Een kerstboompje van biobonbons

De overtreffende trap van kerstwinkelen is Harrods. Frederiek Weeda koopt bij het Londense warenhuis Christmas crackers.

Vraag een Engels kind te associëren op de woorden Christmas Shopping en het zal warenhuis Harrods noemen. Harrods is het warenhuis waar je, zo hoorde ik toen ik als kind in Engeland woonde, met Kerst een levende tijger kon bestellen. Heel rijke mensen dan. En die werd bezorgd hoor, in een gouden kooi met een lintje eromheen.

Wist ik veel dat het motto van Harrods Omnia Omnibus Ubique was. Alles voor iedereen overal.

Harrods is waar onze alcoholistische buren elk jaar met Kerst een vrachtwagen met champagne bestelden. In december stond steevast een donkergroene Harrods-vrachtauto op de oprijlaan voor het huis geparkeerd. De chauffeur kwam hem pas halen als hij leeggedronken was. Al ver voordat de voorraad op was, belde de buurman een paar keer bij ons aan, ’s avonds laat. Of mijn vader hem alsjeblieft naar een hotel wilde brengen. Zijn vrouw had ’m eruit gegooid. Mijn vader moest elke keer verder rijden, want geen hotel in de omgeving wilde onze buurman nog binnenlaten.

Hoe is het in Harrods vlak voor de Kerst, dertig jaar later? Vrienden hadden me gewaarschuwd: er is weinig authentieks meer aan, weinig English. Harrods is vorig jaar voor anderhalf miljard pond gekocht door golfstaat Qatar. Het reusachtige warenhuis verkoopt de gebruikelijke internationale merkproducten, zeiden ze, voor de internationale nieuwe rijken. Uit Amerika, Rusland, de Golfstaten, Europa. Die vormen op drukke dagen lange rijen voor de deuren van het monumentale pand op Knightsbridge. Crisis of geen crisis.

Vanaf Schiphol ben je binnen twee uur in Harrods. Met een bomvolle Cityhopper vlieg ik op een maandagochtend van Schiphol naar London City Airport. De zakenmannen om me heen klappen onmiddellijk de iPad uit. Maar ik zit al te dromen van kerstlichtjes en kerstetalages.

Pudding

Begin december zit de kerstsfeer er bij Harrods al goed in. En die is heel Engels. In de Food Hall begint het met hoge torens van Christmas pudding (een soort zware kersentaart), omringd door potjes brandy butter (suikerboter met cognac). Er zijn mince pies met cranberries en stapels chocolade kerstmannen. Er staan allemaal echte Engelse dames – tuttig gekleed maar met een lieve blik in de ogen – in de rij voor de kassa. Bij elke klant verzucht de kassière: „Sorry dat ik u liet wachten.” Geen zorgen dear, zeggen de klanten, wij hebben alle tijd van de wereld, we zijn met pensioen.

Waar anders dan in een Engelse winkel kun je kiezen uit 25 adventkalenders? Waar anders dan in een Engelse winkel is één verdieping gereserveerd voor spullen voor kinderen én dieren. Zij worden hier vaak op een lijn gesteld want ze zijn allebei klein, ondergeschikt en onvoorspelbaar. Bij veel Engelse pubs hangt buiten een bordje: ‘Verboden voor kinderen en honden’.

Op de afdeling met kerstversiering staat een mevrouw die de wonderen van nepsneeuw demonstreert. Ze schept het uit een bak en laat het neer dwarrelen. Ik benijd haar niet: de ruimte is warm en vol en zij moet de hele dag sneeuw scheppen.

Op die afdeling lopen de zwangere lerares Hanna en haar man, ondernemer Maurice, uit Gouda. Ze zoeken kerstballen. Nog één keer Christmas shopping in Londen voordat de baby komt. Ze willen nieuwe spullen voor de nieuwe kerstboom in het nieuwe huis. Dat moet hier wel lukken. Er is zelfs een kerstboompje gemaakt van groen verpakte biobonbons van Prestat. Prijs: 245 pond.

Liposuctie

De internationale nouveaux riches zijn ook vandaag ruim vertegenwoordigd, dat wel. In de Deli op de vijfde verdieping ploffen twee vrouwen neer. De één draagt laarzen en een cape van bont, het haar getoupeerd, de ogen zwaar opgemaakt. Haar vriendin belt luidruchtig met de bank, via haar iPhone. Al snel begint ze tegen mij te praten: zij komt uit de Verenigde Staten, haar vriendin uit Koeweit; ze hebben halverwege afgesproken, in Harrods. Ze heeft zoveel nodig, roept ze: „Een liposuctie, nieuwe meubels, een nieuw huis, zelfs een nieuwe man.”

