Is deze therapie wel halal?

Medisch ethische discussies worden in de islamitische wereld beslecht in Koeweit, Mekka en Jeddah.

Daar wordt de theologische basis voor wetten gelegd.

Childbirth by caesarian section, Ottoman manuscript Photo Credit: [ The Art Archive / University Library Istanbul / Gianni Dagli Orti ] The Picture Desk

Moslims beschouwen de geneeskunst vanouds als een gave Gods. Muhammad Khalifa, hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschap uit Qatar, zei het gisteren zo: „In de Koran en in de profetische traditie geldt artsenij als de eerbiedwaardigste van alle wetenschappen, die alleen onderdoet voor de islamitische wet.”

Khalifa is gastspreker op het symposium ‘Biomedische ethiek en islamitisch recht’ dat deze week wordt gehouden aan de Universiteit Leiden. Het aloude aanzien van geneesheren kan behulpzaam zijn bij de verzoening van religie en wetenschap.

Het symposium is een initiatief van Mohammed Ghaly, een Egyptische islamoloog die in Leiden doceert en de debatten tussen medici en rechtsgeleerden op de voet volgt. In het Midden-Oosten bestaan intussen drie organisaties die periodieke bijeenkomsten beleggen van artsen en religieuze geleerden om een gezamenlijk oordeel te vellen over de toelaatbaarheid van nieuwe medische technieken. Ze zetelen in Koeweit, Mekka en Jeddah.

Ghaly: „De organisatie in Koeweit geeft artsen wat meer ruimte dan de andere twee, maar ook daar zijn de verhoudingen nog niet uitgekristalliseerd. Artsen vinden dat schriftgeleerden pas tot een conclusie kunnen komen als ze op de hoogte zijn van de stand van de medische wetenschap. Sommige moslimjuristen zijn van mening dat artsen kunnen volstaan met informatie verstrekken over de nieuwste inzichten en daarna wel naar huis kunnen gaan. Want de interpretatie beschouwen de juristen als hún specialiteit. Toch vinden de meeste religieuze geleerden dat de artsen moeten kunnen instemmen met de conclusies.”

Wat ermee gebeurt, is niet altijd even duidelijk. Ghaly: „De drie organisaties zetten ze op hun websites en de congresdeelnemers verspreiden ze via eigen kanalen. Een deel wordt vastgelegd in wetgeving, maar dat is een recente ontwikkeling. Neem klonen. In de opinie daarover staat dat reproductief klonen ontoelaatbaar is, maar dat er ruimte moet zijn voor twinning (het splitsen van een embryo om een tweeling te creëren) en therapeutisch klonen. Daar heeft nog geen enkel islamitisch land een wettelijke regeling voor. Wel voor ivf; dat is toegestaan. Alle regeringen hebben zich bij de regelgeving laten leiden door de positieve adviezen van de fora. Er moest een regeling komen, anders kregen ivf-klinieken geen voet aan de grond in de islamitische landen.”

Wordt de geleerde consensus in Koeweit, Mekka en Jeddah overgenomen door moslims in Europa? Ghaly: „Het probleem is dat alle gepubliceerde opinies zijn gesteld in een gecompliceerd klassiek Arabisch. Dat is niet alleen een taalkundig, maar ook een vakinhoudelijk probleem. Het is een technisch discours, op een heel hoog niveau. Als je in Egypte woont, maar geen islamologie hebt gestudeerd, kun je het niet volgen, laat staan als je een moslim in het Westen bent.”

De fatwa’s, conclusies van één tot anderhalf kantje, zijn wel toegankelijk, maar Ghaly betwijfelt of die voldoende overtuigen.

„Mijn indruk is dat met name moslims in het Westen niet zitten te wachten op een ja-of-nee-fatwa. Veel van hen willen graag leven als moslim, maar dat betekent niet dat zij voetstoots volgen wat een schriftgeleerde beweert. Hier in het Westen moet je heel kritisch zijn, over alles. Ze zijn hier naar school geweest en hebben zich die houding eigengemaakt. Als zij van een fatwa horen die zegt dat orgaandonatie is toegestaan, is dat niet genoeg. Zij willen weten waarom die mensen tot deze conclusie zijn gekomen. Ze zijn vooral benieuwd naar het ethische discours. Pas als ze dat kennen, kunnen ze hun standpunt bepalen. Maar die uitvoerige overwegingen zijn voor hen niet te volgen. Ik hoop een steentje bij te dragen door die achtergrondinformatie toegankelijk te maken, voor moslims in het Westen en westerse bio-ethici.”

    • Dirk Vlasblom