'Als het kabinet nu valt, hebben we een scenario. Klaar.'

Negen maanden is Ruth Peetoom voorzitter van het geplaagde CDA. De partij regeert mee, maar het gaat „gewoon niet goed”. En de leider? „Je kunt niemand aanwijzen zolang je niet weet wat de boodschap is.”

23-05-2011 Leeuwarden Ruth Peetoom voorzitter CDA tijdens een bijeenkomst in Leeuwarden met plaatselijke CDA'ers Foto:HogeNoorden/Jacob van Essen

De groene vlag aan het Haagse partijkantoor telt drie kapitalen: CDA. Het groene bord aan de gevel zes: TE HUUR.

Het afgelopen jaar is een kwart van het personeel op het CDA-hoofdkwartier vertrokken, nu staat er een verdieping leeg, ondanks de ‘systeemplafonds’, de ‘moderne toiletgroep’ en ‘nette vloerbedekking’.

Deze makelaarsreclame doet pijn bij de decennialang zo machtige partij. In het atrium hangt een poster aan de gietijzeren balustrade, het gezicht van Jan Peter Balkenende lacht de achterblijvers toe. ‘CDA 1’, staat er. ‘Nederland kan op ons rekenen’.

Het is een gedateerde verkiezingsleus maar de nu vierde partij van het land hecht nog steeds aan die belofte. Het CDA wil zoals de partij het noemt verantwoordelijkheid nemen: zo verkocht Maxime Verhagen vorig jaar dan ook de CDA-steun aan het huidige minderheidskabinet. En dan kon het niet anders of de kiezers zouden vanzelf terugkomen.

Een jaar later is daar nog weinig van terechtgekomen. Was het CDA in de Tweede Kamer al gehalveerd tot 21 zetels, volgens nieuwe peilingen haalt de partij nieuwe diepterecords. Eén kwam zelfs op tien zetels uit.

Waar gaat het fout?

„Wie zijn wij? Waar staan we voor? Wordt dat goed genoeg zichtbaar?”

Aan het woord is Ruth Peetoom, de partijvoorzitter van de christen-democraten. Ze werd dat in april na een verrassend open verkiezingsstrijd waarin zes kandidaten al campagne voerend door het land trokken. Toen de predikante, vorig jaar nog tegenstander van de PVV-constructie, in een tweede ronde overtuigend won, kwam er confetti uit het plafond. Ze laat er geen twijfel over bestaan hoe het gaat met de regeringspartij waarvan de stabiliteit van het kabinet afhangt: „Gewoon niet goed.”

Drie keer gebruikt ze die woorden, in het gesprek op haar kamer in het partijkantoor. Nog eens vijf keer zegt ze dat er „zorgen” zijn en ze heeft het over een „ingewikkelde klus”, een „forse klus” en „ja, het is gewoon een heftige klus”. Want „we hebben grote klappen gehad, het duizelt nog steeds na”. Er zijn „troubles”, zowel binnen de partij, „waar echt achterstallig onderhoud is”, als tussen CDA’ers onderling. Mensen praten nog niet goed met elkaar, en ze zijn „geraakt, gewond en teleurgesteld”.

Samengevat? „Crisis.”

Tot nu toe wilde Peetoom nooit ingaan op vragen die ook maar een tikje politiek waren. Zij was van de organisatie. Anderen gingen over de inhoud. Maar door de voortdurende malaise bij het CDA heeft ze nu stevige kritiek op coalitiepartner PVV, op het eigen – te zakelijke – kabinet. En ze komt met een verzachtende factor voor de moeizaamheid: „We regeren mee in een tijdsgewricht met hele serieuze zorgen. Over de economie, de financiële situatie, Europa. Dat maakt het natuurlijk niet erg makkelijk voor het CDA.”

Dat geldt voor de anderen ook.

„Klopt. Voor ons specifiek geldt dat we nog niet op de rails staan, dat is helder. We zijn er nog lang niet. Mensen willen dat alles nu goed zit, maar als de pijn diep zit, dan gaat dat niet. Het is een marathon, geen sprint.”

Als het snel kon, wat zou u dan vandaag nog willen veranderen?

Ze is stil. Zestien seconden. Dan zegt ze: „Er zijn toch een heleboel littekens. Ik word er weleens verdrietig van: ik zie mensen met veel capaciteiten en denkkracht. Maar soms is het moeilijk dat in te zetten omdat ze zo teleurgesteld zijn.”

Deze mensen worden nog steeds weggezet als ‘mastodont’.

„Ja. Nou ja, als je zó over elkaar blijft praten... Je moet niet over elkaar blijven praten. Mét elkaar. Ik ben gekozen met de opdracht: verbinden, verbinden, verbinden...”

Als het CDA nu íéts uitstraalt, is dat zeker geen eenheid.

„Waar denkt u dan aan?”

