'Mij gaat het er om mensen thuis van de bank te krijgen'

Staatssecretaris Paul de Krom neemt de regelingen voor sociale werkplaatsen, arbeidsongeschiktheid en bijstand op de schop. Zijn doel is ‘werken naar vermogen’, met strengere keuringen en subsidie om doorstroming naar regulier werk te bevorderen.

Paul de Krom FOTO: VVD 2010

Directeuren van sociale werkplaatsen maken zich zorgen. Het kabinet bezuinigt op de hulp aan mensen die niet makkelijk werk vinden. Daardoor komt een kwart van die mensen thuis te zitten, stellen de directeuren.

„Dat is een onbewezen stelling”, reageert Paul de Krom (VVD), staatssecretaris van Sociale Zaken. „Ik denk dat de nieuwe wet juist zorgt voor meer werkende mensen. Wij brengen het aantal plekken in de sociale werkplaats in dertig jaar terug tot 30.000, omdat we denken dat die mensen elders kunnen werken. Nu heeft meer dan de helft de indicatie ‘begeleid werk’. Die kunnen met hulp bij gewone werkgevers terecht. Dat gebeurt alleen veel te weinig.”

„De sociale werkvoorziening is de grootste werkgever van Nederland. De lonen bedragen gemiddeld 120 procent van het minimumloon, en ook arbeidsvoorwaarden als pensioen zijn goed. Dus het is moeilijk om mensen uit de werkplaats te krijgen. Het is een fuik geworden. Dat vind ik niet sociaal.”

„Een paar maanden geleden was ik op bezoek bij een industriebedrijf. Daar werkte een man in de ploegendienst die daarvoor 24 jaar in een sociale werkplaats had gewerkt. Hij was supertrots op zijn nieuwe baan. Waarom heeft dat zo lang geduurd? Antwoord: iemand heeft bedacht dat het zielig was om hem in een normale werkplek te zetten. We moeten af van het zieligheidsdenken.”

Waar komen de mensen terecht die niet meer naar een sociale werkplaats mogen?

„Straks komen alle mensen met arbeidsvermogen, die hulp, ondersteuning of een inkomen nodig hebben, in de Wet Werken Naar Vermogen. We introduceren een nieuw instrument: loondispensatie. Die maakt het voor werkgevers aantrekkelijk deze mensen in dienst te nemen. Simpel gezegd: als iemand tien dozen per dag zou moeten inpakken maar hij kan er maar vijf inpakken, dan hoeft de werkgever louter de loonwaarde van die vijf dozen te betalen. De gemeente vult het loon aan tot maximaal het minimumloon. Dat kost minder dan een uitkering. Daarom begrijp ik niet dat de directeuren zeggen dat deze mensen achter de geraniums komen te zitten. Dat is een volstrekt onbewezen stelling.”

De stelling is dat gemeenten in 2013 80 procent van hun budget kwijt zijn aan de sociale werkplaats. Daardoor houden ze weinig over voor het helpen van de overige, pakweg, 400.000 mensen.

„In hun rekensommen gaan gemeenten en sociale werkplaatsen ervan uit dat er niks verandert. Maar de bedoeling is juist dat ze die hulp anders aanpakken. Ze kunnen zelf meer doen om de kosten te drukken. Bijvoorbeeld: werkplaatsen, die veel mensen detacheren bij gewone werkgevers, houden geld over. Er zijn grote verschillen tussen de 90 sociale werkplaatsen. De een detacheert 5 procent, de ander 70 procent. Per gedetacheerde werknemer houden werkplaatsen gemiddeld 10.000 euro over van de rijksbijdrage van 25.000 euro. Daar valt dus geld te winnen.”

Zegt u nou: gemeenten en sociale werkplaatsen hebben geld zat?

