Een ondernemer heeft wel een Apple nodig

Verborgen armoede: het aantal zelfstandigen met een laag inkomen groeit.

Ook al hebben ze vermogen, ze moeten zuinig leven. Zoals het echtpaar Van der Sanden.

Wie Piet en Heleen van der Sanden voor het eerst ontmoet, denkt: die hebben het goed voor elkaar. Ze wonen in een ruime jarendertigwoning, even buiten het centrum van Oss. Voor de deur staat een Saab. Op tafel liggen twee iPhones. „Gezonde, joviale Brabanders van middelbare leeftijd, zo zien mensen ons vaak”, vertelt Heleen.

Piet (59) en Heleen (56) behoren tot de 159.000 zelfstandigen die volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onder de armoedegrens leven. Onder arm verstaat het SCP: alleenstaanden met een besteedbaar inkomen tot 940 euro en eenoudergezinnen met twee kinderen die van maximaal 1.420 euro moeten rondkomen. Het SCP laat vermogen – iets waar zelfstandigen met een laag inkomen vaak over beschikken – buiten beschouwing. Van deze vermogende armen bezit 61 procent een ton of meer, maar dat geld zit vaak vast in een eigen woning.

Piet dirigeert bij een aantal muziekgezelschappen. Heleen geeft Genoeg uit, een blad over duurzaam leven en ‘consuminderen’. Voor hun gevoel zijn zij niet arm, want ze hebben een dak boven hun hoofd en lijden geen honger. Toch vallen zij met hun gezamenlijke netto-inkomen van 1.400 euro per maand in die categorie. Van dat bedrag doen zij boodschappen, betalen zij hun hypotheek en hun gas en licht.

Heleen: „Geld voor onvoorziene kosten, zoals een kapotte wasmachine, houden wij niet over. Laat staan dat we kunnen sparen.”

Piet: „Voor ondernemers zijn telefoonrekeningen grotendeels aftrekbaar. Dat scheelt een hoop.”

Enkele jaren geleden bleek dat verzekeraar Zwitserleven Piet en Heleen een woekerpolis had aangepraat bij de koop van hun huis. Als zij de komende jaren niet extra op de hypotheek aflossen, kampen zij tegen hun pensioen met een schuld van 80.000 euro.

„Daar lig ik niet wakker van”, zegt hij. „Als ik naar bed ga, doe ik mijn kleren en mijn sores uit.”

Zij vergelijkt zichzelf met een alpinist die zich boven de afgrond met haar pikhouweel aan de berg vastklampt. „Ik durf niet te voorspellen hoe mijn leven er over vijf of tien jaar uit zal zien. Het lijkt onduidelijker dan ooit.”

Heleen freelancete jarenlang als grafisch vormgever voor bladen en fondsenwervers. Toen zij in 2006 het magazine Genoeg kon overnemen, besloot ze het te doen. „Ik telde 65.000 euro neer voor een adressenbestand van vijfduizend lezers. En ja, als je zo’n tijdschrift eenmaal hebt, wil je ook een restyling, een lezersonderzoek en een deugdelijke administratie. Dat kostte mij nog eens 25.000 euro – een bedrag dat ik grotendeels leende van de bank.”

Piet vindt het moedig dat zijn vrouw haar opdrachtgevers verruilde voor een eigen uitgeverij. Maar hij merkt ook dat zijn vier muziekgezelschappen steeds vaker optredens afzeggen wegens reorganisaties en subsidiestops. Van hem wordt tegenwoordig verwacht dat hij reiskosten deels zelf bekostigt. En de gebruikelijke opslag zat er de afgelopen jaren niet in. Sterker nog: hij moest „meedenken over inleveren”.

Anders dan bijstandsmoeders zijn zelfstandigen met een laag inkomen gedwongen forse uitgaven te doen. Als dirigent kan Piet geen versleten rokkostuum of kapotte schoenen dragen. En Heleen heeft als grafisch vormgever een Apple-computer nodig. Ze kunnen dat soort zaken alleen kopen door geld van familie of vrienden te lenen. Een enkele keer zijn bedrijven bereid een betalingsregeling te treffen. Heleen: „Aan dure aankopen gaat soms maanden research vooraf.”

Boodschappen doen zij niet langer bij Albert Heijn, maar bij de Jumbo. En vakanties brengen zij door bij hun dochter in Zwitserland, met easyJet. Heleen: „Door onze financiële situatie zijn wij vindingrijk geworden. Laatst kwam ik erachter dat je postpakketten kunt versturen met guldenzegels. De waarde moet gelijk zijn aan eurozegels, maar als je bij opkopers grote partijen oude postzegels koopt, krijg je 35 procent korting. Sindsdien plak ik alleen nog maar hoofdjes van Juliana op de tijdschriften die ik verstuur.”

Piet liep vroeger vaak met een paar honderd euro op zak. Tegenwoordig neemt hij gepast geld mee: „Benzine, biertje, koffie: daar blijft het bij.”

Voor het eerst hebben zich dit jaar ook kleine zelfstandigen aangemeld bij de voedselbanken. Kunnen Piet en Heleen zich voorstellen dat zij daar ooit moeten aankloppen?

„Wij hebben nooit aan die mogelijkheid gedacht”, zegt zij. „En ik hoop dat het nooit zover zal komen. Maar ja, wie mij een paar jaar geleden had voorspeld dat ik in deze situatie zou belanden, had ik voor gek verklaard.”

Over de vraag of hun financiële situatie voordelen biedt, hoeft het echtpaar niet lang na te denken. „We staan veel bewuster in het leven. En we weten beter hoe rijk we wel niet zijn.”