De SOS-arts komt, als je betaalt

De huisartsenpost is niet meer de enige plek waar men in Amsterdam ’s nachts hulp kan krijgen van een huisarts. Sinds kort komt het bedrijf SOS-arts thuis langs. Tegen betaling. „Luxezorg”, zeggen critici.

Haarlem 8-12-2011 Erwann Letort een Frans-Nederlandse huisarts die werkt voor SOS arts Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Zondag werd huisarts Erwann Letort gebeld om twee uur ’s nachts. Hij had dienst voor bedrijf SOS-arts. Of hij wilde komen bij een man die vreselijke pijn had in zijn nek. Het bleek een piloot te zijn die om vijf uur zou worden opgehaald om te vliegen. „Het was geen levensbedreigende situatie, maar er zou wel een vliegtuig met 150 passagiers staan te wachten”, zegt Letort. Hij gaf de piloot een medicijn („dat het reactievermogen niet beïnvloedt!”) en de man heeft gevlogen.

In Frankrijk zijn SOS-médecins een bekend fenomeen, in Nederland heeft het vier jaar geduurd voordat bedrijf SOS-arts mocht beginnen. Begin vorige maand was het zover. Tien huisartsen delen het 24-uursrooster voor Amsterdam, waar men hen dag en nacht kan bellen voor een spoedgeval. Er moest in Den Haag een nieuwe ‘beleidsregel’ voor worden gecreëerd – SOS-artsen geven ‘zorg op afroep’ en geen ‘huisartsenzorg’.

Het loopt nog niet storm maar er melden zich wel elke dag een paar patiënten. Moeders met kleine kinderen die willen dat de dokter thuiskomt, ouderen en toeristen. Het bedrijf wil in januari in de stad Den Haag beginnen. De patiënt betaalt zelf.

Zou een gewone Amsterdamse huisarts die ’s nachts dienst had bij een van de huisartsenposten zijn uitgerukt voor de piloot? Mogelijk. De piloot had ook zelf naar een huisartsenpost kunnen gaan. Daar zijn er zes van. Of hij had naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis kunnen gaan. Die is altijd open. Dan had zijn zorgverzekering de kosten vergoed. Nu betaalde hij zelf 105 euro.

Onnodige luxezorg, stelt Hans Nobel, huisarts in Alphen aan den Rijn. Hij is actief in de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen en fel tegenstander van marktwerking in de zorg. Luxe is toch prima, zolang de patiënt zelf betaalt? „Nee, want zo krijg je een tweedeling. Patiënten die wel en patiënten die niet kunnen betalen. Zorg moet voor iedereen even toegankelijk zijn. Als iemand mij belt voor een visite, vraag ik niet eerst of ze het kunnen betalen.”

SOS-arts haalt de krenten uit de pap, zegt Nobel. „Ze komen alleen in actie als er een vraag is. Elke huisarts draait verplicht twintig uur per maand mee in de huisartsenpost, zodat die ’s nachts altijd bemand is. Ook als er niemand komt. Dat geeft kosten.”

Bezoek van een SOS-arts is daardoor ’s nachts inderdaad goedkoper dan hulp van de huisartsenpost. En daarom vindt Letort het op zijn beurt vreemd dat verzekeraars het niet vergoeden: „Wij zijn per bezoek goedkoper”, zegt hij. Er is nu nog maar één verzekeraar die SOS-arts vergoedt.

Erwann Letort is een zachtaardige Fransman van 33 die Nederlands spreekt met een zwaar accent. De liefde bracht hem naar Nederland, vertelt hij. Hij is getrouwd en woont hier met vrouw en kleine kinderen. Hij werkt op een internationale huisartsenpraktijk in Voorburg en sinds kort een paar dagen per week voor SOS-arts in Amsterdam. De huisartsenzorg in Nederland verschilt sterk van Frankrijk, zegt hij. „Alles moet hier zo snel! Tien minuten heb je per consult, meer niet. Wij nemen in Frankrijk en bij SOS alle tijd voor de patiënt, zeker twintig minuten.”

En dan de kantooruren. „Als je ’s ochtends belt, mag je blij zijn als je die dag nog terecht kunt. En om vijf uur sluiten ze”, zegt Letort. „Acute gevallen helpen we altijd dezelfde dag”, reageert huisarts Hans Nobel.

Huisartsen moeten klantvriendelijker worden, vindt minister Schippers (Gezondheidszorg, VVD). Onlangs vroeg ze de Nederlandse Zorgautoriteit hun hele bekostiging onder de loep te leggen. „Aanbieders van huisartsenzorg worden nog niet voldoende beloond op grond van prestatie”, aldus de minister. „Dat wil zeggen gezondheidsuitkomsten, kwaliteit, service. Mede hierdoor zie ik dat de zorgverlening nog niet altijd is afgestemd op de wensen van de patiënt, en komt transparantie over de prestaties van de aanbieders nog nauwelijks van de grond. Patiënten kunnen relatief weinig bij hun huisarts terecht buiten werktijden.”

Huisartsen ontvangen per patiënt een vast inschrijftarief van de zorgverzekeraar. Ook voor patiënten die ze zelden zien, want iedereen staat ingeschreven. Per consult, overdag, krijgen ze 9 euro. Voordeel, vindt ook minister Schippers, is dat de huisarts geen prikkel voelt om overbodige behandelingen te geven (voor het geld). Sterker, de meeste patiënten stelt hij gerust en stuurt hij naar huis.

Maar door het vaste inschrijftarief zou de huisarts ook geen noodzaak voelen zijn uren flexibeler te maken. Het is volgens Schippers ook lastig voor ontevreden patiënten om over te stappen naar een ander. Uit haar brief: „Veel voorkomende belemmeringen om te veranderen zijn een volle praktijk (...) en onderlinge afspraken tussen huisartsen.” Uit onderzoek zou blijken dat 14 procent van de patiënten ontevreden is.

Verzekeraars selecteren huisartsen niet op kwaliteit, schrijft Schippers. Zoals ze bij ziekenhuizen steeds vaker doen. Ze vinden het te tijdrovend om met duizenden huisartsen te onderhandelen. „In de praktijk lijken verzekeraars standaard het maximumtarief te betalen zonder daar specifieke eisen aan te verbinden. Zorgverzekeraars contracteren bovendien vrijwel alle huisartsen. Hierdoor is er voor aanbieders slechts een beperkte financiële prikkel om de bereikbaarheid, toegankelijkheid en service te verbeteren.”

    • Frederiek Weeda