Naast mij, aan de andere kant, zit een Amerikaans echtpaar. De vrouw is blond, prikt in een salade en drinkt Chardonnay. Haar nek verraadt een botoxbehandeling; hij is veel rimpeliger dan de strakke huid rond haar ogen. Zij en haar man zeggen niets tegen elkaar, in elk geval in de driekwartier dat ik er zit. Maar ze maken een gelukkige indruk.

Toch zit ook tussen de gasten in de Deli een heel Engels stel vriendinnen. Ze hebben lange rokken aan en hun grijze haar is geknipt in een bob. Ze praten zachtjes en drinken thee. Het gesprek gaat over kerstplannen met de kleinkinderen.

Harrods is zo groot (90.000 vierkante meter) dat je bij de ingang een plattegrond krijgt. ‘Kogelvrije kleding’ zie ik daarop aangekondigd. Op de vijfde verdieping, achterin de sportafdeling. Ik denk meteen: dat moet voor miljardairs als Rupert Murdoch zijn! Eenmaal boven blijkt het traditioneler en minder spectaculair: kleding voor de jacht.

In 1983 kochten de succesvolle zakenbroers Al-Fayed het oude warenhuis. Ze waren selfmade miljardairs en belichaamden daarmee een van de idealen van de toenmalige premier Margaret Thatcher. Ook wilde zij dat er meer particuliere aandeelhouders dan vakbondsleden zouden komen onder het Britse volk. Alleen waren de Al-Fayeds Egyptenaren. Jarenlang probeerde directeur Mohammed Al-Fayed een Brits paspoort te bemachtigen maar dat is niet gelukt. Hij zou zelfs parlementariërs hebben omgekocht. Zijn ultieme wraak op het Britse establishment bestond uit de liefdesrelatie die zijn oudste zoon Dodi kreeg met de gescheiden prinses Diana. Die eindigde in de dodemansrit door Parijs in 1997 waarbij Diana en Dodi omkwamen. Lange tijd stond er een shrine in Harrods voor het overleden paar.

Korte broeken

In de jaren tachtig werd Harrods overspoeld door toeristen in korte broeken met grote rugzakken. Die kwamen niet kopen maar zich vergapen aan de weelde en het rijke publiek. Vaste klanten klaagden erover – ze hadden in Harrods nog te weinig personal space om te voelen aan de stoffen en te ruiken aan de parfums. In 1989 greep de directie in: er kwam een dresscode. Voortaan mocht men met rugzakken, blote buiken, korte broeken of sandalen niet meer naar binnen. Gewone Engelsen waren verontwaardigd. Je kunt mensen toch niet op grond van hun kleding de toegang tot een winkel weigeren! Maar, zo schreven commentatoren, het mooie is wel dat de code voor iedereen geldt.

Op de vierde verdieping is het kindvriendelijke café Treehouse. Er staat een rij voor de deur. Mooie yuppen met Bugaboos. Zouden zij het zijn die de meterhoge neushoorn op de speelgoedafdeling kopen? Prijskaartje: 1.000 pond.

Waarom is alles in Harrods zo duur? Niet door de personeelskosten – die zijn lager dan in Nederland. Het zijn de krankzinnig dure vierkante meters op deze plek in Londen. En het onderhoud aan het 106 jaar oude gebouw.

Na lang zoeken ben ik bij de Christmas crackers, een hoek in de Christmas World. Crackers zijn een soort cadeautjes met een langwerpige verpakking die knalt als je ’m uit elkaar trekt. Inmiddels weet mijn Nederlandse schoonfamilie dat je vlak voor het kerstmaal de armen moet kruisen en met elke buurman aan tafel een cracker uit elkaar moet trekken. Het flodderige papierenhoedje dat erin zit, hoor je op te zetten, en om de flauwe taalgrap die eruit komt, hoor je te kreunen. Lachen mag ook. Ik kan hier kiezen uit vijftien soorten crackers!

Maar als ik om een uur of zes op City Airport aankom voor het vliegtuig terug naar Amsterdam, valt de harde realiteit van 2011 weer rauw op mijn dak. Christmas crackers mogen niet in het vliegtuig. Vanwege de veiligheid.