Meer zijn dan die allochtonendokter

Arda Göceroglu studeert nog medicijnen, maar doet ook al promotieonderzoek.

Hij is Nederlands en Turks, maar wil per se niet passen in het hokje ‘allochtonendokter’.

Kijk naar Arda Göceroglu (22): klein van stuk, tenger lijf, kalme motoriek. Hoor hem praten: bedachtzaam, zonder stemverheffing, geen grote woorden. Lees over hem, zijn ‘track record’ is op internet te vinden: werk-in-uitvoering, een droom-cv in aanbouw.

Arda Göceroglu studeert medicijnen in Leiden. Tot zover niets bijzonders.

Dan: een deel van zijn studie heeft hij gevolgd aan het Karolinska Institutet in Stockholm, internationaal vermaard door grensverleggend medisch onderzoek en vooral ook door de Nobelprijs voor Geneeskunde die er jaarlijks wordt uitgereikt. Hij houdt zich bezig met vluchtelingen en mensenrechten, als voorzitter in Leiden van een werkgroep (SCORP) binnen de internationale studievereniging van toekomstige artsen. Hij probeert stages voor medestudenten van de grond te krijgen in de Amsterdamse (Turkse) Vatan-kliniek, om beter te leren omgaan met allochtone patiënten. Afgelopen voorjaar won hij de Echo Award, een jaarlijkse prijs voor allochtone high potentials. Hierdoor mocht hij de afgelopen zomer twee maande naar de Universiteit van Californië in Los Angeles.

Studieresultaten tot dusver: steeds cum laude, al bezig met promotie-onderzoek naar nierziekte, waarover hij medische congressen in de VS heeft toegesproken.

Arda is geboren in een dorp bij Darmstadt, Duitsland. Zijn vader is Turks, zijn moeder Nederlands. Hun enig kind is hij. Toen Arda zes jaar was, verhuisde het jonge gezin naar Alphen aan den Rijn, waar zijn moeder is opgegroeid. Nog steeds woont hij hier, bij zijn ouders. Zijn vader is chauffeur op een vuilniswagen in Amstelveen. Zijn moeder werk als caissière bij een supermarkt. Zij stimuleren hun zoon alles uit het onderwijs te halen wat erin zit.

Onder druk gezet om te presteren?

„Helemaal niet. Ze zeggen ook steeds: meer dan je best kun je niet doen. Ze laten me volledig vrij in mijn keuzes. Toen ik zei dat ik een tijdje naar Zweden wilde om te studeren, was hun reactie: super, moet je doen, pak die ervaring. Ze jagen me niet op, ze remmen me niet af, ze stimuleren me gewoon.”

En daar komt jouw ambitie nog eens bij.

„Voortdurend hoor je mensen zeggen wat er mis is in Nederland, in de wereld. Klopt, heel veel is krom: grote tegenstellingen, scheve verhoudingen, onrechtvaardigheid. Iedereen heeft ’t erover. Maar ik hoor weinig mensen zeggen: daar ga ik wat aan doen.”

En jij zegt?

„Om te beginnen zeg ik: eerst wil ik een heel goeie dokter worden. Zodra ik dat ben, kan ik op verschillende manieren iets voor mensen betekenen.”

Klinkt een beetje vaag. Concreet?

„Er is ongelofelijk veel te doen in de gezondheidszorg. We leven in een interculturele samenleving, waarin we ...”

Intercultureel? Minder beladen woord dan multicultureel?

„Ik vind intercultureel een veel beter begrip dan multicultureel. ‘Multi’ klinkt als een opeenstapeling van losse groepen, terwijl we moeten werken aan meer interactie tussen mensen met verschillende achtergrond.”

En in die interculturele samenleving… ?

