Hou die straattaal toch uit de krant! Zo vaak komt het gelukkig niet voor

Ik werd misselijk bij het lezen van de kop met het woord F*** in de zaterdagkrant van enkele weken geleden (Fuck de context? Fuck de Koolhaas!, 5 november, Opinie).

Ik vind het verschrikkelijk dat grofheid en ranzigheid – de ‘straattaal’ – nu ook zijn doorgedrongen tot de fatsoenlijke media. Ik vind het verschrikkelijk dat het nu ook bij deze krant normaal is geworden om in een opiniestuk een ander uit te schelden.

Doe er wat aan. Spreek als redacteuren af dat jullie weer terugkeren naar de hoffelijkheid die de krant heeft gekenmerkt en die essentieel is voor een fijne samenleving.

Marcel Bullinga,

Sint Pancras

Inderdaad, dat was geen fijnzinnige kop. Maar de lezer, zelf een trendwatcher, overdrijft wel een beetje. Is zoiets in de krant ‘normaal’ geworden? Dat geloof ik niet.

De kop was ontleend aan een opiniestuk waarin de, toch beschaafd conservatieve, jurist Thierry Baudet zich afzette tegen architect Rem Koolhaas. Van de laatste stamt de grove leus „fuck de context”, en die werd door Baudet nu tegen hem gekeerd. „Wij zouden zo’n woord nooit zomaar in de kop zetten, en onze auteurs ook niet”, zegt Maarten Huygen, chef Opinie. „Maar dit was een variatie die we vonden kunnen.” Het moet natuurlijk wel een uitzondering blijven.

Overigens is het (incidentele) gebruik van zulke taal, doorgaans in citaten, niet van recente datum. Ik vond het ‘F-woord’ in het digitale archief (dat teruggaat tot 1990) al op 22 mei 1990, in een recensie. Het keerde in 1991 terug in de Golfoorlog („F*** Saddam!”), en in 1992 op de tennisbaan, met een dubbele „F*** you!” van André Agassi tegen John McEnroe.

    • Marcel Bullinga