„Nee. Wat ik zeg is: er is een noodzaak tot hervormen van de sociale werkvoorziening. En dat kan met de financiële middelen. Maar je moet wel hervormen. Voor de overgangsperiode is extra geld nodig. En dat is beschikbaar: 400 miljoen euro. Gemeenten kunnen hun reïntegratiebudget veel doelmatiger inzetten. Een kwart wordt bijvoorbeeld nog steeds gebruikt voor gesubsidieerde banen [Melkertbanen, red.]. Die zijn in 2004 afgeschaft door rijksoverheid, omdat mensen niet bleken door te stromen naar regulier werk. Gemeenten kozen er zelf voor door te gaan. Dat is kostbaar, terwijl ik me afvraag of dat een goeie manier is om met je geld om te gaan.”

Veel gemeenten vinden de gedachte achter de wet goed. Wat ze hindert, is dat van het kabinet de arbeidsvoorwaarden in de sociale werkplaats niet mogen veranderen.

„Gemeenten gaan over de cao. Ik ben geen werkgever, dat zijn de gemeenten.”

Dus als zij de cao versoberen, prima?

„Dat is mijn verantwoordelijkheid niet. Dat is de verantwoordelijkheid van de gemeenten.”

U schat dat per jaar 10.000 minder mensen een Wajong-uitkering krijgen. Van hen belanden er 5.000 in de bijstand. Waar blijven die andere 5.000?

„Die komen niet in aanmerking voor een uitkering, omdat ze vermogen hebben, of een partner, of gezinsleden die geld verdienen.”

Gemeenten als Amsterdam zijn bezorgd dat de bezuinigingen zich opstapelen bij bepaalde gezinnen.

„Dat kan voorkomen. Wij hebben het aantal gezinnen dat te maken krijgt met een inkomensachteruitgang van meer dan 5 procent weten te beperken tot ongeveer 10.000. Om dat te ondervangen stelt het kabinet 90 miljoen euro extra beschikbaar voor bijzondere bijstand.”

Loondispensatie maakt het mogelijk om mensen in te huren onder het minimumloon. Ondermijnt dat niet het minimumloon?

„Daarom willen we niet dat loondispensatie zomaar voor iedereen beschikbaar is. Er komt een toegangstoets. Als daaruit blijkt dat mensen niet het minimumloon kunnen verdienen, dan volgt nog een toets, de loonwaardetoets. Die stelt vast hoeveel iemand wel kan verdienen. We zijn dit nu aan het testen. Hoe getoetst wordt, regel ik via de wet. De toets moet objectief gebeuren, want werkgevers hebben er belang bij dat de loonwaarde zo laag mogelijk is, dan betalen zij het minst. Iemand kan maximaal 9 jaar onder het minimumloon werken.”

Deze toets lijkt op de toets in de huidige Wajong. Het idee van de nieuwe wet was toch om jonge mensen geen stempel van onvermogen meer mee te geven?

„Het verschil is dat deze mensen straks vallen onder een activerende regeling, die erop gericht is mensen aan het werk te krijgen. Dat is de oude Wajong niet. Er zijn nu ook mensen in de bijstand die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Voor hen is er ook loondispensatie. Mij gaat het er om mensen thuis van de bank te krijgen. Dat krijg je niet voor elkaar zonder dit instrument.”

Gaat u dan 400.000 mensen toetsen?

„Nee. Het initiatief voor de toets ligt bij de gemeente of bij mensen zelf.”

Hoeveel mensen krijgen dan een indicatie?

„Ik weet niet hoeveel dat er zullen zijn. Aanvankelijk hadden we de gedachte: laten we de loondispensatie reserveren voor mensen met een arbeidsbeperking. Toen zeiden de gemeenten: doe dat niet. Want dan creëer je weer een aparte groep. Het criterium is nu breder.”

Het kabinet wil waarschijnlijk meer bezuinigen. Kunt u meer bezuinigen?

Met een lach: „Daar ga ik lekker niet op vooruit lopen. Eerst afwachten of het nodig is. Dat weten we komend voorjaar.”

Marike stellinga

    • Marike Stellinga