„...zullen wij, artsen, beter moeten leren begrijpen dat mensen met een Amerikaanse, Turkse of Afghaanse achtergrond allemaal hun eigen, deels cultureel bepaalde opvattingen meenemen over gezondheid en ziekte. In mediterrane landen krijgen patiënten bijvoorbeeld veel meer medicijnen voorgeschreven en wordt veel sneller een röntgenfoto of een scan gemaakt dan in Nederland. Ik zeg niet dat we in Nederland ook die weg moeten inslaan, helemaal niet. Maar je moet als arts wel weten hoe je daarmee omgaat. In allochtone groepen heerst veel wantrouwen tegen Nederlandse artsen. Men vindt dat ze te weinig dóen om je beter te maken.”

Er moet meer begrip komen?

„Ja, ik houd me nu ook bezig met medische zorg voor vluchtelingen. In Nederland wonen duizenden mensen die ooit gemarteld zijn, die op een verschrikkelijke manier partners, kinderen, familieleden, vrienden hebben verloren, die heel traumatische dingen hebben meegemaakt. Begrijpen artsen voldoende wat zoiets doet met een mens en hoe ze aan hen goede zorg kunnen bieden?”

Heb je hier een missie te volbrengen, als Turkse Nederlander?

„Dat is een lastig punt. Aan de ene kant zie ik dat ik een voortrekkersrol kan vervullen. Ik ben hartstikke Nederlands, maar door mijn naam, uiterlijk en familie ook duidelijk Turks. Als ik een bijdrage aan integratie tussen verschillende culturen kan leveren, dan zal ik dat zeker doen. Aan de andere kant: ik wil me niet in een hokje van ‘allochtonendokter’ laten stoppen. Ik wil me veel breder ontwikkelen.”

Ben je een idealist?

„Nee, ik ben een realist. Idealisme associeer ik met hippies en met Occupy-mensen in tentjes. Ik vind het mooi dat er mensen zijn die op zo’n manier hun bijdrage willen leveren aan een betere wereld. Maar het is niet mijn manier.”

Wat is jouw manier?

„Ik weet van mezelf dat ik de capaciteiten heb om deze studie te doen, promotieonderzoek te doen, om een heel eind te komen in de gezondheidszorg. Dat is mijn manier, waarmee ik niet zeg dat die beter is dan andere manieren.”

Wat vind je van de houding van medestudenten die genoegen nemen met een zes en het drukker hebben met baantjes dan met hun studie?

„Ik erger me er niet aan, maar soms verbaas ik me er over. In Turkije heb je een toelatingsexamen voor universitaire studies. Je moet er na de middelbare school een nationaal examen afleggen. Je score bepaalt welke opleidingen je mag volgen en op welke universiteit. Hoe hoger de score, des te meer keuze uit studies op de betere universiteiten je hebt. Vervolgens gaan de beschikbare plekken naar de groep met de hoogste score. Dan krijg je eerder studenten die beter en gemotiveerder zijn dan in Nederland. Als ik aan geneeskundestudenten in andere landen vertel dat in Nederland ook studieplekken via loting worden toegewezen, dan begint iedereen te lachen. Dat vindt men raar.”

En jij?

„Tja, laat ik zeggen dat ik het Zweedse systeem beter vind. Toen ik tot het Karolinska Instituut in Stockholm toegelaten wilde worden, werd er gekeken naar mijn cijferlijsten, naar mijn cv, ik moest een motivatiebrief schrijven en een sollicitatiegesprek voeren. Eén toelatingsexamen, zoals in Turkije, vind ik te veel een momentopname. De Zweedse manier vind ik zorgvuldiger en beter.”

Ga je de kant van de wetenschap op of kies je de weg van de klinische zorg?

„De wisselwerking tussen patiëntenzorg en onderzoek is interessant.”

Dan is het hoogleraarschap de ideale baan.

„Zeker, en niet per se omdat ik zonodig professor wil worden. Het lijkt me buitengewoon spannend en leerzaam om die verschillende taken met elkaar te combineren. Daarom, en niet uit blinde ambitie, zeg ik: een hoogleraarschap lijkt me heel aantrekkelijk.”

    • Gijsbert van Es