Aan Mauro. Toen was onduidelijk wat het CDA wilde. Of het leiderschap: de meningen verschillen erover of dat goed of slecht wordt aangepakt. En de partijvernieuwing gaat volgens sommigen te snel, dan weer te langzaam.

„Als wij discussiëren heet dat meteen verdeeldheid.”

De belofte was: we gaan regeren, dan worden we beloond. Die beloning blijft echter uit.

„Worden we nu beloond? Nee. Moet dat? Ja, dat is op een gegeven moment leuk. Maar het is niet waarom we het doen.”

Maar enige groei is toch wel de bedoeling? Als het CDA verantwoordelijkheid neemt, was het idee, krabbelt de partij op...

„...en kunnen we dingen van onszelf neerzetten die we belangrijk vinden. Het is moeilijk, en die moeite zie je er ook aan af.”

Ligt het ook aan de mensen? Vallen de CDA’ers wel genoeg op?

„Daar zeg ik niets over.”

Waarom niet?

„Ik zie mensen midden in de politieke hitte opereren en dan doe je ook weleens dingen die niet zo handig zijn. Dat is gewoon zo. Om nou te zeggen dat daarmee mensen niet goed functioneren...”

Heeft u het over Henk Bleker en het Mauro-briefje?

„Dat was natuurlijk niet handig. Laat dat helder zijn.”

Waarom praat u wel over de partijstructuur, maar niet over dat wat de kiezer het meest opvalt: de politici zelf?

„Ik zie mensen die op hun terreinen echt knalhard bezig zijn daar smoel aan te geven. Dat is gewoon heel erg knap. Marja van Bijsterveldt krijgt meer voor elkaar dan haar voorgangers bij elkaar. Ben Knapen doet als staatssecretaris wat vroeger twee ministers deden. En Maxime Verhagen maakt op zijn post in hele relatieve rust veel klappen voor de duurzaamheid.”

Wie doen het minder goed?

„Daar doe ik geen uitspraken over want dat vind ik onrecht doen aan mensen. Als er dingen niet goed gaan, dan zeg je dat rechtstreeks tegen elkaar.”

Wat is de rol van Verhagen?

„Hij is de leider van de regeringsdelegatie. En dus onze belangrijkste man... Daar. Op het moment is er natuurlijk heel veel te doen over politiek leiderschap. Bij het CDA is de leider traditioneel degene die de lijst aanvoert bij de verkiezingen. Dat was Jan Peter Balkenende, dus dat betekent dat er nu geen politiek leider is. Wij hebben nu een driemanschap aan de top: Sybrand van Haersma Buma in de Kamer, Verhagen in het kabinet en ik als voorzitter. En dat is mooi want dat werkt wel.”

Voor wie werkt dat?

„Binnen het CDA. In de onderlinge verhoudingen. Snel contact, en iedereen een eigen verantwoordelijkheid, en respect voor elkaars positie.”

Uw CDA-politici bij gemeentes, provincies en in Den Haag vinden dit veelal een slechte constructie.

„Een politiek leider geeft gezicht aan de inhoud waar je voor staat, daar zijn we nog volop mee bezig. Het is te vroeg, je kunt niemand aanwijzen zolang je niet weet wat de boodschap is.”

Bent u het eens met uw eigen politici die dit concept afkeuren?

„Nou ja, we leven in een tijd dat personen ontzettend belangrijk zijn in de politiek. Maar wat je vindt, gaat altijd vooraf aan het gezicht. Daarom moet het nu even zo.”

Wat gebeurt er als dit kabinet voortijdig valt, bijvoorbeeld vanwege extra bezuinigingen?

„Als we dan nieuwe verkiezingen krijgen, is degene die de lijst aanvoert de nieuwe leider.”

Hoe lang heeft u nodig om dat te regelen?

„Als het volgende week nodig is, ligt er iets. Als het kabinet valt, is daar een scenario voor. Ik heb dat twee weken geleden besproken met mijn partijbestuur – die draagt daar de verantwoordelijkheid voor. Ik heb het zelf aan het begin van de vergadering even neergezet. Ik begon over de stand van zaken: waar staan we? Juist vanuit het idee dat we verantwoordelijk zijn en die verantwoordelijkheid ook willen nemen...”

U houdt er rekening mee dat dit kabinet valt?

„Ja. Op het moment dat dit zich voordoet, dan staan we er. Be there. Alles kan in de politiek. Als het nodig is, is er een scenario. Klaar.”

CDA’ers zelf zien in dat geval liever u dan Verhagen als leider.

„Ik wil het niet, ik word het niet en ik heb er toen ik voorzitter werd voor getekend dat ik het niet word.”

Of Van Haersma Buma wil is onbekend. Geldt voor Verhagen ook een ‘ik wil het niet en ik word het niet’?

„Het is niet aan de orde. Ik heb het hem ook nog niet gevraagd. We zijn met andere dingen bezig.”

