Tv-uitzending was cruciaal voor deze erkenning

Nu zijn er excuses van Nederland voor een militaire actie in Indonesië, 64 jaar geleden. Destijds wond niemand in Nederland zich op over het bloedbad.

150.000 Indonesiërs kwamen om tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, eind jaren veertig. Voor de dood van negen van hen betaalt de Nederlandse Staat nu een schadevergoeding én biedt hij excuses aan. De nabestaanden van enkele van de mannen die op 9 december 1947 in Rawagede werden vermoord, hebben dat via de Nederlandse rechter afgedwongen.

Het vonnis was niet gebaseerd op nieuwe feiten. Dát Nederlandse militairen, tijdens een zoektocht naar een guerrillastrijder, het dorp Rawagede hadden ‘schoongeveegd’ en daarbij vele mannen hadden vermoord, was nooit een geheim. In 1948 veroordeelde de VN de actie als „moedwillig en meedogenloos”. In Nederland maakte ‘Rawagede’ weinig indruk. Toen de militairen in 1949 na het verlies van de kolonie Nederlands-Indië terugkeerden, was Nederland druk bezig met het verwerken van die andere oorlog.

Het duurde twintig jaar voordat Indiëgangers op televisie naar buiten kwamen met verhalen van oorlogsmisdrijven die hadden plaatsgevonden tijdens wat eufemistisch de „politionele acties” werden genoemd. In 1969 vertelde een voormalige dienstplichtige soldaat in het VARA-programma Achter het Nieuws dat de executies die Nederland uitvoerde niet anders waren dan de Duitse razzia in Putten in 1944.

Eind jaren zestig werd ook het taboe op spreken over de eigen oorlogsmisdrijven doorbroken. Er kwam een regeringsonderzoek naar de Nederlandse wandaden in de koloniale oorlog.

Het bloedbad van Rawagede was één van de 76 excessen die uit dat onderzoek naar boven kwamen. Maar het was zeker niet de meest spraakmakende. Er werd geen politiek oordeel uitgesproken in het rapport Excessennota van de onderzoekscommissie. Vervolging werd als „niet opportuun” ter zijde geschoven. Wat daarbij een rol speelde, was dat er geen slachtoffers waren die om erkenning of genoegdoening riepen, schrijft militair historica Stef Scagliola in haar proefschrift Last van de Oorlog (2002).

In 1995 ontdekte een documentairemaker een monument in Balongsari, zoals Rawagede inmiddels heet. Toen bleek dat er geen 150 burgers waren gedood in 1947, zoals de Excessennota vermeldde, maar 431. In een RTL-reportage kregen de analfabete dorpelingen na al die jaren een stem en een gezicht.

Het was begin augustus 1995. Eén maand na de val van Srebrenica, die nieuwe nationale schande. Het Openbaar Ministerie in Arnhem begon een strafrechtelijk onderzoek, maar staakte dat al gauw, wegens gebrek aan nieuw bewijs. Er gingen nog jaren overheen voor de zaak alsnog voor de rechter kwam. Bedoeld om tot erkenning, excuses en schadevergoeding te komen. Van vervolging van de daders was geen sprake.

Ondertussen voelen Indiëveteranen die bij het bloedbad betrokken waren er nog steeds weinig voor om ook hun kant van het verhaal te vertellen. In oktober maakte het NCRV-programma Altijd wat een uitzending over de militairen die de executies zouden hebben uitgevoerd. Niet één verscheen in beeld.

Het Comité Nederlandse Ereschulden wil ook geld en excuses voor de andere 75 excessen. Het vonnis uit september stelt dat alleen direct betrokkenen daar recht op hebben. De vraag is wanneer de volgende slachtoffers op de buis verschijnen.