Futuristische stad voor arm Zuid-Soedan

De flatgebouwen van het nu nog fictieve Ramciel moeten Zuid-Soedan een hoofdstad van Parijse allure geven. Een droom in de woestijn of het weggooien van miljarden?

Een nieuw land, een nieuwe hoofdstad. Na een halve eeuw oorlog durven de Zuid-Soedanezen weer te dromen. Om te ontsnappen aan het broeierige en overvolle Juba koestert de regering plannen voor een nieuwe hoofdstad op nog maagdelijk terrein bij de Sudd, het grootste moeras ter wereld. Ramciel gaat die stad heten, wat in de taal van de Dinka-stam betekent: de plaats waar neushoorns elkaar ontmoeten.

Zo’n tien miljard dollar moet deze futuristische stad in het armste land van Afrika gaan kosten. Dat leidt tot boegeroep van critici, gefronste wenkbrauwen van ontwikkelingsdeskundigen en gejubel van voorstanders. „Een jonge, trotse natie verdient een kroonjuweel, en dat wordt Ramciel”, schreef een voorstander in de Sudan Tribune. „Weggegooid geld, dat veel beter besteed zou zijn aan de bestrijding van armoede”, reageerde een tegenstander.

Ramciel is nog denkbeeldig. De nieuwe stad komt 125 kilometer ten noorden van de huidige hoofdstad Juba te liggen, in een gebied waar de woongebieden van de drie grootste stammen – Dinka, Nuer en Shilluk – samenkomen. De streek is ver van de moderne wereld, zonder elektriciteit, internet en wegen.

In dit desolate landschap valt moeilijk voor te stellen dat er een stad zal verrijzen met flatgebouwen en brede avenues. „Ramciel wordt beter dan Londen of Washington”, voorspelde de plaatselijke bestuurder Yok Ayom. De vraag over de kosten van het project wuifde hij weg: „Er zit olie in onze grond, we hebben goud en water. We zijn rijk.”

Dat is de houding van een kleine groep elitaire Zuid-Soedanezen in Juba. Zij schaamt zich niet voor de schrijnende ongelijkheid. Het aantal hummers groeit in Juba snel, hoewel tankstations vaak geen brandstof hebben voor deze benzine slurpende voertuigen en het land nauwelijks wegen heeft. Een hummer is status.

Zuid-Soedan heeft veel geld, maar nauwelijks ontwikkeling. Het gemiddelde jaarinkomen bedraagt 1.546 dollar, het hoogste in heel Oost-Afrika. Tegelijkertijd is Zuid-Soedan het armste land van de regio. Negentig procent van de bevolking leeft van minder dan één dollar per dag, één van de zeven vrouwen sterft tijdens de zwangerschap en de helft van de bevolking ontbeert schoon drinkwater.

Maar dankzij de olie verdiende Zuid-Soedan in 2009 ook een geschatte 700 miljoen dollar. Inmiddels is dat meer, want na de onafhankelijkheid hoeft de opbrengst niet meer gedeeld te worden met Noord-Soedan.

Dat oliegeld moet nu worden aangewend voor Ramciel. De stad werd ooit bedacht door John Garang, de leider van de bevrijdingsstrijd wiens imago na zijn dood in 2005 mythische vormen aannam. „We moeten de steden naar het platteland brengen”, luidde zijn ontwikkelingsfilosofie. Maar na Garangs dood, vlak na de bekrachtiging van het vredesverdrag, leek het plan begraven.

Toch werd het weer afgestoft, nu uit noodzaak. Want de hoofdstad Juba is een van de meest onaangename oorden ter wereld. Het is de snelst groeiende hoofdstad ter wereld: sinds 2005 dijde Juba uit van een gehucht van enkele tienduizenden inwoners tot een stad van ruim een half miljoen zielen. Maar Juba ligt in een gigantische kom bij de Nijl. Er waait geen zuchtje wind om de hoge luchtvochtigheid te verjagen.

In Juba is bovendien een gebrek aan land. In Zuid-Soedan behoort het land toe aan de stammen. In Juba is dat het boerenvolk Bari. Iedere investeerder en ambtenaar dient tijdenlang overleg te voeren met de Bari-stamhoofden om een stukje grond te krijgen. „Het enige nog beschikbare gebied om regeringsgebouwen neer te zetten is een corridor voor migrerende wilde dieren”, vertelt Barnaba Marial Benjamin, de minister van informatie. Hij vindt het daarom gepast om miljarden uit te trekken voor Ramciel. „Grote bedrijven, zoals uit Zuid-Korea, hebben hun bouwplannen al bij ons ingediend.”

    • Koert Lindijer