Tussen de gruwel door is er thee van Elektra

Orest van Manfred Trojahn door Ned. Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Gezien: 8/12 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 28/12. Inl.: dno.nl ***

Waar de opera Elektra van Richard Strauss in 1909 stopte met de bloedige nasleep van de Trojaanse oorlog, daar gaat een eeuw later Manfred Trojahn verder met zijn opera Orest. De goed gezongen en gespeelde wereldpremière bij de Nederlandse Opera kreeg een welwillend applaus, zonder veel enthousiasme.

De deprimerende slotscène naast de kerstboom gaf daar ook weinig aanleiding toe: de moord op Hermione is dan wel niet volvoerd, maar er is geen sprake van ‘in de mensen een welbehagen’. Tijdens de tachtig minuten durende voorstelling is er voor Orestes nauwelijks iets veranderd. „Een kerstnachtmerrie zonder hoop”, zei regisseur Katie Mitchell gisteren in het Cultureel Supplement van deze krant.

Moord, wraak en weerwraak beheersen het vervloekte nageslacht van Atreus. Nu zijn Agamemnon, Klytaimnestra en Aigisthos vermoord. En nog is het niet genoeg. Elektra: „Bloed moet vloeien, bloed, in deze bloedige wereld, die vrijer en mooier wordt wanneer er meer bloed zal vloeien.” Ze drijft Orestes, die met een bijl op zijn moeder inhakte, tot de moord op tante Helena met een elektrische boormachine, een doe-het-zelfmoord.

Waar Strauss na Salome en Elektra het einde van zijn extreme expressie bereikte, gaat Trojahn nu verder. Zijn heftige en vaak duistere muziek, doorschoten met scherpe, felle oprispingen en ijselijke kreten is een soort geactualiseerde Strauss. Maar ondanks de inzet van dirigent Marc Albrecht en zijn musici zonder diens overweldigende dramatische kracht.

De bloederige enscenering van Katie Mitchell is een vervolg op de verpletterende Elektra van Harry Kupfer uit 1977: het slachthuis van Atreus, waar mensen werden gedood als beesten. Mitchell situeert de horror juist in huiselijke sfeer, tussen de moorden door zorgt Elektra voor thee.

De titelrol van Orestes (Dietrich Henschel) is opvallend klein en ook Menelaos (Johannes Chum) heeft weinig in te brengen. Naast de hardhandige Apollo (Finur Bjarnason) wordt de dienst uitgemaakt door de vrouwen: Elektra (Sarah Castle), Helena (Rosemary Joshua) en Hermione (Romy Petrick), in één scène verenigd in een messcherp terzet.