Spaanse probleembank eindelijk verkocht

Niemand durfde zijn vingers er aan te branden, maar Banco Sabadell neemt de Spaanse probleembank Cam nu toch over. Voor één euro.

Het geeft te denken. Sinds het instorten van de Spaanse huizenmarkt geniet de term cajas tot ver buiten Spanje naamsbekendheid. In de internationale financiële wereld zijn ‘cajas’ synoniem geworden voor alles wat wantrouwen jegens Spanje rechtvaardigt. Cajas is kort voor cajas de ahorros, de regionale spaarbanken die een hoofdrol speelden in het opblazen van de vastgoedzeepbel in Spanje.

De cajas beleefden hun internationale doorbraak na het uitbreken van de Griekse schuldencrisis, die begin 2010 ook onrust begon te zaaien over Spanje met zijn begrotingstekort van ruim 11 procent (eind 2009). Er kwam ook onrust door de hoge particuliere schuldenlast. De Spaanse financiële sector – die met topbanken als BBVA en Santander aanvankelijk zo goed de mondiale kredietcrisis was doorgekomen – bleek sterk geraakt door het instorten van de huizenmarkt.

Vooral de cajas hadden gevaarlijk veel dubieuze vastgoedleningen uitgeschreven. Ze groeiden uit tot de achilleshiel van Spanje. Kon de centrale staat hun verliezen wel blijven afdekken zonder zelf in problemen te komen? vroegen beleggers zich ineens af.

Toen moest het schandaal rond Caja de Ahorros Mediterráneo (CAM) nog naar buiten komen. Deze caja uit Valencia zou ,,het ergste van het ergste” blijken, stelde de gouverneur van de centrale bank na afgelopen juli geïntervenieerd te hebben. Het bestuur van CAM was, zoals bij alle cajas, goed gevuld met regionale en lokale politici.

Zij financierden veel te ambitieuze vastgoedprojecten van politieke vrienden of leenden ze voor extreem lage rentes miljoenen uit voor privédoeleinden. Ze knoeiden op grote schaal met de boeken om alle miljardenverliezen te maskeren. Sommige bestuurders stapten op tijd van het zinkende schip, met medeneming van hoge bonussen en gouden pensioenregelingen.

In eerste instantie stutte Madrid de CAM met 2,8 miljard euro uit de FROB, een herstructureringsfonds dat de staat heeft opgericht voor de financiële sector. Ook kreeg ze een kredietlijn van 3 miljard toegeworpen van de centrale bank.

Maar de regering maakte ook duidelijk dat ze snel van de caja afwilde. CAM bezit een vastgoedportefeuille met 17,8 miljard aan slechte leningen en nog eens 7 miljard euro aan bouwgrond en vastgoed, waarvan de vraag is wat ze nog waard zijn.

Geen enkele financiële instelling wilde zijn vingers aanvankelijk branden aan dit gifvat, maar deze week vond de staat toch een koper. Banco Sabadell, een middelgrote bank, neemt CAM over voor het symbolische bedrag van één euro. Het leent hiervoor niet uit het FROB, maar krijgt geld uit het nationale depositogarantiefonds (FGD), dat gevuld wordt door de financiële sector zelf.

Er is bijna 5,3 miljard euro nodig om de directe verliezen te dekken. Daarnaast zal het FGD voor 80 procent garant staan bij tegenslagen die de vastgoedportefeuille nog kan opleveren. De centrale bank schat optimistisch dat die verliezen beperkt blijven tot 1,3 miljard euro.

Onder deze regeling betalen ook gezonde banken mee aan het opruimen van de troep. De regering had echter geen andere optie. Ze dreigt dit jaar al sterk af te wijken van de begrotingsdoelstellingen die Brussel oplegt. Vanwege het schokkende wanbeleid bij CAM was er bovendien geen maatschappelijk draagvlak om belastinggeld aan te wenden.

De aandelenkoers van Banco Sabadell steeg de afgelopen dagen uitbundig. Een teken dat de markten vertrouwen hebben in deze reddingsoperatie.

Toch zijn er ook vraagtekens bij te plaatsen. Het depositogarantiefonds is leeg en zal moeten worden aangevuld. En hoewel het begrotingstekort nu niet verder stijgt, zijn het uiteindelijk wel de Spaanse belastingbetalers die de rekening gepresenteerd zullen krijgen. De banken die nu de miljarden moeten ophoesten, zullen de kosten verhalen op hun klanten, de Spaanse burgers. Ze zullen hogere commissies vragen en minder aantrekkelijke rentetarieven bieden. Ook zullen ze nog minder geld kunnen uitlenen, waardoor economisch herstel nog langer uitblijft.