Enquête was boeiend; en hopelijk ook leerzaam

De commissie-De Wit heeft haar verhoren afgerond. Hopelijk leidt de uitkomst van de enquête tot lessen voor nu. De nieuwe crisis heeft zich immers al aangediend.

Neelie Kroes. PHOTO: European Union EU/Shimera/Etienne Ansotte

Geen nieuws is goed nieuws. Wél nieuws is per definitie heel slecht nieuws.

Het was een ongemakkelijk beeld van het toezicht op het Nederlandse financiële stelsel dat voormalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) deze week schetste. Als de minister van Financiën niets hoort, gaat het goed met de banken. „Hoort hij wel iets, dan is het te laat om nog iets te kunnen doen”, zei Bos tegen de commissie-De Wit.

Het was ook een pijnlijk beeld, omdat het volgens oud-minister Bos nog steeds actueel is. Huidig president van De Nederlandsche Bank (DNB) Klaas Knot moest er een beetje om lachen toen de uitspraak hem gisteren door de commissie werd voorgehouden. Een beetje gechargeerd, noemde hij het. „Maar er zit wel iets van waarheid in.”

In vijf weken heeft de parlementaire enquêtecommissie-De Wit de hoofdrolspelers 93 uur verhoord over de bankencrisis in 2008. Bijna 200 meter aan documentatie is doorgenomen en nog is het maar de vraag of alle vragen beantwoord kunnen worden. Voorzitter Jan de Wit (SP) liet gisteren in het midden of er nog nieuwe mensen worden opgeroepen. Wel is duidelijk dat het eindrapport eind maart zal verschijnen.

Wat daar in zal staan? In elk geval antwoorden op vragen die de commissie uit de Tweede Kamer had meegekregen. Over de verwervingsprijs van Fortis/ABN Amro (16,8 miljard), over het beleid rond Icesave en de steun aan ING, Aegon en SNS Bank. Kortom; het overheidsbeleid ten tijde van de kredietcrisis in 2008.

Vragen, zoals critici eerder zeiden, over de vorige oorlog. Leiden de antwoorden ook tot inzichten die kunnen helpen bij de huidige crisis? Dat blijkt pas in het eindrapport. „Het overgrote deel van de feiten en achtergronden is ons duidelijk geworden”, zei De Wit gisteren na afloop van het laatste verhoor. Alleen bestaan nog onopgeloste vragen over de uiteindelijke kosten van Fortis/ABN Amro. Dat is en blijft geschiedenis.

De opmerking van Bos, in 2008 de hoofdrolspeler, maakte deze week duidelijk dat de grote problemen bij de grote banken zich zo weer kunnen voordoen. Bij de redding van Fortis, ABN Amro en ING liepen de autoriteiten voortdurend achter de feiten aan. Knot, die zich als nieuwe DNB-president toegankelijk en transparant toonde, maakte duidelijk dat er wat hem betreft een nieuwe fase is aangebroken. Hij kondigde aan veel energie te steken in meer samenwerking tussen het ministerie van Financiën, de Tweede Kamer en financiële instellingen, „omdat wij niet in isolement ons werk moeten doen”.

Dat isolement bestond. Niet alleen DNB was daar schuldig aan. Opvallend was vooral de rol van de banken die lang de schijn wekten dat het uitstekend ging. Fortis hield een paar dagen voor de redding van de Nederlandse overheid nog een persconferentie waarin het aangaf geen grote problemen te kennen. ING onderhandelde in september 2008 nog over de overname van onderdelen van ABN Amro van het in problemen geraakte Fortis. In de daaropvolgende maand moest ING zelf bij Den Haag aankloppen voor steun.

Uit het verhoor van ING-topman Jan Hommen bleek dat banken er vaak niet aan ontkomen de schijn op te houden. Anders is de markt genadeloos. Hommen gaf als voorbeeld het interim-dividend dat de bank in augustus 2008 nog uitkeerde. Ruim 1,5 miljard euro, een bedrag dat de bank zelf prima had kunnen gebruiken. Maar dan had „de markt” juist gedacht dat er wat aan de hand was, zei Hommen tegen de commissie.

Opvallend was ook de verhouding met het buitenland. Tijdens de redding van Fortis wist de Belgische toezichthouder – volgens de Nederlandse partijen – amper wat zich bij de bank afspeelde. Bos zei dat mensen van Financiën en medewerkers van DNB aan de Belgen moesten uitleggen hoe slecht de Belgische bank er voor stond. Nee, echt soepel ging het niet met de Belgische collega’s. Niet voor niets nam Knot zich ook voor om energie te steken in zijn internationale contacten en zijn „telefoonboekje” op orde te hebben als het er weer om spant.

Toch is er al wel het een en ander veranderd, stelde huidig minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) gisteren in het laatste verhoor van de commissie. Hij verklaarde dat zijn ministerie in tegenstelling tot 2008 nu wel enig zicht heeft op de positie van de Nederlandse banken. En hij constateerde in de huidige crisis meer openheid van de financiële sector en stelde dat er maximaal is geleerd van de crisis van 2008. En toch. Voorbereiden op een nieuwe, onvoorstelbare crisis? Moeilijk. „Een tweede crisis, als die komt, voldoet zich weer in een andere gedaante.”

Die conclusie trok ook Knot. Een ding kan DNB wél doen. „We moeten denken over het ondenkbare.”

‘Ik heb gedaan wat paste bij de rol van minister-president’

Jan-Peter Balkenende, voormalig minister-president (CDA)

‘Je moet anti-cyclisch kijken. Buffers moet je opbouwen in goede tijden’ Klaas Knot, president

De Nederlandsche Bank

‘De soepelheid die wij als Europese Commissie hebben betracht, is legendarisch’

Neelie Kroes, Eurocommissaris

‘Bij een positieve reactie van de markt, moet je oppassen’

Nout Wellink, voormalig president van De Nederlandsche Bank

‘Wij hadden het gevoel dat wij de Belgen steeds informatie gaven over de situatie in België’

Wouter Bos, oud-minister van Financiën (PvdA)

‘Crisis repeteert zich altijd in een andere gedaante. De huidige crisis is complexer’

Jan Kees de Jager, minister van Financiën (CDA)