'Marktwerking in financiële sector faalt'

Financiële markten werken niet disciplinerend maar leiden tot kuddegedrag, stelt hoogleraar Arnoud Boot. „De financiële sector is te groot geworden en de snelheid van de markten is gevaarlijk.”

Arnoud Boot 2009 FOTO: Christiaan Krouwels foto gemaakt iov SER

Nog geen drie jaar na de kredietcrisis blijkt de financiële sector wederom hulp nodig te hebben om overeind te blijven. Zonder steun van de autoriteiten lukt het banken niet. Op de vrije markt kunnen zij nauwelijks aan geld komen Banken houden daarom op grote schaal de hand op bij de Europese Centrale Bank, tegen zeer vriendelijke voorwaarden.

Hoe komt het dat de financiële sector zo instabiel is? Wat is het nut van dat sterk uitgedijde bank- en verzekeringswezen dat telkens steun van de samenleving nodig heeft? Nederlandse economen geven jaarlijks vanuit de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde advies aan beleidsmakers, een traditie van economen om meer bij de samenleving betrokken te zijn die meer dan 100 jaar teruggaat.

Arnoud Boot pleit dit jaar samen met promovendus Mark Dijkstra van de Universiteit van Amsterdam voor fundamentele ingrepen in de financiële sector. De structuur moet anders. Door de complexiteit en verwevenheid is er geen grip meer op de financiële sector. Daarom is volgens hen het toezicht hierop „volslagen ineffectief”. Als hoogleraar financiële markten komt Boot tot de conclusie dat marktwerking in de financiële sector niet werkt. „De veranderingen in de financiële sector in de afgelopen vijftien jaar hebben geleid tot grotere wispelturigheid en kuddegedrag, en daarmee tot een groter systeemrisico. De belangrijkste risico’s komen stelselmatig bij de maatschappij terecht.”

De sterke groei van de financiële sector is betaald door de gemeenschap?

„In wezen wel. De financiële sector dient een sturende rol te hebben bij de verdeling van kapitaal in de economie. Bijvoorbeeld spaargeld aantrekken en dat weer uitlenen aan bedrijven zodat de economie kan groeien. Maar het bankwezen is de laatste jaren niet faciliterend geweest. Het is een eigen leven gaan leiden. De sector groeide veel sterker dan de economie. Het drukt talent weg in andere delen van de samenleving. De slimste mensen gaan op Wall Street werken. Bij mijn studenten staan werkgevers als Goldman Sachs nog steeds bovenaan de verlanglijstjes. Je ziet die crowding out zelfs in het onderwijs. Kijk in Amsterdam naar al die universiteiten en instituten die de nadruk leggen op de financiële sector. Een top business school is nodig, maar dat is duizend keer meer dan alleen financiën. De financiële sector is in zijn algemeenheid te groot geworden en de snelheid van de markten is gevaarlijk. Bij een speelgoedfabriek duurt het wel even voordat die onderneming veel risicovoller is geworden. Bij financiële instellingen kan het overnight gebeuren. De financiële sector is destabiliserend geworden.”

Hoe destructief kan het zijn?

„In de eurocrisis zie je dat het probleem bijna onoplosbaar is door de onderlinge verwevenheid van banken en door verwevenheid tussen banken en overheden. Het was veel eenvoudiger geweest als er internationaal toezicht bestaat en overheden ook gezamenlijk de lasten van de financiële sector dragen. Nu houdt iedereen elkaar in gijzeling. Je moet die structuren wijzigen, zodat publieke belangen beter geborgd zijn. Pas als dat goed georganiseerd is, kan concurrentie in de sector louterend werken. Nu vergroot concurrentie eerder de risico’s.”

U waarschuwt dat de risico’s in de sector niet worden meegewogen in de zucht naar meer rendement. Functioneert de markt niet?

„Dat rendement wordt veel gebruikt als maatstaf, maar is een volstrekt verkeerde graadmeter van succes. Meer rendement op het eigen vermogen kan waarde vernietigen als de risico’s daardoor te veel stijgen. In goede tijden worden de risico’s per definitie onderschat. De tucht van de markt heeft hier een perverse werking. Het moedigt aan tot het nemen van te veel risico. De notie dat eigen vermogen duur is en dat banken daardoor te lage kapitaalbuffers hebben komt ook doordat vreemd vermogen fiscaal gesubsidieerd wordt en eigen vermogen niet. Dat moet dus veranderen. Maar financiering met de uitgifte van aandelen hoeft helemaal niet duur te zijn. Ieder risico heeft een prijs. Een bank met een groot eigen vermogen is minder riskant en zal zich daardoor goedkoper kunnen financieren. Dat hogere kapitaalbuffers ten koste gaan van de kredietverlening werp ik daarom verre van mij. Dat hoeft helemaal niet met elkaar samen te gaan.”

ING-topman Jan Hommen zei onlangs bij de commissie-De Wit dat markten het concern in 2008 als het ware dwongen om meer risico te nemen. Is marktwerking per definitie een bedreiging geworden?

„Ja. Dat komt omdat financiële markten je dwingen de mode van de dag te volgen. En niemand durft achter te blijven. En het erge is dat dit tot systeemrisico’s leidt: iedereen zit tegelijk verkeerd. Een nachtmerrie voor de toezichthouder.”

U bent hoogleraar financiële markten. Waarom komt u daar nu pas achter?

„Dat de verwevenheid en innovaties in de financiële sector tot meer kuddegedrag en wispelturigheid leidden, stelde ik al eerder vast. Ik heb die analyse van de crisis ook begin dit jaar op uitnodiging van de Federal Reserve in Atlanta gegeven. Maar in de loop der tijd krijg je beter begrip voor de oorzaken en gevolgen. Ik had nog niet de conclusie getrokken dat dit gedrag van de markten via perverse marktwerking zijn weerslag heeft op financiële instellingen. Iedereen wordt dezelfde kant op gestuurd door de markt. En de markt zelf corrigeert dit niet; het is juist de oorzaak ervan. De zogeheten disciplinerende werking van de markt functioneert dus niet. Om toezichthouders een kans te geven moet de complexiteit van financiële sector worden verlaagd.”