De macrokosmos en het alledaagse leed

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Deze week een grootse autobiografie, de Gooise grachtengordel en India.

Het is niet alleen de wilde natuur die wij als mensen nodig hebben; het is de ongetemde open ruimte van onze verbeelding. Lezen is waar de wilde dingen zijn.”

Dit schrijft Jeanette Winterson in haar ‘memoir’ Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? (Contact, vert. Maarten Polman, 287 blz. € 22,95) In de Britse schandaalpers staat Winterson bekend als de ‘lesbische huwelijksverstorende vampier uit de hel’ en inderdaad schroomt ze niet haar liefdesleven met beroemde vrouwen uit de doeken te doen. Maar dat is niet het belangrijkste aspect van dit vervolg op haar autobiografische debuutroman Sinaasappelen zijn niet de enige vruchten (1985). Waar het hier om draait is dat literatuur dit getourmenteerde adoptiekind vooralsnog het leven heeft gered. Wintersons associatieve manier van schrijven doet denken aan Virginia Woolf, vooral in de passages over haar wanhoop die kortgeleden uitmondde in een zelfmoordpoging. Ongetemde en grootse literatuur.

‘Een persoonlijke biografie van 1,2 miljard mensen’, luidt de paradoxale ondertitel van Patrick French: India (Atlas, vert. Paul Syrier, 472, blz. € 55). De Britse auteur streeft naar een alomvattend portret van het reusachtige land en ook nog eens van alle inwoners, klassen, kasten, rijken, armen, godsdiensten. Dat kan niet, uiteraard. India is, schrijft hij zelf, „een macrokosmos”. Maar French doet wel een moedige poging ons in die kosmos mee te voeren. Persoonlijke verhalen geven een extra lading aan het grote verhaal over de groeiende macht en rijkdom van India, de toenemende dominantie van het ongebreidelde kapitalisme, het lot van de verpauperde massa’s, de etnische en religieuze tegenstellingen. Zo krijg je een beeld van naast elkaar bestaande realiteiten en van maatschappelijke veranderingen die zich duizelingwekkend snel voltrekken. In India heeft dit boek controversiële reacties opgeroepen. French zou nog te veel vast zitten in westerse vooroordelen. Dat lijkt me onrechtvaardige kritiek op dit goed geschreven werk van iemand die zich al decennia met het land bezighoudt.

Een curieuze microkosmos roepen Ronny Boogaart en Eric de Rooij op in Het beste mijner paradijzen. Wandelen door het Gooi met Van Eeden, van Deyssel en anderen. (Bas Lubberhuizen, 184 blz. € 19,50) Wat tegenwoordig ‘de grachtengordel’ heet, bevond zich een eeuw geleden in het Gooi. Daar woonden de onderling bevriende schrijvers, kunstenaars, excentriekelingen en linksige wereldverbeteraars in hun door Berlage gebouwde villa’s of in onleefbare ‘communes’. Vaak beschreven, maar nu – gelardeerd met foto’s, gedichten en brieffragmenten – zo geordend dat we al wandelend in de voetsporen van de culturele elite van weleer kunnen treden.

Een jaar geleden debatteerden een Duitse en een Nederlandse topjurist in Den Haag over de kritiek op de onafhankelijke rechterlijke macht: de Duitse rechter en hoogleraar Bernhard Schlink (ook bekend als schrijver) kruiste de degens met de president van de Hoge Raad Geert Corstens. Het verslag daarvan is in het Nederlands en het Engels gebundeld in een klein boekje, Objectieve wetgeving en subjectieve rechters (Cossee, vert. Gerda Baardman, 96 blz. € 9,90). De debaters zijn het erover eens dat rechters geen politieke agenda mogen hebben. Maar Schlink pleit tegen een schijnbaar onpersoonlijke rechtspraak. Hij constateert een geleidelijke verzwakking van het parlementaire systeem, waardoor de rol van de hoogste rechtscolleges steeds politieker wordt. Open normen (zoals het algemene beginsel van gelijke behandeling) laten veel ruimte voor de subjectiviteit van de rechter. Het risico daarvan kan worden beperkt door een grotere transparantie van het rechterlijk oordeel. Volgens Corstens past de rechter bescheidenheid, gegeven het primaat van de wetgever.

Renate Rubinstein & Peter van Straaten hebben niet samengewerkt aan De Dagen (Augustus, 175 blz. €19,95). De in 1990 gestorven schrijfster en de nog springlevende tekenaar onderhielden wel twintig jaar ‘een lichte vriendschap’, zoals Rubinstein-biograaf Hans Goedkoop het omschrijft. Het is ook niet zo dat de tekeningen van Peter van Straaten in dit boekje dienen als illustratie bij de columns van Renate Rubinstein of omgekeerd. Ze horen niet bij elkaar, maar ze passen wel bij elkaar. De combinatie van werk van beiden draagt hier het karakter van een toevallige ontmoeting. Het overkoepelende thema is ‘het alledaagse’. Ach, elk alibi is goed om deze meesterlijke observaties bij elkaar te zetten.

Elsbeth Etty

    • Elsbeth Etty