Theater Dakota wil bieden wat de buurt graag wil zien

Er zijn te veel podia in Den Haag, volgens de Haagse wethouder cultuur. Toch ging onlangs Theater Dakota open. „We hadden geen jaar later om subsidie moeten vragen.”

De theatersector mag het tij tegen hebben, in het Haagse stadsdeel Escamp opende onlangs een gloednieuw theater zijn deuren. Trots laat directeur Paul Cornelissen van Theater Dakota de zaal zien. De tribune met 187 stoelen is inschuifbaar, zodat de zaal ook dienst kan doen als locatie voor symposia en feesten. „Kijk, hier zit een aansluiting voor een mobiele bar.”

Inzetten op ‘cultureel ondernemerschap’ is in deze tijd verstandig. Het wordt zeker zeer gewaardeerd door het Haagse stadsbestuur. Nieuwe subsidieaanvragen worden zwaarder op dat criterium beoordeeld.

Dakota krijgt tot en met 2012 jaarlijks bijna vier ton subsidie. Daarnaast heeft het theater eenmalig 1,3 miljoen euro ontvangen voor de verbouwing en inrichting. Woningcorporatie Vestia legde ook nog eens 650.000 euro op het project toe. Maar het Rijk bezuinigt op cultuur, en ook de gemeente Den Haag kort zo’n 20 procent op het budget voor kunst en cultuur.

Wethouder Marjolein de Jong liet onlangs weten dat Den Haag in haar ogen een overschot aan podia heeft. Niet de ideale omstandigheden voor een beginnend theater, weet ook directeur Cornelissen. „We hadden geen jaar later moeten zijn, want dan hadden we de subsidie waarschijnlijk wel kunnen vergeten.”

Dakota stamt nog uit het plan voor ‘cultuurankers’ van de voormalige wethouder Jetta Klijnsma (PvdA). In vier verschillende stadsdelen zouden Hagenaars ook dichtbij huis in aanraking moeten komen met kunst en cultuur.

Escamp (113.000 inwoners), dat voor een groot deel bestaat uit de achterstandswijk Zuidwest, moest het voorheen met twee kleine poppodia en twee bibliotheken stellen. Maar volksverheffing door middel van ‘wijkcultuur’ is in het huidige politieke klimaat allerminst een prioriteit.

Wijktheaters krijgen alleen nog subsidie als zij een „aantoonbare meerwaarde” hebben voor hun wijk of stadsdeel. „Of de mensen uit de wijk komen of uit Zandvoort maakt niet uit. Theaters moeten een goed programma bieden en voldoende bezoekers trekken. We hebben het over cultuurinstellingen en niet over wijkcentra”, zegt wethouder De Jong.

Om in de periode 2013-2016 weer subsidie te krijgen, moet Dakota concurreren met gevestigde namen. Een commissie adviseert het stadsbestuur daar komend voorjaar over. Maar Cornelissen verwacht dat zijn kersverse theater goede kans maakt. Onder meer dankzij de binding met de wijk.

Cornelissen vertelt over de kansen die Theater Dakota aan bewoners en startende kunstenaars in de buurt biedt. Zo mag een vrouw uit de wijk elke maandagavond de studio van het theater gebruiken om een kindertheatervoorstelling te ontwikkelen.

De theaterdirecteur ziet ook een grote potentiële doelgroep in de 34 basisscholen die Escamp telt. „In dit stadsdeel wonen tienduizenden kinderen, die nu naar het theater kunnen lopen. Dat is toch aantrekkelijker dan een kwartier met de tram.” Om mensen te verleiden naar het theater te gaan, zijn culturele prikkels in de wijk nodig, stelt Cornelissen. „Een grote Albert Heijn in het centrum is ook niet voldoende voor de hele stad.”

Zonder de basissubsidie van een kleine vier ton redt Dakota het volgens Cornelissen niet, zelfs al zou elke voorstelling uitverkocht raken. Het theater probeert de kosten te drukken door weinig mensen aan te nemen en „slecht te betalen”. De theaterdirecteur vertelt dat hij in de buurt al 24 vrijwilligers bereid heeft gevonden om te helpen. Een eigen programmeur ontbreekt; de programmering wordt deels overgelaten aan vijf partners, waaronder het Theater aan het Spui.

Het zwaartepunt in de programmering ligt volgens Cornelissen op muziek, toneel, cabaret en moderne dans. Onder meer Jan Rot, Rob Kamphues en Jasper van Kuijk zijn dit seizoen in Dakota te zien.

Cornelissen zegt de programmering aan te passen aan de wensen van de buurtbewoners. „Ons artistieke profiel is Escamp. Ook de PVV’ers hier in de buurt, en daar zijn er veel van, willen mooie dingen zien. Zij vinden kunst geen linkse hobby.”