Vrijheid, gelijkheid, broederschap - en dan?

Een ‘instant-boek’ over de Occupybeweging laat zien wat er omgaat in de demonstranten. Staat er ook in wat ze willen?

Police officers stand near tents of the Occupy London Stock Exchange encampment outside St. Paul's Cathedral in London November 17, 2011. Officials attached legal notices to the tents of anti-capitalist protesters in London's financial district on November 16, giving them 24 hours to end a demonstration that has shaken the Church of England and upset senior politicians. REUTERS/Suzanne Plunkett (BRITAIN - Tags: CITYSPACE RELIGION POLITICS BUSINESS) REUTERS

Sarah van Gelder ea: This Changes Everything. Occupy and the 99 % Movement. Berrett-Koehler, 96 blz. € 9,50

Wat komt er na de euforie? De kater of iets anders? Bij de wereldwijde Occupy-beweging spant het erom. Na maanden van protest, op het hoogtepunt in oktober in 82 landen, verzanden overal ter wereld de idealen momenteel in discussies over overlast. Soms zijn kampen hardhandig ontruimd, zoals het beroemdste, dat in Zuccotti Park bij Wall Street op Manhattan. Slapen in de Occupy-tentjes mag in Amsterdam niet meer. Een cynicus kan in zo’n verlaten tentje gemakkelijk een symbool zien. Occupy als lege huls. Of zal de beweging meer worden dan een breed gedeeld gevoel van bevrijdend protest? Lange lijsten van eisen stelden de demonstranten, op pleinen overal ter wereld, maar uiteindelijk komen die allemaal hier op neer: beteugel het graaikapitalisme, herover de democratie, verdeel rijkdom rechtvaardiger. En houd eens op te doen alsof dat onmogelijk is.

De Sloveense filosoof Slavoj Zizek verwoordt het mooi in de schijnbaar geheel op Occupy geschreven inleiding bij de vertaling van zijn boek Eerst als tragedie, dan als klucht uit 2009. ‘Tegenwoordig zijn het onmogelijke en het mogelijke op een rare manier verdeeld,’ schrijft hij. Op biotechnologisch en op consumptiegebied is niets meer onmogelijk. Maar op sociaal-economisch gebied geldt zelfs het allernormaalste, een stabiel bestaan, nu als onmogelijk. Het is zaak dit om te keren. ‘Misschien kunnen we niet onsterfelijk worden en moeten we het bij één penis houden, maar kunnen we wel meer solidariteit en gezondheidszorg hebben.’

We are the 99 procent is de slogan die Occupy gebruikt, waarbij de 1 procent de rijken en machtigen zijn. In het boek This Changes Everything schrijft samenstelster Sarah van Gelder dat het heel simpel is wat Occupy wil: ‘een wereld die werkt voor de 99 procent’. De eerste stap: de ruimte scheppen om te denken over alternatieven, heeft Occupy daarmee genomen, constateerde Zizek in oktober in een speech in Zuccotti Park. Nu kwam het er volgens hem op aan dat de beweging zichzelf niet al te hard ging feliciteren. Naar die raad is slecht geluisterd, blijkt uit This Changes Everything.

Dit is het eerste boek over Occupy – meer dan een bundel artikelen is het dan ook niet. De samenstelster noemt het zelf een ‘instant boek’, snel samengesteld door een gisse uitgever en de redactie van het anticorporatistische Yes- Magazine dat zich razendsnel met de Occupyers vereenzelvigde. De opbrengst ervan gaat naar Occupy en vijfhonderd boeken werden onder de kampeerders verspreid. Maar voor een boek over een mondiaal verschijnsel heeft het nogal een ons-kent-ons karakter, de meeste verslagen en observaties komen uit Zuccotti Park.

De speech van Zizek staat er overigens niet in, zelffelicitatie wel. De inleiding en het voorwoord gaan over het feest van menselijkheid dat in de kampen plaatsvond, met de human mic als hoogtepunt, het door herhaling van de zinnen van een spreker verspreiden van diens woorden bij gebrek aan een geluidsinstallatie. De auteurs (actievoerders, geëngageerde journalisten) zien de human mic niet zozeer als protestfolklore maar eerder als symbolisch voor echte democratie. Door woorden van een ander te herhalen luisteren omstanders echt en stellen zich open voor de ander. De human mic versterkt zo de saamhorigheid. Van Gelder nam een emotioneel dagboek op over de eerste Occupy dagen: ‘14 oktober. Weer tranen. Het mooiste soort tranen. Tranen van inspiratie, veroorzaakt door de macht van het volk.’

