Duitse platheid

tiengemeten natuurgebied foto rien zilvold

Een beetje een tour de force om van de boom links naar de wolken rechts te komen, maar waar een wil is is een weg. Het gaat om onverwachte platheid en om onverwacht ontbreken van platheid.

Het begon met een vervelende treinreis naar Zuid-Duitsland. Men zit opgesloten in zo’n ICE vol goed gekapte zakenlui, krijgt elk kwartier ‘Kaffee’ aangeboden met ‘etwas Süsses’ en is na een uurtje uitgelezen in de meegebrachte kranten.

Wat dan? Dan begint het naar buiten kijken dat zo makkelijk in mijmeren overgaat. Vlak voor die fase intrad deed zich een aardige waarneming voor. De trein jakkerde door uitgestrekte Duitse bossen en opeens was er het inzicht dat een deel van de bomen bladerkronen bezat die tot aan de grond reikten, terwijl andere een kroon hadden die twee meter boven het aardoppervlak eindigde. Altijd twee meter, alsof daar iemand met een snoeimes langs kwam. Het bijgaande plaatje van een Hollandse boom laat zien wat het idee is.

Het beeld is overbekend van bomen uit tuinen en stadsparken, het is zelfs verworden tot het archetype van de boom die men bij voorkeur tekent als een psycholoog daar om vraagt. In tuinen en parken komt het natuurlijk inderdaad van dat snoeien, de vraag is: hoe ontstaat het in de natuur?

Nu kwam de reiziger weer even rechtop in zijn stoel te zitten. Maar het antwoord lag zo voor de hand dat hij al gauw weer onderuit zakte. Het moet wel vraat zijn. Vraat van koeien en paarden als de bomen in een wei staan, vraat van reeën of edelherten als ze in het bos groeien. Vraat, wat anders. De hoogte van de onderzijde van de bladerkroon komt precies overeen met de reikwijdte van een koe die op vier poten blijft staan. Het overtuigend bewijs zou geleverd kunnen worden door de kroonvorm van bomen die opgroeien in volledige afwezigheid van herbivoren. Een aardige aanwijzing is natuurlijk dat bomen een veel lagere kroon hebben op plaatsen waar zij over sloten en poelen hangen. Een nog sterkere aanwijzing is dat het bij uitstek de giftige en stekelige en anderszins onprettige bomen zijn die hun kroon wèl altijd helemaal tot aan het aardoppervlak weten te brengen. Zie de hulst, de taxus, en ook de spar. Vreemd genoeg zijn dit stuk voor stuk bomen die ‘altijd groen’ zijn. Van lieverlee heeft zich zelfs de overtuiging gevestigd dat altijd-groene bomen altijd giftig zijn. Zie er de sites van paardenliefhebbers op na. Zij vrezen de paardenkoliek.

Enfin. Zag de reiziger nog meer dat hij in aanvulling op de kroonwaarneming ter sprake kan brengen? Jazeker, hij zag ook wolken met platte onderkanten, de hemel was ervan vergeven. Het was zonnig maar buiig weer met veel bloemkoolachtige wolken uit de cumulus-familie. Grote kolen, kleine kooltjes. Zulke wolken zijn altijd plat aan de onderkant, overdreven plat zelfs. Toch wemelt het van de mensen die dat nooit is opgevallen. Ja, zelfs beroemde schilders en tekenaars kwamen voor de dag met wolken en wolkenpartijen die van geen kant deugden.

KNMI-voorlichter Harry Geurts noemt voor de vuist weg een doek van Aert van der Neer met een winterlandschap waarboven een zomerse onweersbui dreigt. En de Molen bij Wijk bij Duurstede van Ruisdael met plekken in het landschap waar het hard waait en tegelijk windstil is. En wolken die nergens op lijken. Die schilders deden maar wat, ze zagen het systeem niet of wilden het niet zien. Wie zal er kwaad van spreken: vóór de Renaissance werden wolken helemaal niet afgebeeld.

Veel wolken zijn plat aan de onderkant. Dat komt omdat ze ontstonden uit luchtpakketten die vanaf het aardoppervlak met een gegeven temperatuur en vochtigheid opstegen en – drukverliezend – afkoelden tot een temperatuur waarbij condensatie van water optreedt. Of zo’n pakket nu snel of langzaam omhoog gaat, de condensatietemperatuur wordt steeds op precies dezelfde hoogte bereikt. De wolkenbasis onder zware bloemkoolwolken ligt daarom even hoog als die onder de kleine wolkjes ertussen. Meteoroloog Pier Siebesma, om advies gevraagd, heeft het deze week bevestigd. Het is een mirakel om te zien.

Wie het vaak genoeg heeft waargenomen en begrepen kan gaan geloven dat àlle wolken platte onderkanten hebben. Dat overkwam de AW-redactie. Ze raakte daarom in verwarring toen er een dag na de dag waarop het zulk aardig Duits weer was geweest en de trein weer naar het noorden raasde wolken verschenen met allerlei bubbels en uitsteeksels aan de onderzijde.

Thuis liet internet zien hoe vaak wolken helemaal niet plat zijn. Veel wolken ontstaan helemaal niet door kalme opstijging van luchtpakketten, er zijn tal van andere vormingswijzen, Siebesma had het al gezegd. Kijk zelfs eens bij het type dat ‘mammatus’ wordt genoemd. Mooi, maar griezelig.

    • Karel Knip