'Iran schendt mensenrechten systematisch'

Tot ergernis van Iran heeft VN-rapporteur Shaheed veel kritiek op zijn schendingen van de mensenrechten.

Systematische schendingen van fundamentele mensenrechten. Intimidatie van activisten en intellectuelen die ijveren voor vrije verkiezingen. Vervolging van advocaten. Met 42 journalisten in de gevangenis de grootste onderdrukker van persvrijheid in de wereld. Discriminatie van religieuze minderheden. Honderden executies, vaak na oneerlijke processen.

Het recente interim-rapport van de Speciale Rapporteur voor de mensenrechten in Iran, Ahmed Shaheed, is een litanie van ellende. De situatie verergert, zegt hij in een vraaggesprek in Brussel. „De trend zet door. De maatschappij krijgt steeds minder ruimte.”

Shaheed was deze week in Frankrijk, Duitsland en België om daar vooral in de Iraanse diaspora materiaal te verzamelen voor zijn volgende rapport, dat in maart uitkomt.

Krijgt u wel betrouwbare informatie als u met ballingen en oppositiegroepen spreekt? Overdrijven die niet?

„Ik ben niet zo naïef dat ik denk dat alles wat me wordt gepresenteerd vrij is van manipulatieve of politieke bedoelingen. Maar wanneer schendingen van de mensenrechten zijn ingebouwd in de grondwet of in wetten, dan spreekt dat voor zichzelf. Bijvoorbeeld voor welke misdrijven doodstraffen worden gegeven. Soms bevestigen officiële bronnen of regeringskranten ook beschuldigingen.

„Het materiaal waar ik over beschik, komt niet exclusief van de oppositie. Er zijn televisiebeelden uit Iran die zorgwekkende zaken tonen. Executies bijvoorbeeld.

„Ik neem niet zomaar beschuldigingen over. Maar ik constateer dat een groot aantal klachten die bij mij zijn ingediend een systematisch patroon van schendingen vormen. Dan heb ik het over straffeloosheid en het ontbreken van eerlijke processen.

„Iran heeft ook de gelegenheid op de beschuldigingen te reageren als die niet waar zijn. Het kan de rapporteur uitnodigen de zaken vanuit zijn perspectief uit te leggen. Of het kan antwoorden op vragen van de Verenigde Naties.”

Is het instituut van de rapporteur een werktuig om Iran onder druk te zetten?

„Nee, niet om Iran onder druk te zetten, maar om de discussie aan te gaan. Toen ik werd benoemd was dat niet om Iran te straffen. Ik ben geen strafwerktuig. Iran moet me zien als een kans om aan te tonen dat het de situatie wil verbeteren.”

Reageert Iran op uw kritiek?

„Ze proberen de schijn te wekken dat ze meewerken. Ze wijzen bijvoorbeeld op het aantal bezoeken dat VN-rapporteurs aan Iran hebben gebracht in de laatste tien jaar. Maar die bezoeken dateren allemaal van vijf jaar geleden. Sindsdien is er niemand meer geweest.”

Iran beschuldigt de VN ervan een werktuig te zijn in handen van het Westen. Het stelt islamitische mensenrechten tegenover westerse. Wat is uw mening daarover?

„Ik speek met Iran over verplichtingen die het vrijwillig op zich heeft genomen. Ik praat over toepassing van internationale mensenrechtenconventies. Maar in de eerste plaats gaat het over naleving van zijn eigen wetten, zijn eigen grondwet, en internationale verdragen die het heeft getekend en geratificeerd. Dat heeft het vrijwillig gedaan. Wat betreft religieuze interpretaties, daar wil ik buiten blijven.”

Kan het Iran wat schelen dat het door u onder de loep wordt genomen?

„Jazeker. Waarom zou het anders bezwaar hebben gemaakt tegen het mandaat van een rapporteur voor de mensenrechten? En je ziet ook dat Iran in organen van de VN gekozen probeert te worden. Ze zoeken steun in de VN.”

    • Carolien Roelants