Heerlijk 130 is de vrijheid om anderen te hinderen

Lekker doorrijden, ten koste van de sukkelende stakkers.

De auto is hét symbool van vrijheid. Maar geen vervoersmiddel heeft de vrijheid zo ingeperkt, betoogt Marcel ten Hooven.

Veel meer dan een praktisch vervoermiddel is de auto de verbeelding van status, vrijheid, zelfstandigheid en emancipatie, van beleving van eigen kracht en bekwaamheid, macht over techniek en andere mensen. Geen wonder dat een ding dat zozeer de zinnen begoochelt ook politici in irrationele sferen kan brengen. Het besluit van minister Schultz van Haegen de maximumsnelheid te verhogen tot 130 kilometer is daarvoor tekenend.

Normaliter geeft de overheid geld uit om maatschappelijke verbeteringen tot stand te brengen. In dit geval spendeert zij 132 miljoen aan een maatregel die de verkeersveiligheid, het milieu en de leefomgeving van mensen verslechtert, alleen opdat „we” weer „lekker kunnen doorrijden”, in de woorden van VVD-Kamerlid Aptroot.

Als geen ander verschijnsel van de moderniteit symboliseert de auto verspilling van schaarse energiebronnen en een zorgeloze omgang met onze leefomgeving. Toch blijft hij onverminderd populair. Hoewel de grootste vrijheid van automobilisten in Nederland is zich te voegen naar de dagelijkse routine in de eindeloze stroom lotgenoten op de snelweg, oefent de idee-fixe van de vrije automobilist een krachtige invloed op de politiek uit.

In werkelijkheid gaat het gebruik van de auto gepaard met een inperking van de vrijheid van anderen. De auto legt beslag op schaarse ruimte en bedreigt de veiligheid. Hij ontneemt kinderen bewegingsvrijheid, drukt fietsers van de straat en maakt van de wegen in de stad gevaarlijke barrières voor oudere of trage voetgangers.

De gemiddelde leeftijd waarop kinderen alleen naar school mogen fietsen, is de afgelopen kwart eeuw gestegen van 6 tot 8,5. Dat komt onder meer door ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen en de omgeving onveiliger maken.

Minister Schultz voert voor haar maatregel aan dat 130 kilometer per uur beter aansluit bij „de beleving” van de automobilist. „De automobilist wil het”, zegt haar politieke geestverwant Aptroot. Wat dan te denken van de vrijheid van de automobilist die 90 kilometer per uur op de snelweg prefereert omdat het milieu dan minder lijdt? Die komt in de beeldvorming van beide te boek te staan als sukkelende stakker die niet met deze tijd meekan.

Het lijkt een patroon in het handelen en denken van het kabinet om alles wat groot en machtig is te bevoorrechten ten koste van het kleine en het kwetsbare. In het cultuurbeleid houdt het theater of museum dat veel publiek trekt, zijn subsidie ten nadele van het experiment en andere kunstuitingen die hoog gegrepen zijn. In het integratiebeleid moeten de minder weerbaren zich op eigen kosten het Nederlandse burgerschap toe-eigenen. In het ruimtelijke ordeningsbeleid schrapt Schultz regelingen waarmee het rijk kwetsbare natuurlijke en cultuurhistorische waarden waarborgt, zij concentreert zich op projecten die voor de economie van belang zijn.

Vooral van het CDA, de partij die ‘rentmeesterschap’ en ‘solidariteit’ als beginselen heeft, verbaast deze lijn. Een briefschrijver in Trouw vatte het effect van het beleid op deze partij treffend samen: „Dag vogels, dag bloemen, dag CDA.”

Marcel ten Hooven is freelance journalist. Zijn laatste boek is U bevindt zich hier. Oriëntaties op maatschappij, politiek en religie (2010).

    • Marcel ten Hooven