Laat Nederland zoals Duitsland nadenken over Europa

De regeringsleiders vragen om een visie op een andere structuur van Europa. Het Duitse CDU heeft die gegeven. Dit verdient navolging in Nederland, schrijft Marc Jorna.

Na tien uur onderhandelen hebben de regeringsleiders van de zeventien eurolanden besloten een eigen verdrag te sluiten met regels over de euro. Zes andere lidstaten hebben besloten om hier aan mee te doen. Is dit het einde van het Europa wat we nu kennen?

Het aanpassen van de regels over de euro is nu urgent. Maar de politiek zal een antwoord moeten geven op de vraag: welk Europa willen we? De Duitse CDU heeft als eerste politieke partij haar visie daarop gegeven. Dit verdient navolging, ook in Nederland.

De Europese samenwerking is met de jaren uitgebreid van een interne markt tot een unie die bijna alle beleidsterreinen omvat. Parallel daaraan is Europa ook steeds verder gegroeid, van zes leden bij het ontstaan in 1957 tot 27 nu. Van die 27 nemen er 17 deel aan de euro. Beide ontwikkelingen werden onvoldoende vertaald in een verbetering van de samenwerkingsvormen. De huidige crisis onderstreepte de noodzaak tot aanpassing.

De regeringsleiders van de zeventien eurolanden hebben nu besloten om buiten het Verdrag van de Europese Unie een eigen verdrag te sluiten met regels over de euro. Dit zal een moeilijke klus worden, omdat dit nieuwe verdrag zoveel mogelijk moet bouwen op de bestaande verdragen en daarmee niet in strijd mag komen. Maar de beslissing alleen al is een belangrijk politiek signaal. Het Europa van 27 (straks 28 met Kroatië) zal niet meer de drijvende kracht zijn. Dit wordt de kerngroep van zeventien eurolanden.

Iedereen zal blij zijn dat er een structurele oplossing lijkt gevonden voor de eurocrisis. Maar in feite is dit het begin van een nieuw Europa. Het nieuwe verdrag zal proberen te bouwen op bestaande instellingen zoals Commissie en Raad maar kan dat normaal alleen met toestemming van alle 27, dus ook de landen die niet met de euro meedoen. De vragen wie de eurogroep naar buiten gaat vertegenwoordigen en haar beslissingen democratisch gaat controleren, zijn geen technische vragen, maar hoogst politieke.

De CDU heeft, als eerste politieke partij haar visie hierop gegeven. Op haar partijcongres in Leipzig heeft zij zich uitgesproken voor verregaande politisering van de Europese samenwerking. Drie elementen hiervan verdienen aandacht. Naast versterking van de regels rond de euro pleit de partij voor introductie van een parlementair tweekamersysteem. Naast het Europees Parlement wordt de Raad van Ministers een (Eerste) Kamer die de lidstaten vertegenwoordigt. Zowel de Raad als het Europees Parlement moeten dan naast de commissie een recht van initiatief krijgen. De President van de Commissie moet rechtstreeks worden verkozen.

Er zijn verschillende modellen mogelijk. Een Eerste kamer kent normaal gesproken een vaste vertegenwoordiging, de senator. De Ministers van Europese Zaken zouden deze rol kunnen vervullen. Gezien de aard van het werk zouden zij waarschijnlijk in Brussel gevestigd zijn en de politieke leiding op zich kunnen nemen van de Permanente Vertegenwoordiging. Als politiek vertegenwoordiger van zijn land zou de Nederlandse minister natuurlijk ook vaak in Den Haag moeten zijn voor coördinatie en overleg, en om deel te nemen aan de ministerraad.

Een gedeeld initiatiefrecht, met name voor de Raad, zou het voor de grote lidstaten makkelijker maken om hun mening door te drukken. Dit voorstel lijkt voor kleinere lidstaten dan ook geen goed idee.

De directe verkiezing van de Commissie President is een belangrijk voorstel om Europa politieker, en dichter bij de burger te brengen. Dit voorstel kan alleen verwezenlijkt worden door echte Europese politieke partijen met een duidelijk programma en een eigen kandidatenlijst waarop gestemd kan worden. In het Europees Parlement bestaan reeds Europese politieke partijen. Maar deze partijen zijn nu eerder praktische samenwerkingsverbanden, dan echte partijen zoals we die nationaal kennen.

De visie van het CDU lijkt ver weg van het vandaag gegeven antwoord op de huidige crisis. Maar zoals we wel vaker gezien hebben in de Europese geschiedenis zal de dynamiek van nieuwe afspraken de basis vormen voor een nieuwe stap. President Van Rompuy is door de regeringsleiders van de 17 eurolanden al gevraagd om samen met Barroso en de President van de eurogroep een rapport op te stellen met een langetermijnvisie. Een reflectie over welk Europa we willen, zoals nu in Duitsland door het CDU gestart, zou navolging verdienen binnen de Nederlandse politiek.

Marc Jorna was als Juridisch Adviseur aan de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Brussel direct betrokken bij de onderhandelingen voor het Europese Grondwettelijk Verdrag. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    • Marc Jorna