Van uw eigen mensen zegt 97 procent dat hij het niet zou moeten doen. Hebben zij ongelijk?

„Euhm.” Ze aarzelt. „Ik hou het gewoon hier bij. Als er een nieuw politiek leider nodig is, wordt dat aan de leden voorgelegd.”

Het verhaal gaat dat Verhagen en u een moeizame relatie hebben.

Ze gooit haar armen de lucht in. „Dat is ónzin. Echt onzin.”

Nogal wat partijgenoten zeggen dat hij de telefoon niet voor u opneemt...

„Ik heb niet die ervaring.”

...dat u hem zou willen kapittelen...

Weer die armen. „Geen idéé. Ik ben echt heel verbaasd. Er is geregeld contact, op alle momenten dat het nodig is.”

Hoe is dat contact?

„Prima. We durven elkaar op alle tijdstippen van de dag te bellen, of we sms’en. Er zijn verschillende verantwoordelijkheden en er is respect voor elkaars positie. Het is eigen aan een goede relatie dat je het met elkaar oneens kunt zijn. We staan voor dezelfde club en dezelfde klus, maar op verschillende posities. Ik ben met de hervormingsagenda bezig, lange termijn. En Sybrand en Maxime zitten in de hitte van de actuele politiek. Dat zijn verschillende kanten van dezelfde zaak.”

Dat woord ‘hervormingsagenda’, dat slaat op drie commissies van gerespecteerde leden en partijprominenten die door Peetoom aan het werk zijn gezet. De een zoekt naar nieuwe begrippen om traditionele CDA-begrippen – denk aan ‘rentmeesterschap’ – aan een nieuw publiek over te brengen. Een andere richt zich op de structuur van de partij. En een derde, het zogeheten Strategisch Beraad, moet de koers voor de komende tien, vijftien jaar uitstippelen.

Daar hangt veel vanaf, vindt de partij zelf. Volgende maand komen de commissies tegelijkertijd met hun bevindingen en „bij het Strategisch Beraad”, kondigt Peetoom alvast aan, „zal er licht zitten tussen hun oordelen en het kabinetsbeleid. Over de zorg, de arbeidsmarkt, de woningmarkt... Dat moet je van elkaar weten en respecteren.”

Dan is het CDA wéér verdeeld.

„Ik heb dit aan het begin van mijn voorzitterschap al aangekondigd en het zou niet goed zijn als we zo ons eigen gezicht niet kunnen laten zien. Dit regeerakkoord gaat voorbij aan allerlei hervormingen die wel nodig zijn. Ik verwacht dat het Strategisch Beraad komt met het herkenbare eigen CDA-gezicht en échte voorstellen. De hervormingen die het CDA, en ook de VVD, voor ogen hadden konden in dit kabinet niet gerealiseerd worden. We hebben daar gewoon echt dingen moeten inleveren.”

Wat voor partij moet het CDA worden?

„Géén partij van de grijsheid. Zonder zwart-witdenken, zonder ruk naar de flanken – want dat doet juist onrecht aan de oplossingen die nu nodig zijn. Het ‘radicale midden’, zo noemen we het, is een keuze voor de mensen in de samenleving. Niet van de markt of van de staat die allerlei oplossingen bedenkt. Stoerdoenerij of symboolpolitiek bieden juist nu niet de oplossing. Wij willen ook ruimte voor verschil tussen mensen. Voor nuance.”

Wat heeft het CDA dit jaar gezegd dat onder het ‘zwart-witdenken’ of die symboolpolitiek valt?

„De financieel-economische dominantie was te groot bij het CDA. Natuurlijk moet je de financiën goed op orde hebben. Maar het is een randvoorwaarde, geen doel. Niet wat iets kost is belangrijk, wel de waarde die het heeft.”

De financiën op orde brengen is juist het kerndoel van dit kabinet.

„Zeker. Maar ik wil dat het CDA staat voor de koppeling tussen de menselijke maat en de wereld om ons heen. Daarop moeten wij ons gaan profileren.”

Ik begrijp dat u onlangs met Verhagen en Van Haersma Buma heeft vastgesteld dat het CDA niet zichtbaar genoeg is. En dat dat anders moet.

„Ja. Wij praten over waar het CDA naar toe moet. Dat is een forse klus, een ingewikkelde klus. We willen laten zien waar het CDA voor staat. Dat kan helderder, dus dat zijn we nu aan het doen.”

Hoe zien we dat vanaf maandag?

„We zijn geen straatvechters, zullen dat ook nooit worden. Voor sommigen kan dat teleurstellend zijn, voor anderen is het heerlijk saai. Wij willen meer zijn dan de waan van de dag. Een partij met idealen.”

En? Hoeveel zetels gaat u daarmee winnen?

„Geen flauw idee.”

    • Freek Staps