Rutte: makkelijker met zeventien

Premier Rutte probeerde tijdens de eurotop de Britten erbij te houden, maar wilde geen uitzonderingspositie voor de City – dat zou schadelijk kunnen zijn voor Amsterdam.

Netherlands Prime Minister Mark Rutte arrives for an informal dinner gathering European Union (EU) heads of State or government on the eve of an European Union summit at the EU headquarters on December 8, 2011 in Brussels. AFP PHOTO / ERIC FEFERBERG AFP

Nederland had de Britten er afgelopen nacht graag bij gehouden, zei premier Mark Rutte. Het was beter, vond hij, om met alle 27 EU-landen strenge begrotingsregels vast te leggen. Maar met zeventien was het makkelijker: alleen de eurolanden en dan eventueel nog de niet-eurolanden die graag mee willen doen. „Er hoeft nu geen EU-verdrag gewijzigd te worden”, zei Rutte.

De PvdA, waarvan de regering afhankelijk is bij beslissingen over Europa, had eerder gezegd dat er nieuwe verkiezingen moeten komen als het Europese verdrag veranderd wordt. Nederland zou dan soevereiniteit overdragen aan Brussel, wat volgens het regeerakkoord niet de bedoeling is.

Rutte zal nu moeten proberen om de PvdA ervan te overtuigen dat Nederland bij een nieuw verdrag, waar niet alle EU-landen aan meedoen, géén soevereiniteit opgeeft.

Brusselse bronnen zeiden vanochtend dat Rutte in de vergadering coöperatief was geweest: hij had zich – ook al in de weken voor de top – ingespannen om de 27 EU-landen bij elkaar te houden, hoewel Nederland het liefst geen ingewikkelde verdragswijziging wilde. Maar toen de eenheid niet meer overeind te houden was, was Rutte meteen bereid geweest om met minder landen verder te gaan.

Ruttes belang om de Britten erbij te houden was groot. Al sinds de beginjaren van de Europese integratie probeert Nederland het Verenigd Koninkrijk te betrekken bij het continent. Nederland was in de naoorlogse jaren aanvankelijk huiverig voor deelname aan vroege structuren als de EGKS (de voorloper van de EU) omdat het Verenigd Koninkrijk, een van de bevrijders, daar niet aan mee wilde doen.

Nederland ziet de Britten als een bondgenoot bij het ontwikkelen van de interne markt. Beide landen zijn op vrijhandel gericht en koesteren sterke trans-Atlantische banden. Juist het huidige kabinet-Rutte wil de band met de Britten verder uitbouwen.

Van alle Europese regeringsleiders die in Brussel bij elkaar zijn voor de top, gaven alleen Rutte en de Franse president Sarkozy aan het eind van de lange vergadernacht een persconferentie. Rutte zei daarin dat Groot-Brittannië de anderen had „overvraagd”. De eerste Britse eis was volgens Rutte in orde: dat de zeventien eurolanden nooit afspraken zouden maken over de interne markt zonder de niet-eurolanden daarbij te betrekken.

Maar de Conservatieve premier David Cameron had ook „allerlei uitzonderingsposities” willen hebben voor het Londense financiële centrum. „Daardoor zou Londen een andere concurrentiepositie krijgen dan Amsterdam, Luxemburg, Parijs en Frankfurt, en dat is onacceptabel. Het zou schadelijk zijn geweest voor Amsterdam.”

Dat er nu „zoveel mogelijk automatische sancties” komen voor landen die zich niet aan de regels houden, was volgens Rutte precies wat Nederland altijd had gewild. En dat die maatregelen niet meer zomaar kunnen worden tegengehouden door landen – alleen nog met een gekwalificeerde meerderheid – was in zijn ogen een groot voordeel. „Het is dan niet meer zo dat met een gezellig onderonsje tussen landen zomaar iets geregeld kan worden.”

Rutte was ook tevreden omdat een idee uit de ontwerpconclusies was gehaald: dat het permanente noodfonds, voor landen die dringend steun nodig hebben, zich kan gedragen als een financiële instelling – met een bankvergunning. Dat was een idee van Frankrijk, waar vooral Duitsland, Finland, Nederland en de Europese Centrale Bank zich fel tegen hadden verzet. „Mede door ons aandringen gaat dat niet door”, zei Rutte.

Het noodfonds zal volgens Rutte alleen „in uitzonderingsgevallen” landen te hulp kunnen komen zonder dat alle andere eurolanden het daarmee eens zijn. Finland had zich fel tegen dat idee (van Frankrijk en Duitsland) verzet en Finland zal nu nagaan of zo’n regel in strijd is met zijn grondwet. „Als dat zo is”, zei Rutte, „gaat het niet door”.

    • Petra de Koning