Zo wil ik ook wel leven

Annie Leibovitz: Pelgrimage. Vert. Henny Corover en Pon Ruiter. De Bezige Bij/Ludion, 246 blz. € 49,–

Denk aan Annie Leibovitz en er is een gerede kans dat in uw visuele geheugen een donkere vrouw in een bad vol melk opduikt. Het is maar een van de vele ludieke maar ook legendarische portretten – dit keer van actrice Whoopi Goldberg – die ze maakte van dames en heren uit de film- en popwereld. Leibovitz en ‘celebrities’ trokken gezamenlijk op en de glamourbladen smulden van haar werk.

En toen overleed haar partner, de vermaarde schrijfster Susan Sontag. Er ontstond later een onoverkomelijke schuld bij de bank en Leibovitz dreigde uit huis gezet te worden. De feesten van het stel, waarop de New Yorkse artistieke elite zich zo graag verzamelde, behoorden toch al tot de voltooid verleden tijd.

Nu ligt er een nieuw fotoboek op tafel met de half-religieuze titel Pelgrimage. Het wijkt in alles af van wat Leibovitz eerder maakte. Zonder opdrachten, agenda en assistenten reisde ze door Amerika – en een beetje door Engeland – om er de huizen, bezittingen en uitzichten van beroemde, maar dode mensen te bezoeken. Datgene wat haar raakte legde ze vast zonder de special effects en de perfectie van weleer.

De bedevaart begint met Emily Dickinson, de favoriete dichteres van Sontag, die op haar slaapkamer in Amherst, Massachusetts, schrijvend haar dagen sleet. Leibovitz maakte een close-up van haar enig overgebleven, witte jurk en een blad uit haar herbarium. Curieuzer is de daaropvolgende, wazige opname: een vitrine met opgezette zangvogeltjes. Zo’n ding ding past niet bij Dickinson, zou je zeggen. En dat klopt, de vitrine was eigendom van Mabel Loomis Todd. Deze Todd was de minnares van Dickinsons getrouwde broer Austin en daar had Emily het moeilijk mee. De dames ontmoetten elkaar nooit. Toch was het diezelfde Todd die Emily’s 1.800 gedichten redigeerde en bezorgde. Bij leven waren er maar twaalf gepubliceerd.

Leibovitz trekt verder – naar de huizen van First Lady Eleanor Roosevelt, naar een schemerige opslagruimte waar koffers vol kostuums van Martha Grahams dansschool liggen te vermotten. Pas halverwege het boek durft de fotografe ons iets écht persoonlijks toe te vertrouwen. Aanleiding is het huis van schilderes Georgia O’Keeffe bij Santa Fe, New Mexico. Aan haar werk herinneren een doosje met gebruikte pastelkrijtjes en een kast met beestenbotten. O’Keeffe’s wereldberoemde echtgenoot, fotograaf Alfred Stieglitz, kreeg nooit genoeg van zijn veel jongere echtgenote, getuige de 300 portretten die hij van haar maakte. Na diens dood leefde ze alleen verder, in een sober interieur, een eenpersoonsbed, met uitzicht op de horizon. ‘Zo zou ik ook wel willen leven’, schrijft Leibovitz, ‘O’Keeffe is voor mij de norm’. Helemaal blij word je niet van deze wensgedachte, maar invoelbaar is het wel.

Pelgrimage vereist trouwens nogal wat kennis over het cultureel erfgoed van Amerika. Wie waren toch Marian Anderson en Annie Oakley? Van Anderson, een geliefde gospel- en operazangeres spreidde Leibovitz een gouden jurk over twee pagina’s. Als een hommage aan een vrouw die eenmaal op tournee in hotels geen onderdak kreeg en er ook niet mocht eten, vanwege haar donkere huid.

Annie Oakley deed iets heel anders. Ze was een brave huisvrouw, 150 cm hoog, met een magisch talent als scherpschutter. In de Buffalo Bill Wild West Show presteerde ze het om via een spiegel een doelwit achter haar rug te raken. En als er een kleiduif op het toneel werd weggeschoten, vloog ze naar de tafel, greep naar haar geweer en knalde het ‘vliegende’ beest nog net op tijd in stukken. Jammer genoeg rest van haar in dit boek alleen een paar zilvergekleurde laarzen.

Denk nu niet dat Leibovitz de grote dode mannen in dit boek rigoureus heeft overgeslagen. Integendeel, ze zijn zelfs in de meerderheid. De divan van Freud, de handschoenen van Lincoln, de dode duif van Darwin, de doka van Ansel Adams en de Harley Davidson van Elvis krijgen als stilleven alle ruimte. Maar een vrouw als Annie – Annie get your gun! – Oakley werkt nu eenmaal meer tot de verbeelding dan de bekende feiten over Freud of Presley.

Pelgrimage is dus een verzameling grote, documentaire kleurenfoto’s, gecombineerd met een nogal onpersoonlijk, wen vaak encyclopedisch reisverslag. Dat laatste komt omdat Leibovitz haar notities aaneen heeft laten rijgen door een dame die er biografische en anekdotische wetenswaardigheden aan heeft toegevoegd. Aanvankelijk hadden Sontag en Leibovitz het plan om gezamenlijk ‘The Beauty Book’ te maken. Het kwam er niet van en nu moeten we het stellen met een sobere tocht langs een reeks nogal willekeurige lieux de mémoire. Hinderlijk is dat tekst en beeld op de pagina’s vaak niet samenvallen, zodat je moet raden welk landschap of uitzicht bij wie hoort. Maar wat erger is: Susan Sontags bijdrage wordt node gemist.

    • Marianne Vermeijden