Fietsfile luidt einde in van het vrije rijden

Fietsparkeermeters, verplichte stallingen, variabele stoplichten.

Er zit niets anders op om de groeiende stroom fietsers in de grote stad te regelen.

Dit jaar overkwam het mij voor het eerst. Achter in een smalle rij fietsers, tegen de stoep gedrukt door auto’s en door de tram- en taxibaan, zag ik het licht op groen springen. Ver vooraan zag ik een moeder op bakfiets, gevuld met peuter en geëscorteerd door een gehelmd jongetje, wankelend opstarten. Zij hadden de overkant van het kruispunt nog niet gehaald of het fietslicht sprong weer op rood. Er waren nog zo’n vier fietsers extra doorheen gekomen. Een ongehelmde snorscooteraar had zich racend over de stoep toegang tot het kruispunt verschaft, door rood. Na een minuut schoof ik een paar plaatsjes naar voren op. Met dit tempo zou ik ook het volgende stoplicht niet halen.

Een file. Tot dit jaar had je daar alleen in de auto last van. Nu zie ik fietsfiles in Amsterdam en Utrecht – fietsers en ongehelmde snelsnorders die zich via de stoep of tussen de auto’s naar voren wringen om in één keer groen te halen, of om alsnog door rood te gaan.

Dat dringen bij het fietsstoplicht is verkeersspecialisten opgevallen. Eric-Mark Huitema van IBM, tevens adviseur van Crowd Predictions, heeft er zelfs oplossingen voor bedacht. Toen ik hem belde, zat hij in Tokio, net uit China, waar de verkeersregelaars de fietsende menigte respijt geven. Als het regent, blijft daar het licht langer op groen, omdat de fietsers anders domweg door rood gaan om zo droog mogelijk te blijven. Ook daar heerst rijwielanarchie.

Huitema kan fietsers helpen, door met infraroodsystemen de drukte bij stoplichten te meten, waar dan de wachttijden aan het stoplicht op kunnen worden aangepast. Dat is ook iets voor Nederland.

In de hoge status van de fiets onderscheidt Nederland zich volgens Huitema van China. Chinezen willen zo snel mogelijk overstappen naar de auto, zoals vroeger Nederlanders. In Nederland maak je indruk met: „Ik kan op de fiets naar mijn werk’’. Dan heb je het bereikt, want dan woon je in de dure binnenstad.

De pendelaars van buiten de stad willen ook en nemen een tweede fiets. De tram of de bus zijn afgeladen of laten op zich wachten. En dan komen er nog bezuinigingen op het openbaar vervoer. Met de fiets kun je het tijdstip van aankomst uitmikken. Dus elke ochtend als ik in een lange rij voor de stationsstalling voortsukkel, stuit ik op een tegenfile van degenen die zich van het station naar hun werk spoeden. De straten raken zo vol als in de archieffoto’s uit de jaren dertig met straten vol mannen die in lange jas en hoed naar hun werk trappen. Maar toen zaten auto’s en brommers niet in de weg.

Huitema ziet mogelijkheden voor de fiets met elektrische trapondersteuning die sneller kan. Een snelfietsbaan van Amsterdam naar Almere. Maar waar kun je al die nieuwe voertuigen kwijt in de stad? Met scooters, scootmobielen, canta’s voor gehandicapten en de gedroomde stroomladers voor elektrische fietsen.

Laat ik zonder computermodel een voorspelling doen. Aan het vrije fietsen komt een einde, net als dertig jaar geleden aan het vrije autorijden. Net als de automobilist moet de fietser lang rondcirkelen voor een parkeerplaats om de fiets vast te zetten. Er zullen fietsparkeermeters komen, verplichte stallingen. We zullen met weemoed terugkijken naar de tijd dat je je fiets snel tegen de gevel kon gooien van het pand waar je moest zijn. Dat kan dan alleen nog in de film.

Maarten Huygen is redacteur van NRC Handelsblad

    • Maarten Huygen