Willem Diepraam schenkt zijn foto's aan het Rijksmuseum

Willem Diepraam rolde eind jaren zestig „toevallig” de fotografie in. Het beste van zijn werk schenkt hij nu aan het Rijksmuseum. „Ik voel me daar het veiligst.”

Zijn privéverzameling met ruim vierhonderd foto’s van beroemde fotografen had hij in 2005 al aan het Rijksmuseum verkocht. Ook zijn persoonlijke bibliotheek, met zo’n 3800 fotoboeken, deed hij in 2008 over naar de fotografieafdeling van dat museum. En nu zal tevens het eigen werk van fotograaf Willem Diepraam naar het Rijksmuseum verhuizen. Diepraam schenkt in totaal ruim 800 foto’s, zo heeft het museum vandaag bekendgemaakt.

De foto’s, die een periode omspannen van 1960 tot 2010, zijn volgens het Rijksmuseum de beste uit zijn oeuvre. Al voegt Diepraam daar zelf relativerend aan toe dat die top wat hem betreft uit „vijftig, maximaal honderd foto’s” bestaat. „Daar zitten mijn complete boeken bij, waarvan ik de originele afdrukken altijd bij elkaar heb gehouden. Maar ook losse foto’s die in de context van mijn oeuvre betekenis hebben.” De beelden komen terecht in het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum, waar ze bewaard zullen worden naast werken van de grote fotografen uit de negentiende en twintigste eeuw.

Willem Diepraam (1944) was in de jaren zeventig en tachtig een toonaangevende fotojournalist, bekend om zijn sociaal bewogen reportages die hij in Vrij Nederland publiceerde. Als gesjeesde student medicijnen en culturele antropologie was hij eind jaren zestig, ten tijde van de studentenprotesten, met een geleende camera toevallig in het vak gerold. „Een uit de hand gelopen hobby”, noemt Diepraam zijn carrière nu. „Niets wees erop dat ik in de fotografie terecht zou komen. In 1970 belde hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse of ik een foto van de Damslapers wilde maken. Dat was een beslissend moment. Er was niets te fotograferen en ik bakte er niet veel van, maar daarna hoorde ik bij Vrij Nederland en kon ik al doende het vak leren.”

Tot de schenking behoren ook de reportages voor Vrij Nederland, waaronder veel portretten. Oer-Hollandse beelden in grofkorrelig zwart-wit zijn dat, van ballerina’s en Dolle Mina’s, van gastarbeiders in de Hoogovens en woonwagenbewoners in Osdorp, van de Bijlmermeer in aanbouw. Typerend voor Diepraam zijn de zwaar doorgedrukte luchten, die de beelden vaak van een extra dreigende lading voorzien.

De schenking omvat verder de afdrukken voor zijn bekendste fotoboeken Frimangron (1975) en Dutch Caribbean (1978), over het dagelijks leven in Suriname en de Antillen, en de foto’s uit Sahel (1982), waarvoor Diepraam meerdere keren naar Afrika reisde en nu eens niet het stereotiepe beeld van honger in beeld bracht. In de loop van de jaren tachtig ontwikkelde Diepraam zich steeds meer tot kunstenaar, en stelde hij zijn werk ook in galeries en musea tentoon. Uit die tijd stammen de series Lima (1991) en Landschap aan Zee (1995), over de Hoogovens – boeken die Diepraam associatief opbouwde als gedichten.

Hij heeft voor het Rijks gekozen, zegt Diepraam, omdat dat museum niet geobsedeerd is door de waan van de dag. „Daar loopt de kunstwereld van over. Je kunt niet in de toekomst kijken, maar in het Rijksmuseum voel ik mij het veiligst.”

De schenking betekent niet dat Diepraam nu zelf met lege handen achterblijft. „Ik heb vanaf het begin, als ik het gevoel had dat ik iets gemaakt had dat ermee door kon, meerdere afdrukken gemaakt. Ik denk dat ik dat deed omdat de praktijk van de donkere kamer zo weerbarstig is. Als die eerste gelukte print er eindelijk is, dan kan je beter maar even doordrukken. Ik houd dus nog genoeg over voor de kunstmarkt, de vrienden en mijzelf.”

Toen Diepraam zes jaar geleden zijn fotocollectie verkocht aan het Rijksmuseum, zei hij dat het te maken had met „een opkomend gevoel van sterfelijkheid”. Speelt dat gevoel bij deze schenking ook een rol? Diepraam: „Een gevoel van sterfelijkheid heb ik sinds mijn gymnasiumtijd. Het gaat erom dat je je eigen rotzooi opruimt. Daar ben ik dan ook heel intensief mee bezig. Meer dan 95 procent van wat ik heb geschoten kan weg. Die overbodige negatieven en afdrukken zijn als de aantekeningen die journalisten allang zouden hebben weggegooid.”

De foto’s zullen na heropening van het Rijksmuseum in 2013 in een groot overzicht worden tentoongesteld. Op www.rijksmuseum.nl is vast een kleine presentatie van de schenking te zien.

    • Sandra Smallenburg