werkte dat systeem? Ik schreef een brief aan Yolanda van der Graaf van de Universiteit Utrecht. Zij is daar nu hoogleraar klinische epidemiologie. Ik zei: als er interessant onderzoek te doen is, kom ik graag. Ze schreef terug: solliciteer maar. Twee jaar later studeerde ik af en bijna tegelijkertijd promoveerde ik in Utrecht. Er zat een maand tussen.”

Rokende vrouwen

„In Utrecht assisteerde ik bij een grote studie naar het gebruik van de pil en het risico van vaatlijden bij jonge vrouwen. Weekend na weekend zat ik in het ziekenhuis gegevens te verwerken en het viel me op dat de vrouwen met een dichtgeslibde lichaamsslagader vaker dan gemiddeld miskramen hadden. Ik zag ook dat ze vaker longontstekingen hadden, en dat ze vrijwel altijd rookten. We begonnen te vermoeden dat die ontstekingen de oorzaak waren van slechte vaten. Inmiddels is dat algemeen aanvaard, maar toen was dat een nieuw inzicht. Dichtgeslibde vaten is een oudemensenziekte. Wij lieten zien dat vrouwen die de pil slikten en rookten het ook op jonge leeftijd konden krijgen. Het werd een publicatie in de The New England Journal of Medicine. Internationaal kreeg het zeer veel aandacht.”

Very exciting

„Intussen had ik besloten dat ik vaatchirurg wilde worden. Maar toen zei Willem Mali, de hoogleraar radiologie die me begeleid had, dat interventieradiologie ook een heel leuk vak was. Ik heb mijn zomervakantie opgeofferd om tijdens een cursus in Leuven kennis te maken met alle aspecten ervan. Dat was in die tijd, 1998, nog voornamelijk katheteriseren en dotteren. ’s Morgens vroeg kom ik binnen bij de hoogleraar daar. Hij gaat aan het werk en ik zie: met katheters kom je overal in het lichaam. Prachtige techniek, veel minder belastend voor de patiënt dan een operatie. Very exciting. Ik voelde: dit is de toekomst.”

Plaque

„Je begint met het afbeelden van de verstopping in de slagader door middel van contrast en röntgenbeelden. Dan ga je via de lies met de katheter de bloedbaan in en je kijkt op het beeldscherm: hoe kom ik er het best. En als je er bent, hoe kun je dan de plaque [vet en kalk] of de trombus [bloedstolsel] passeren zonder dat er wat losschiet? Want dan komt het in de bloedcirculatie en kan het een infarct veroorzaken. Toen ik jaren later zelf begon met de radiologische behandeling van tumoren in de lever was er niemand in Nederland die me kon helpen. Je staat daar en je denkt: ga ik via de juiste vaten? Geen enkele patiënt is hetzelfde en een bloedvaatje kan scheuren. Of je komt er niet door. Het is altijd spannend. Maar ik word gelukkig van die spanning.”

Borstkanker

„In 2002, ik kwam terug van een half jaar Cambridge, begon hier in Utrecht net het MRI-onderzoek van de borst. Voor het eerst was het mogelijk om tumoren in de borst af te beelden zoals een chirurg ze ziet: driedimensionaal. Paul van Waas, ook hoogleraar radiologie, zei: als we dit kunnen uitbouwen, zijn we in business. We begonnen met het biopteren van tumoren tijdens de MRI – de eerste operatie zonder opereren. Op een nacht, ik had dienst, heb ik een mail gestuurd naar Stanford University in Amerika, waar op dat moment de specialisten zaten. Of ik bij hen kon komen werken, de funding was rond. Pokerspel, want die funding was helemaal niet rond. Ik kreeg direct een mail terug dat ik kon komen. Van KWF Kankerbestrijding heb ik toen een reisbeurs van een half jaar gekregen. Dat was in 2004.”

Tentakels

„Bij mij is het nooit alleen wetenschap om de wetenschap. Ik wil iets doen waar de patiënt baat bij heeft. In Stanford las ik een artikel in The Economist over beeldgestuurde behandeling van kanker. Dat sterkte me in mijn visie dat ik de twee specialismen waar ik me in had ontwikkeld bij elkaar moest brengen. Enerzijds de vaten en de radiologische interventies, anderzijds het MRI-onderzoek en de oncologie. Dat terrein wilde ik gaan vormgeven.

„Kanker is de vreselijkste ziekte die er is. Ik zie niets moois in een tumor. Het is de vijand, zoals vroeger bij kungfu. Een tumor is bijna nooit een voetbal, of een rugbybal – glad en rond. Het is een grillige massa met sprieten of tentakels die overal doorheen groeien en je weet nooit precies waarheen. Dat is de zwakte van wat we tot nu toe kunnen met beeldgestuurde behandeling: dat je niet weet of je alle kankercellen te pakken hebt gehad. Maar een chirurg weet dat ook niet.”

Tweeënveertig graden

„Interventieradiologen laten zich leiden door frustratie. Als ze iets niet kunnen zien, kunnen ze niet naar het mes grijpen en dieper snijden. Ze moeten beter kunnen kijken. Dat is de drijvende kracht achter de technologische vooruitgang in mijn vak.

„Nieuwe ontdekkingen krijg je als verschillende specialisten met elkaar samenwerken. Radiologen weten sinds de jaren tachtig dat je tumoren kapot kunt koken door ze te verhitten tot boven de zestig graden. Farmacologen kunnen medicijnen verpakken in vetbolletjes die smelten bij tweeënveertig graden. Wij kwamen op het idee om tumoren tot tweeënveertig graden te verhitten en ondertussen die vetbolletjes in de bloedbaan te brengen. Als ze bij de tumor aangekomen zijn, smelt het vet en wordt de chemo ter plaatse afgeleverd. Gezond weefsel wordt zo niet aangetast en de patiënt heeft minder last van bijwerkingen. We willen dit bij patiënten met leverkanker te gaan toepassen. Ik denk dat het zich kan ontwikkelen tot de gangbare therapie.”

Zoontje van vijf

„Mijn zoontje van vijf is zo’n jongetje dat altijd vol verhalen zit. Op een dag vraagt hij: waar ga je heen als je dood bent? Ik vroeg aan mijn moeder of dat niet apart was. Ze gaf me een tekening die ik had gemaakt toen ik nog op de kleuterschool zat. Een graf. Een grote ruimte met in het midden een klein poppetje. Dat was ik. Dus ja, ik was al jong met de dood bezig.”

Ruik eens

„Ik ben een harde werker. Ik werk eigenlijk altijd. Maar de tijd die ik dan nog over heb, stop ik in mijn gezin. Dan neem ik de jongens – we hebben er ook één van drie – ’s avonds mee uit wandelen in het bos en zeg ik: probeer eens te ruiken wat je tegenkomt. Roept de oudste: brand! Is er ergens een huis waar gekookt wordt. De jongste roept: poep! Lopen we langs een kippenren. In onze jaren in Amerika brachten we soms een halve dag op een berg door waar verder niemand kwam.”

Nieren

„Je moet altijd bereid zijn om afscheid te nemen van je eigen technieken. Het kan best zo zijn dat wat ik nu heb bedacht niet blijkt te werken. Jarenlang hebben we stents geplaatst in dichtgeslibde slagaders naar de nieren en we waren ervan overtuigd dat het beter werkte dan medicijnen. Totdat studies uitwezen dat het niet zo was. Medicijnen werken net zo goed. Aan de andere kant heeft het dertig jaar geduurd voordat vaatchirurgen en oncologen accepteerden dat behandelingen via de bloedbaan mogelijk waren. Nu weten ze niet beter.”