Drive, ambitie en beetje arrogantie

Joost Luiten (25) sluit dit weekend in Dubai een heel succesvol jaar af. Hij behaalde zijn eerste Tourzege en verdiende bijna een miljoen euro aan prijzengeld.

Doodop was hij. Het was een slopende reis geweest in Azië, maar een succesvolle: vijfde in Singapore, zijn eerste Tourzege in Maleisië en, met Robert-Jan Derksen, een verrassende vierde plaats bij het WK voor landen in China.

En toch stapte Joost Luiten anderhalve dag na terugkeer in de Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg weer in het vliegtuig – deze keer naar Manchester. Hij wilde één dagje op het allerhoogste niveau trainen op zijn korte spel. En toppers doen dat in Rotherham, in Yorkshire, bij de golfschool van Pete Cowan, coach van grootheden als Ian Woosnam, Lee Westwood en Darren Clarke.

„Dat zegt eigenlijk alles over Joost Luiten”, zegt de Engelsman Andrew ‘Chubby’ Chandler, manager van tal van internationale topgolfers. „Joost denkt niet: ik heb gewonnen, dus ik ben er. Hij wil zo goed worden als maar mogelijk is. Dat is wat hem anders maakt.”

Anders dan anderen. Niet goed, maar uitzonderlijk. Chandler weet wat voor vlees hij in de kuip heeft. „Het Nederlandse golf heeft de laatste jaren veel goede spelers voortgebracht, zoals Rolf Muntz, Maarten Lafeber en Robert-Jan Derksen. Good players, not great players”, filosofeert Chandler. „Er moet een keer een uitzonderlijke Nederlandse golfer komen – en Joost heeft besloten dat hij dat wordt. Hij staat klaar om de gewoonte te doorbreken van Nederlandse golfers die niet verder groeien dan een bepaald niveau.”

Joost Luiten uit Bleiswijk – 25 jaar oud. De afgelopen achttien maanden schoof hij bescheiden aan bij de wereldtop. Mengt zich gemakkelijk onder succesvolle generatiegenoten als Rory McIlroy en Martin Kaymer, spelers uit de top-vier van de wereldranglijst. Zelf maakte hij na zijn eerste zege op de European Tour, drie weken geleden op de Iskandar Johor Open in Maleisië, een reuzensprong van de 93ste naar de 66ste plaats op de wereldranglijst, de hoogste notering voor een Nederlandse golfer. In de Race to Dubai, het prijzengeldklassement van de European Tour, klom hij naar plaats 19, met 953.289 euro aan inkomsten – in 2011.

Hij had ook kitesurfer kunnen worden, zoals zijn drie oudere broers. Of schansspringer. „Dat heeft hij van Nel, zijn moeder, die houdt wel van dat soort uitdagingen”, zegt vader en manager Nico Luiten. Via zijn oom Wim kwam hij al jong terecht in het golf, op een oefenrange in Rotterdam. Maar hij had nog een andere hobby, vertelt zijn vader. „Nel nam de jongens een keer mee naar de springschans bij ons in de buurt. Toen hij eenmaal beneden was wilde hij nog eens. En nog eens.”

Het dreigde serieus te worden, toen hij om de twee weken met een groepje naar Meinerzhagen reisde, in Sauerland, waar ze in de zomer op matten trainden. Totdat Joost zich een keer „te barsten sprong”, zoals zijn vader het uitdrukt. „Zolang je op die matten blijft gaat het goed, maar je moet niet in het gras komen. Ik heb hem toen in Duitsland uit het ziekenhuis opgehaald. Gebroken neus, gebroken elleboog en nog meer.”

Dan maar liever naar De Rottebergen, de golfclub aan de noordrand van Rotterdam, een paar kilometer van het ouderlijk huis in Bleiswijk. „Joost had een natuurlijke beweging”, zegt de Engelsman Phil Allen, die zijn pupil al zag spelen toen hij nog maar negen jaar oud was. Allen, nu head-pro op de Wouwse Plantage in Bergen op Zoom, en nog altijd coach van Luiten, zag meteen dat Joost gevoel had voor het spel. „Zonder informatie vooraf wist hij wat hij met een golfclub moest doen.”