Het interessantste stuk in het eerste deel is dat over geweld, of beter het grotendeels uitblijven daarvan bij Occupy-demonstraties. Niemand heeft geweld verboden – er is immers geen leiding – maar mensen worden opgeroepen ‘te overwegen hoe individuele acties op de hele groep kunnen terugslaan’. Dat is tot nu toe kennelijk genoeg geweest. Weliswaar zijn er in Occupy-kampen in de VS acht doden gevallen en is één man gearresteerd voor aanranding van een vrouw, maar tot rellen is het alleen in Rome gekomen.

Het nieuwsgierigst maakt deel twee van het boek, met concrete voorstellen de wereld te verbeteren langs Occupy-lijnen. Maar verder dan een eerste aanzet tot vrijheid, gelijkheid en broederschap komt het nog niet. Een epidemioloog vertelt over de talrijke medische problemen waar ongelijke samenlevingen onder gebukt gaan. Er zijn wat voorstellen voor ‘economische democratie’; meer inspraak van werknemers in bedrijven haalt de bonus-cultuur onderuit. Er is een pleidooi voor nationale banken, natuurlijk ‘community based’, en voor rechtvaardiger internationale handels- en investeringsregels. En: heeft u uw geld al naar een kleinere, verantwoorder bank verhuisd?

Het geheel oogt als lap- en haastwerk, maar een volgend boek zal dit vermoedelijk herstellen. De liefde voor lokale houtje-touwtje oplossingen van Occupy sluit namelijk perfect aan bij het recente denken van wetenschappers over de kwetsbaarheid van mondiale systemen: netwerken van lokale stelsels, of het nu om voedsel of om geld gaat, gelden als veerkrachtiger. Maar mondiale stelsels zijn daarnaast noodzakelijk, en die lijkt Occupy, afgaande op dit boek, geheel af te willen danken ten gunste van handopsteken op pleinen.

Maar om de toekomst draait het in dit boek minder dan je zou denken, eerder om de vraag wat zich deze maanden eigenlijk afspeelt. Met een aantal zaken feliciteert Occupy zich terecht. Hoogst geïndividualiseerde westerse consumenten schudden passiviteit en slachtofferdenken van zich af en oefenen vergeten burgervaardigheden als gemeenschapszin. Belangrijker: de demonstranten hebben de fuik van het crisisdenken geopend en het absurde daarvan laten zien. Het denken over minder destructieve vormen van kapitalisme, tot voor kort alleen beoefend in nissen van milieukundigen en alternatieve economen, heeft daarmee in potentie een veel breder publiek gekregen. Occupy laat zien waar we mee te maken hebben: een systeemcrisis die niet zozeer om bezuinigingen als wel om hervormingen vraagt – iets wat politici, zoals de filosoof John Gray eerder in deze krant opmerkte, tot nog toe niet publiekelijk onder ogen hebben durven zien.

Maar This Changes Everything vermijdt de pijnpunten en de open vragen: door hun pensioenen, verzekeringen en hun consumptiepatroon zijn de 99 procent stevig aan de 1 procent geknoopt. Jezelf uit het systeem denken is makkelijker dan eruit stappen. Occupy is een jonge, linksige aangelegenheid. In die hoek zijn natuurlijk meer omwentelingen begonnen, maar als het niet lukt een brug te slaan naar Henk en Ingrid is het fenomeen gedoemd in schoonheid te sterven. Hoe kan Occupy politieke en economische druk uitoefenen? En wat als een beter kapitalisme een verlaging van het consumptiepeil betekent?

Wat het meest opvalt aan This Changes Everything is het zelfbewustzijn van de Occupyers. ‘De 99 procent zitten niet langer langs de zijkant van de geschiedenis,’ schrijft Sarah van Gelder. ‘Wij maken de geschiedenis.’ Relativerend is daarom de in het boek afgedrukte speech van Naomi Klein, de koningin van wat ooit de antiglobaliseringsbeweging was. Klein vergelijkt Occupy met de antiglobalisten, die ‘eind jaren negentig de fout maakten het kapitalisme aan te vallen tijdens een economische boom’. Geen wonder dat ze moeite hadden medestanders te vinden. Nu, zegt Klein, ‘is het alsof er geen rijke landen meer zijn, alleen maar een paar rijke mensen’.

Dit maakt de positie van Occupy misschien sterker dan die van de antiglobalisten indertijd. Maar dat de beweging deze Economische Winter overleeft, staat allerminst vast.

Slavoj Zizek: Eerst als tragedie, dan als klucht . Boom, 240 blz. € 24,95

    • Maartje Somers