Een kaars komt nooit alleen

Geurproducten in huis winnen terrein. Het chicst van allemaal is de geurkaars.

Wij Nederlanders branden graag een kaarsje. Niet zozeer in de kerk, als wel thuis. We doen dat vaker dan de Scandinaviërs en zelfs drie keer zo vaak als de Belgen, Duitsers en Fransen. We zitten gemiddeld op zo’n 25 stuks per persoon per jaar, ofwel een kleine vier kilo gebrande was. Een deel daarvan brandt niet alleen, maar geurt ook. Dat verheugt de feestvreugde in huis, want gezelligheid, sfeer en weldadig rieken gaan tegenwoordig hand in hand.

„In de vensterbank stonden een paar kaarsen bij elkaar te wachten tot ze gezellig mochten doen”, schrijft Marcel Möring in zijn roman Louteringsberg. Hij slaat daarmee de spijker op zijn kop. De vensterbank is inderdaad een van de meest gewilde plekken om ze neer te zetten. Rob de Nijs bezong de plek al in de jaren zestig („Zet een kaars voor je raam vannacht”) en woonstilisten brengen het dagelijks in praktijk in de ontelbare woonprogramma’s op televisie: is het interieur eenmaal verbouwd, komt de woonstilist op de valreep met een armvol gekleurde geurkaarsen die hij/zij gezellig groepeert in de vensterbank. Want een kaars komt volgens het eigentijdse interieurbeeld nooit alleen. Die opereert en groupe.

Dat we zo dol zijn op geurkaarsen is een duidelijk exponent van de westerse reukcultuur waarin we wars zijn van vieze – lees: natuurlijke – luchtjes. In de negentiende eeuw bestond er een cultureel-intellectuele beweging die meende dat de natuur dom was en slecht georganiseerd en dat de mens zijn intelligentie en suprematie alleen kon aantonen door de natuur zoveel mogelijk te onderdrukken dan wel te verdoezelen. Het snoeien van bomen en struiken tot architectonische, rechtlijnige tuinen was daar een gevolg van, net als de liefde voor make-up, het door kledij vervormen van de natuurlijke lichaamsvormen en lichaams-odeurs verbergende artificiële parfums. De Franse schrijver Baudelaire was daar een groot voorvechter van en schreef er lijvige epistels over.

Nu zijn we in het stadium beland dat ook onze huizen en andere leefomgevingen (auto’s, vliegtuigen, kantoren) niet meer mogen ruiken hoe ze altijd roken. Taxi’s rieken nu naar dennenbossen (gevisualiseerd door het aan het spiegeltje bungelende geurboompje), in vliegtuigen worden we om de zoveel minuten bestookt met rustgevende niets-aan-de-hand luchten, in kantoren worden de airconditioningkanalen gebruikt om stemmingbevorderende geuren te distribueren, in de wc drijven geurblokjes en staat een eau de toilette spuitparaat en in de kamers geurt het naar gezelligheid. Zelfs de stofzuiger verspreidt lelietjes van dalen via aspirateurzakjes.

De geurkaars is de chicste en duurste onder de huisgeurproducten, ver verheven boven een Ambi Pur-blokje in het stopcontact en het plastic Brise Continu houdertje. Ook het nu zo in zwang zijnde tuiltje houten of bamboe stokjes in een flesje essentiële oliën staat daar ver onder, zelfs als deze quasi deftig wordt aangeduid als Ambiance Diffuser. De geurkaars is ook de enige waar je als cadeau mee kunt aankomen: ze zijn geruststellend duur (rond 40 euro begint het pas leuk te worden) en zien er prachtig uit, niet zelden in mooi versierde glazen potten dan wel gefabriceerd van kunstig gesneden was.

Synchroon met je huis ruiken

Een van de bekendste Franse merken, Diptyque, heeft niet minder dan 54 verschillende geuren in de collectie. By Kilian heeft parfums met de namen Straight to Heaven, Beyond Black en Cruel Intentions en maakt er nu ook geurkaarsen van – zoals meer parfumhuizen doen – , waardoor het mogelijk is als mens min of meer synchroon met je huis te ruiken. Geurgoeroe Frédéric Malle stopt zijn kaars in een bloedrode minimalistische coupe en het trendsettende Parijse hotel Costes biedt de eigen geurkaars aan in een prachtig paarse bokaal (alle te koop via skins.nl).

Matthew Malin en Andrew Goetz, twee Amerikanen die in New York een soort alternatieve apotheek runnen, hebben zichzelf tot merk gepromoveerd (Malin + Goetz) en veroveren daarmee de wereld. Dat komt niet in de laatste plaats door hun bijzonder gedurfde geurvariaties als Cannabis, Dark Rum en Mojito (al schuwen zij ook de Geranium niet) en hun exclusieve imago waardoor ze geliefd zijn bij een groep trendsettende incrowders, wonend in loften en omgebouwde fabrieken dan wel scholen (via mostertvanleeuwen.nl). Zoetgeurende Ladurée kaarsen (van de gelijknamige Parijse patissier, wereldberoemd om zijn macarons) zijn exclusief te koop in de Arnhemse winkel van de jonge modeontwerper Sjaak Hullekes.

Kobokaarsen, genoemd naar zijn Japanse oprichter Junko Kobori, zijn gemaakt van 100 procent sojawas en bevatten geen paraffine waardoor er geen vervuilende walmen opstijgen in huis. De fabriek waarin ze worden gemaakt, werkt puur op windenergie, dus het is allemaal heel verantwoord. Voor de verpakking kregen ze in 2006 al een designprijs. Ze ruiken naar tabak of leer, vijgen, mimosa, jasmijn, of zelfs saké – waarvan ik niet wist dat het überhaupt een geur heeft (kobocandles.nl).

Ook oneindig chic: de robuuste geurkaarsen van het Italiaanse parfummerk Acqua di Parma: prachtig robuuste blokken was in rood, geel of zwart, met het indrukwekkende merkwapen in de was geprint, onder meer te koop via douglas.nl.

Ten slotte een tip voor huiseigenaren die in deze economisch moeilijke tijd hun huis proberen te verkopen. Maanden makelaars voorheen altijd tot het neerzetten van bloemen (maar bloemen worden tegenwoordig gekweekt op kleur, niet op geur), het bakken van brood (wie doet dat nog) of het aansteken van een knappend haardvuur (onmogelijk want huizenbezitters zijn altijd aan het werk tijdens bezichtigingen), nu is de enige overgebleven hoop de geurkaars. Het hippe merk Hip and Hippie (Paris Hilton is een fan) heeft hiervoor de aangewezen geur: Rosemary and Tea Tree, wier odeurs bekend staan om hun geruststellende en tevens opwekkende werking (hipandhippie.com).