In elk geval was snel duidelijk dat hij niet van ophouden wist. Hij bracht ontelbare uren door op de golfbaan. Swingend, puttend, chippend, totdat het donker was. Vader Nico Luiten: „Joost heeft niks cadeau gekregen, zei iemand van de club laatst nog tegen mij. Als je aankwam op De Rottebergen stond Joost te trainen. Dan was je een uurtje wezen koffiedrinken: stond-ie er nog. Na achttien holes lopen: nog niet weg. Anderhalf uur later: ‘hé Joost, nog steeds bezig?’ Het is echt keihard werken geweest voor hem.”

In februari 2005 breekt Luiten internationaal door met een zege op het Spaanse Open voor amateurs, even later gevolgd door het Duitse Open. Phil Allen zag de gedrevenheid en de ambitie in de ogen van zijn pupil. „En een beetje arrogantie. Dat geeft hem een voorsprong. In deze wereld heb je dat nodig. En hij speelt altijd goed op de laatste dag. Die extra stap op het eind, dat is typisch Joost. Hij wil altijd winnen, met poolen, karten, noem maar op. Helaas voor mij wint hij ook vaak.”

Na zijn snelle opmars in de golfwereld kreeg Luiten in 2008 een enorme dreun te verwerken. Door een slepende polsblessure was hij maanden uitgeschakeld. „Het ging echt slecht met hem”, zegt Nico Luiten, die zijn zoon zestien maanden zag lijden. „Hij woonde bij ons thuis, maar zag het helemaal niet meer zitten. Hij kwam zijn bed niet meer uit. Zijn droom was in duigen gevallen.”

Volgens Phil Allen vrat vooral de onzekerheid aan zijn pupil. „Het was alsof je een schaatser had verteld dat hij zes maanden niet op het ijs mag staan. Hij werd er knettergek van. Hij wist niet of hij zou terugkomen.” Nico Luiten probeerde zijn zoon erbij te houden door allerlei golfactiviteiten te organiseren. „We hebben een golfwinkeltje geopend, hem meegenomen naar de club. Niet omdat het geld moest opbrengen, maar hij moest er gewoon uit. Anders kwam hij niet meer van zijn bed af.”

Zestien maanden en een succesvolle operatie later werd Luiten genezen verklaard. Na een onwennig begin, bang dat de pijn zou terugkeren, keerde hij snel weer terug op niveau. Vorig jaar werd hij verkozen tot beste mannelijke golfer van Nederland. Hij was „trots” op die prijs, maar betreurde dat hij in 2010 geen toernooi had gewonnen. Maar, zo zei hij een jaar geleden: „Ik heb het afgelopen seizoen genoeg ervaring opgedaan om in 2011 wel een zege te behalen.”

Die kwam, drie weken geleden in Maleisië. Opvallend was hoe ingetogen Luiten zijn grote doorbraak vierde. Niks uitbundige armgebaren of woeste kreten – gewoon glimlachend de felicitaties in ontvangst nemen. Misschien hoort dat bij zijn wat introverte karakter. Hij is geen golfer die de hele wereld laat weten waar hij elk moment van de dag uithangt. Nico Luiten: „Hij is niet van twitter enzo, daar heeft hij niet zoveel mee. Dan zegt hij: waarom moet iedereen dat weten? Hij vindt dat vooral privé. Joost gaat ’s avonds op zijn hotelkamer lekker een filmpje kijken.”

Door de opmars van Luiten dringt zich de vraag op hoe ver hij kan komen in de internationale top. Zelf zei hij meer dan eens dat de Ryder Cup – de tweejaarlijkse strijd tussen de beste golfers van de VS en Europa – één van zijn grote doelen is. Nooit wist een Nederlander zich voor het Europese Ryder-Cupteam te kwalificeren.

Coach Allen denkt dat Luiten het niveau kan halen van Kaymer, die dit jaar voor het eerst de wereldranglijst aanvoerde. „Ik heb jaren geleden voorspeld dat Joost aan de Ryder Cup van 2012 zou meedoen. Daar werd om gelachen. Maar ik denk nog steeds dat het kan. Zeker nu Joost het gevoel heeft dat hij kan winnen.” Luiten kan vertrouwen op zijn sterke spel vanaf de tee. „Hij mist weinig fairways en weinig greens,” zegt Allen. „Maar zijn korte spel kan beter.”

Dat weet Luiten zelf ook. En hij voelt zich niet te groot om na een lange toernee door Azië meteen weer in het vliegtuig te stappen. Voor een dagje chippen in Yorkshire.

    • Rob Schoof
    • Michiel Dekker