Zonder begeleiding terug naar af

De sociale werkplaats in Woerden sluist haar werk-nemers zo snel mogelijk door naar ‘gewoon’ werk. Dat zal volgens de directie straks niet meer lukken, omdat het kabinet bezuinigt op hun begeleiding en coaching.

Peter (49 jaar) vouwt ze nog een keer op, de plastic zakken van de Kringloop. Vindt hij het leuk werk? Nee, het hoort bij het dagritme. Liever werkt hij met sealmachines. Producten kant en klaar afleveren, of, zoals hij zegt: „Voor die machines heb ik mijn diploma. Ik weet hoe het werkt. Dat gaat me makkelijker af.”

Peter werkt al 31 jaar bij het sociaal werkvoorzieningsbedrijf van De Sluis Groep in Woerden. In een fabriekshal waar hij en zijn collega’s nooit meer uitkomen. Hij is arbeidsongeschikt en zal nooit meer in het reguliere arbeidstraject terecht komen. Fysiek ongeschikt, psychisch wat instabiel, maar hij heeft wel werk. Samen met collega’s die het ook niet op de reguliere arbeidsmarkt zullen redden.

Daarom werken ze bij De Sluis Groep. Afkomstig uit de bijstandsregisters van de gemeenten in de regio. Of aangemeld door woonzorgprojecten van daklozen of verslaafden in de regio. „Dit zijn werknemers die hun werkvaardigheid wel hebben, maar eigen initiatief moeten tonen. We geven ze voorbeelden over hoe ze de productie moeten aanpakken. En wij kijken of het ze ook lukt. Dat is arbeidsintensief. Vaak moeten we individueel kijken of ze weten hoe het moet”, zegt begeleidster Janny Smit.

DSG Werk/De Sluis Groep is een van de weinige sociale werkplaatsen waar Peter een uitzondering is. Peter werkt intern, maar het gros van het personeel van De Sluis Groep werkt elders, in het reguliere bedrijfsleven. Gedetacheerd vanuit de sociale werkplaats, of met loonkostensubsidie.

Werkgelegenheid in de regio is er genoeg, ook voor de moeilijk bemiddelbare werkzoekenden van De Sluis Groep. Distributiecentra van de De Bijenkorf en C1000 zijn er vlakbij, evenals veel vestigingen van kleinere en middelgrote bedrijven.

„Het gaat er om werkgevers te vinden en aan je te binden”, zegt directeur Ivo Korte. „Het ontbreekt onze mensen vaak niet aan vakvaardigheden, maar aan sociale vaardigheden. Zijn ze in staat om op tijd op werk te komen, accepteren ze leiding, zijn ze gemotiveerd en komen ze schoon en verzorgd op de werkplaats?”.

DSG Werk is een sociale werkplaats waar nauwelijks plaats is voor productie op de eigen werkvloer. Van de 400 WSW’ers (Wet sociale werkvoorziening) zijn er 205 gedetacheerd bij ‘gewone’ bedrijven en nog eens 100 worden daar intern op voorbereid. De rest heeft zoveel ‘leervaardigheidsproblemen’ dat ze nooit naar normaal werk zullen doorstromen, maar op de sociale werkplaats aan de slag blijven. Als zakjesvouwers, of, in deze maand, voor het inpakken van kerstcadeautjes.

„Leuk is het niet”, zegt Peter aan de productietafel. Hij kan het werk wel bijbenen. „Productiesnelheid is hier niet zo van belang. Wel de aanwezigheid van hem en zijn collega’s. En het is belangrijk dat hij zijn vaardigheden behoudt”, zegt Janny Smit van het Centrum Arbeid en Bemiddeling. „We geven vaak voorbeelden van hoe het productieproces zou moeten werken, één op één, het is erg arbeidsintensief. Maar dat werkt vaak dan wel. Iedereen is hier op zijn eigen tempo aan de slag.”

De Sluis Groep is een sociale werkplaats zoals staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) die voor ogen heeft. Waar werknemers zo snel mogelijk worden doorgesluisd naar een reguliere baan. Wie in eigen huis nog aan de slag is, bereidt zich daarop voor. Alleen werknemers, zoals Peter blijven intern.

„Financieel kunnen we het nu nog redden”, zegt directeur Korte. „We kunnen onze mensen bij bedrijven plaatsen, omdat we weten wat de werkgevers nodig hebben. We zitten al met ze aan tafel voordat er een vacature naar buiten gaat. Want anders ben je te laat en gaat zo’n arbeidsplek naar iemand van een uitzendbureau. Wij zorgen voor geschikte kandidaten en nemen ook de verdere begeleiding voor onze rekening.”

Maar ook De Sluis Groep krijgt te maken met de bezuinigingen die het kabinet in petto heeft voor de sociale werkvoorziening. Het toch al krimpende budget gaat de komende jaren vooral op aan het betalen van de loonkosten voor de oude groep WSW’ers. Zij houden hun recht op de in cao’s vastgestelde lonen, die gemiddeld op 120 procent van het minimumloon liggen.

Geld voor coaching en begeleiding van nieuwe instroom van WSW’ers, jonggehandicapten (Wajongers) en bijstandsgerechtigden, is er nauwelijks meer. „Terwijl begeleiding noodzakelijk is om iemand geplaatst te krijgen”, zegt Korte. „Anders is zo’n werknemer na een half jaar weer terug bij af, en zie hem dan nog maar weer aan het werk te krijgen.”

De nieuwe generatie WSW’ers verdient straks het wettelijk minimumloon. Het rijk stelt daar nu nog 25.000 euro subsidie per werknemer voor beschikbaar aan de gemeenten. Die bijdrage wordt vanaf 2015 verlaagd naar 22.000 euro.

Korte: „Geld voor de intensieve begeleiding, zo’n 5.000 euro per persoon, is er dan niet meer. Gemeenten zouden dat kunnen bekostigen uit hun participatiebudget. Maar ook daar wordt fors op bezuinigd.”

Jos Verlaan