Intussen in Den Haag

Deze rubriek beschrijft elke zaterdag de achterkant van het politieke bedrijf. Deze week: venijnige minister en premier.

Donners gedonder...

Nog één week, dan is minister Donner na bijna tien jaar ministerschap eindelijk verlost van die eindeloos vragende Kamerleden. En zij ook van hem.

Als om dat te vieren, maakte de oppositie het hem deze laatste dagen nog even flink lastig. Geen gelegenheid lieten Kamerleden voorbijgaan om flauwe grapjes te maken over Donners aanstaande benoeming als vicepresident van de Raad van State. Zoals afgelopen woensdag, toen de doorgaans zo stipte minister een paar minuutjes te laat kwam bij een debat. Ineke van Gent (GroenLinks) vroeg hem monter: „Is de minister soms al een dagje stage lopen?” En even later: „Moet je mij horen! Ik ga minister Donner nog missen.”

In een volgend debat feliciteerde haar partijgenoot Tofik Dibi de minister alvast met zijn nieuwe functie, hij had er in de krant reeds over gelezen. Toen werd het Donner net even te veel. Zonder af te wachten of de voorzitter hem het woord zou geven, gooide Donner zich ertussen: „Nou, dan heeft u meer vertrouwen in de media dan ik.”

Donner was het hele debat zichtbaar getergd, verhief zijn stem – bijzonder ongewoon voor de man – en noemde het parlement „een poppenkast”.

Gelukkig bleven zijn woordvoerders er vrolijk onder. Op de vraag of absoluut zeker is wie hun nieuwe baas wordt, antwoordde er eentje: „Het zou pas écht nieuws voor jullie zijn als-ie nu gewoon zou blijven, hè!” (AK)

...en Ruttes charme

Altijd goedlachs, charmant, joviaal. De minister-president beweegt zich in internationale gremia gemakkelijk, op het Binnenhof is Mark Rutte ook helemaal op zijn plek.

Maar er is een andere kant. Af en toe komen weinig presidentiële trekjes aan het licht. Bekend is natuurlijk het ‘doe es normaal, doe zelf eens normaal man’-incident. Minder bekend is dat intern weleens woede-uitbarstingen voorkomen, bijvoorbeeld als er informatie lekt die niet gelekt mocht worden.

Ook in het openbaar vergeet Rutte wel eens zijn rol als staatsman. Zo beledigde hij tijdens zijn wekelijkse persconferentie eens een hele beroepsgroep. De overheid moet niet te veel consultants inschakelen, zegt Rutte. Want: „U weet: een consultant pakt je horloge en vertelt je dan hoe laat het is. Dus dat moeten we niet hebben.”

En dan woensdagmiddag, tijdens een Kamerdebat. Rutte was de hele middag vriendelijk, vooral tegen PvdA-leider Job Cohen. Maar toen hij tegen SP’er Sadet Karabulut in een twistgesprekje vier supermarkten aanhaalde om een punt te maken – Albert Heijn, C1000, Dirk van den Broek en Aldi – vroeg hij zich in een bijzin af waar zij eigenlijk winkelt. „Waarschijnlijk Aldi”, beantwoordde Rutte zijn eigen vraag. In één bijzin een hele supermarktketen en een Kamerlid beschimpen, dat is ook een kunst die de minister-president verstaat. (HS)

Bijdragen van Annemarie Kas en Herman Staal