Mijn broer en mijn oom zijn doodgeschoten en ik krijg niks

De vandaag aangeboden Nederlandse excuses aan Rawagede komen met 180.000 euro. Negen families zijn opeens rijk. Maar heeft niet het hele dorp geleden?

INDONESIA, KARAWANG - FRIDAY, 09 DECEMBER 2011 The widow, Mrs. Tijenk (89 years old), greets the Dutch Ambassador to Indonesia, Tjeerd de Zwaan, after he offerring his apologies on behalf of the Dutch government for the 1947 massacre in the village, now called Balongsari, during the annual commemoration of it at the Rawagede monument. In a military operation called Project on 9 December 1947 the Dutch soldiers killed 431 villagers consisting of men and boys in Rawagede. On 14 September 2011 a Dutch court ruled that the Netherlands is liable for any damage suffered by the next of kin and that compensation must be paid to seven elderly widows of Rawagede victims. Photo by Ahmad 'deNy' Salman

Historische toespraken hoeven niet per se lang te duren, moet Tjeerd de Zwaan gedacht hebben. Pakweg vijf minuten sprak de Nederlandse ambassadeur in Indonesië vanmorgen enkele honderden mensen in het Javaanse dorpje Balongsari toe, in het Engels. „Vandaag herdenken wij gezamenlijk uw familieleden en dorpsgenoten, die vierenzestig jaar geleden het leven lieten tijdens een actie van Nederlandse militairen in uw dorp.”

Het belangrijkste zinnetje spreekt hij ook in het Indonesisch uit: „Vandaag wil ik u excuses aanbieden voor deze tragedie.” Hij gebruikt de woorden memohon maaf, wat zoveel betekent als vergiffenis vragen. Een mild applausje is zijn deel.

Eerder hadden zijn voorganger Nikolaos van Dam en voormalig minister Ben Bot (Buitenlandse Zaken) het al over „spijt” en „verontschuldigingen” voor Rawagede, zoals het dorp in 1947 heette, maar excuses zijn toch iets anders.

Bij die excuses hoort smartengeld: negen weduwen van Rawagede, van wie enkelen inmiddels niet meer leven, heeft de Nederlandse regering ieder 20.000 euro toegekend. Op de eerste rij in het publiek zitten de weduwen of hun kinderen, die nu ineens rijk zijn.

Geen van hen had twee weken geleden nog een bankrekening. Die moesten ze snel openen van hun Nederlandse advocaat, Liesbeth Zegveld. Binnenkort wordt daar ruim 240 miljoen rupiah op bijgeschreven. Afgezet op een maandinkomen dat in het dorp gemiddeld rond de 1,2 miljoen rupiah zal liggen, komt dat neer op zeventien jaarsalarissen. Dat geld staat al op de rekening van het kantoor van Zegveld, vertelt ze, het hoeft alleen nog naar Indonesië toe.

De vrijwel tandeloze mevrouw Wanti (93) kan aanvankelijk alleen „rijst kopen” verzinnen als bestemming voor haar geld. Even later komt ze ook nog op nieuwe ringen en „mijn huis mooier maken, dat is nu heel lelijk”.

Wanti verloor haar echtgenoot en twee broers bij de schietpartij in 1947. Ze zag dat niet met eigen ogen, maar vond hen later terug tussen de rijen dode mannen die ergens buiten het dorp op braakliggend terrein waren neergelegd. Samen met andere vrouwen sleepten ze de mannen terug naar het dorp. „We hebben de lijken niet eens meer gewassen, maar gewoon direct begraven voor ons huis.”

Mevrouw Tasmah – „ergens boven de 50” – is dochter van een weduwe die meedeed aan de rechtszaak tegen de Nederlandse Staat, maar bijna een jaar geleden overleed aan borstkanker. Net als Wanti weet ze nog niet hoeveel geld ze gaat krijgen, en ze reageert onaangedaan als ze het hoort. „God zij geprezen. Dank dat je me het vertelt.”

Ze werkt nu als rijstplanter op an dermans land. Dat werk wil ze blijven doen, maar straks op haar eigen land. Verder: een huis kopen, haar vijf kinderen naar de universiteit sturen en de rest sparen. „Het spijt me dat mijn moeder is overleden voordat dit besluit van de Nederlandse regering kwam. Ik hoop dat ze op een of andere manier te horen krijgt dat wij qua geld nu goed zitten.”

Dat geld levert wel een probleem op in een dorp waar veel meer dan negen families de sporen dragen van de moordpartij, waarbij ten minste 150 doden vielen. De rechtbank in Nederland bepaalde dat alleen overlevenden en weduwen recht hebben op smartegeld. Voor kinderen, kleinkinderen, broers of zussen is er geen vergoeding.

„Ik ben verdrietig, het is niet eerlijk”, zegt mevrouw Kartini (70), die tussen de nieuwe rijken in het publiek zit. Met tranen in haar ogen lacht ze ineens hard. „Toen ik zes was, werden mijn broer en mijn oom doodgeschoten. Mijn oom was als een vader voor me.”

Ze heeft wel van de collectieve rechtzaak gehoord, maar haar is nooit gevraagd om mee te doen, vertelt ze. „Dus nu krijg ik niks. Nou ja, laat maar dan. Ik blijf wel bevriend met die anderen, hoor.”

Sukarman, de voorzitter van de Stichting Rawagede die de jaarlijkse herdenkingen organiseert, verloor zijn vader in 1947. Ook hij krijgt niets van de Nederlandse regering. „Dat geld moet eerlijk verdeeld worden onder de getroffen families”, vertelt hij omstanders nadat de toespraken zijn afgelopen.

„Ik ben wel bang dat mensen die nu niets krijgen, naar me toe komen voor geld”, geeft mevrouw Tasmah toe. Ze blijft even stil. „Misschien is het een goed idee om met z’n negenen geld in te zamelen voor de anderen.”

Mevrouw Wanti staat daar ook voor open. „Ik doe mee met wat de anderen doen.”

Budi Setiawan (30, petje, windjack) staat even verderop bij een eettentje het gekrioel van dorpsbewoners, Nederlandse bezoekers en journalisten te bekijken. Door de uitgebreid versierde hagelwitte tent boven het publiek, de kleurrijke ballonnen die her en der verkocht worden en het nieuws over het geld dat binnenkort het dorp instroomt, zit de sfeer ergens tussen dorpsfeest en herdenkingsceremonie in.

Maar Budi is niet vrolijk. Hij weet wat er elk jaar herdacht wordt, hij verloor zijn opa in 1947. De excuses van de ambassadeur vindt hij „niet meer dan logisch”, maar net als de meeste andere mensen ontgaat hem het verschil tussen de nieuwe ‘excuses’ en de eerdere ‘verontschuldigingen’.

Hij is verder niet erg enthousiast over de aandacht die nu vanuit Nederland komt. „Er zou geld hierheen komen voor de ontwikkeling van het dorp, voor het bevorderen van toerisme, en kompensasi voor families van slachtoffers.

„Onze familie hoorde vijf jaar geleden al dat ze geld zouden krijgen, tien miljoen rupiah (800 euro). Dat is er allemaal nooit gekomen. Dus ik geloof niet dat mensen hier nu ineens wél 240 miljoen rupiah gaan krijgen.”

    • Jacco Hupkes