Toekomstkansen

Een van de voordelen van internet is dat ik banen krijg aangeboden waar ik niet om gevraagd heb. Onaangekondigd ploppen ze mijn postvakje binnen, deze aanbiedingen die ik eigenlijk niet mag weigeren. Het geeft een geruststellend gevoel dat ik altijd nog ergens aan de slag kan, al is het dan niet als columnist.

Neem deze aanlokkelijke werfpoging van de service-company van Monika Simkova, van wie ik overigens nog nooit gehoord had. Haar afdeling personeelszaken laat me weten dat er personeel gezocht wordt voor ‘een internationaal bedrijf’. Ze bieden flexibele werktijden, een goed salaris, carrièremogelijkheden, drie weken vakantie en de betaling van belastingen en verzekeringen. Wat wil ik nog meer? Ik hoef mijn cv’tje maar op te sturen en morgen kan ik beginnen.

Maar het is moeilijk kiezen, want ook ene B. Simonson trekt aan mij, al laat hij helaas in het midden namens welk bedrijf. Zijn in het Engels gestelde aanbieding deed mij onmiddellijk watertanden: „A super possibility is there for you to become a member of a big progressing business in internet sphere. Our thriving command is a global leader in electronic commerce (…). We offer executives a positive and healthy atmosphere, a competitive reward and a lot of benefits (…). We provide an excellent career promotion, competitive emolument 45.000 – 60.000 eur annualy, plus fantastic benefits.”

Waar wacht ik nog op? Het vaste salaris zou wat hoger mogen, maar met die fantastic benefits erbij kom ik misschien toch in de buurt van de balkenendenorm. (Vreemd lijkt me dat trouwens: voortleven als norm, niet als premier.)

De reden dat ik nog steeds niet heb toegehapt, ligt op een heel ander vlak. Een mens wil nu eenmaal zoveel mogelijk geld verdienen met zo leuk mogelijk werk, en ik weet nog te weinig van Monika Simkova en B. Simonson af om daar helemaal zeker van te zijn.

Bovendien ontdekte ik een andere mogelijkheid om veel geld te verdienen met aardig werk. Ik zag de pas uitgekomen film New Kids Nitro van Steffen Haars en Flip van der Kuil. Ik had al veel over de New Kids gehoord – hun eerste film trok een miljoen bezoekers – maar nog nooit iets van ze gezien. Haars en Van der Kuil voeren in hun werk vijf hangjongeren uit het (bestaande) Brabantse dorpje Maaskantje ten tonele die hun oerdriften mogen afreageren. De jongens doen alles wat de pastoor van Maaskantje eeuwenlang verboden heeft: vloeken, ontucht bedrijven en moorden.

Wat de film voor mij nogal eentonig maakte, waren de dialogen van de jongens. Ik schat dat de scheldwoorden ‘kut’ en ‘homo’ elk een keer of vijfhonderd gebruikt worden. De ene jongen schreeuwt: „Vuile kuthomo!” En de andere schreeuwt terug (er wordt alleen maar geschreeuwd): „Godverdomme kut-Friezen!” Soms roept een groepje jongens op de achtergrond nog: „Ha homo!”

En dat tachtig minuten lang – dat is láng.

Als je op deze film afgaat, wordt Brabant louter bevolkt door tokkiejongens met een hersenbeschadiging. Het is alsof die jongens – en misschien ook wel hun bedenkers, die zelf ook afkomstig zijn uit Maaskantje – allemaal een grote angst hebben voor vrouwen en homo’s. Hoe zou dat komen? Zou dat misschien nog met die pastoor van Maaskantje te maken hebben? Gluurde hij?

Volgens mij hebben de New Kids in de eerste plaats een goede scenarioschrijver nodig, die wat meer variatie in het schreeuwen brengt – of mag praten ook? Ik weet wel iemand.