Voor Iraniërs is dreiging oorlog angst van alledag

De shi’itische geestelijken in Iran roepen de natie op om klaar te zijn voor strijd met de vijand. De kans op oorlog is het gesprek van de dag. Mensen bereiden zich voor.

Voor de Iraanse leiders zijn de Israëlische dreigementen om een oorlog te beginnen wegens het nucleaire programma van het land bijna routine. Gretig beantwoorden ze zulk tromgeroffel met eigen dreigementen. Maar bij de gewone Iraniërs neemt de angst voor oorlog toe.

De shi’itische geestelijken die Iran leiden, prijzen publiekelijk de kracht van het Iraanse leger. Dat staat klaar om de vijand een „klap” in het gezicht te geven. Commandanten bluffen dat Iran 150.000 raketten op Israël kan afvuren als ook maar één Israëlische bom Iraans grondgebied raakt.

De natie wordt opgeroepen klaar te zijn voor een confrontatie met de vijand. „Wees waakzaam”, hield Mansour Azri maandag de gelovigen in de Ark-moskee in Teheran voor, tijdens een sessie waarin klaagzangen worden gezongen over de dood van een van de belangrijkste shi’itische heiligen, imam Hoessein. „De vijand smeedt complotten om de glorieuze islamitische republiek te gronde te richten. Er zijn vele gevaren op ons pad. We moeten rekening houden met elke mogelijkheid.”

Er zijn maar weinigen in Iran die het oneens zullen zijn met die woorden, maar in plaats van zich klaar te maken voor verzet, zijn de meeste mensen steeds banger dat een gewapend conflict, of zelfs een oorlog, verregaande gevolgen kan hebben.

In de metro, in taxi’s en tijdens familiebezoeken gaan de gesprekken over een mogelijke oorlog en hoe huis en haard beschermd kunnen worden. Sommigen vullen hun voorraadkasten, anderen wisselen geld om voor waardevastere buitenlandse valuta en mensen in de hogere middenklasse proberen hun visa voor andere landen te verlengen, voor het geval ze moeten vluchten.

Deze maand heeft Arash, een binnenhuisarchitect, besloten extra zakken rijst te kopen. Hij heeft zijn nieuwe vriezer gevuld met vlees. „Ik vrees dat we grote instabiliteit tegemoet gaan, misschien door oorlog of door een ineenstorting van de machtsstructuur van de islamitische republiek. Dus ik heb besloten voorbereidingen te treffen”, zegt Arash, die zijn achternaam uit vrees voor zijn veiligheid niet wil geven. Ook al wil hij niet weg, hij heeft toch een visum voor de Verenigde Staten aangevraagd. Voor de zekerheid. „Laat ik het zo zeggen: na meer dan 30 jaar islamitische republiek hebben Iraniërs geleerd alle opties open te houden”, zegt Arash.

De spanningen tussen Iran en het Westen zijn opgelopen na een mysterieuze explosie op een raketbasis in de buurt van Teheran op 12 november, die de hoofdstad op zijn grondvesten deed schudden en velen deed denken dat de oorlog al begonnen was. Ook het bruuske vertrek van alle Britse diplomaten na een aanval op hun kanselarij en woningen door aanhangers van de harde lijn op 29 november, en het gedwongen vertrek van alle Iraanse diplomaten uit Londen als vergelding, houden de geruchtenmachine draaiende.

Dat Iran zondag een Amerikaans ombemand spionagevliegtuig neerhaalde, geldt als zoveelste bewijs dat er iets op til is. Veel Iraniërs zien een duidelijk patroon in de opeenstapeling van gebeurtenissen. Oorlog, zeggen ze, lijkt onafwendbaar.

„Wij Iraniërs zijn soms als kippen zonder kop, het duurt even voordat we door hebben wat er gaande is”, zegt Mehrdad, een computertechnicus, die ook niet met zijn achternaam in de krant wil. „Langzaam maar zeker zien de mensen in dat er iets vreselijks aan de hand is.”

Mahnaz Mahjori, een psychologe, benadrukt dat Iraniërs wel wat gewend zijn. Ze heeft geen mensen in haar praktijk die geestelijke problemen hebben wegens de oorlogsdreiging. „Maar mijn vrienden en ik praten er veel over”, zegt ze. „We maken ons zorgen over wat voor verandering ons te wachten staat.”

De onzekerheid over de toekomst wordt ook gevoed door de toenemende sancties. Terwijl de Iraanse leiders volhouden dat het land geen serieuze problemen ondervindt door de restricties, volgen de Iraniërs hoe de lokale munt snel waarde verliest tegenover de euro en de dollar, en hoe de prijzen van goud, maar ook van vlees en rijst flink zijn gestegen.

Het enige wat de Iraanse economie drijvende houdt, zijn de recordopbrengsten van de olieverkoop, meer dan 75 miljard euro vorige jaar. „Maar als er een internationaal olie-embargo komt, stort alles als een kaartenhuis in elkaar” , zegt Masoud Niktab, 31, een boekenverkoper. „Dan zullen het de gewone mensen zijn die het heel zwaar krijgen.”

De uitzichtloosheid van het conflict maakt wanhopig, maar sommigen verlangen naar oorlog. „De dreigementen, de sancties en zelfs het idee van oorlog maken me blij”, zegt kunstenares Niloofar Mohammadi. „Er moet een verandering komen in Iran, het maakt me niet uit hoe.”

    • Thomas Erdbrink