De zaal moet verliefd op je worden

Ellen Deckwitz won in 2009 het NK Poetry Slam. Nu leeft ze van haar pen.

Daniël Vis staat dit jaar in de finale van het NK. Hij dicht het best bij troosteloos weer.

Geen behang, maar boekenkasten. Zo omschrijft de 29-jarige dichteres Ellen Deckwitz haar ouderlijk huis. Dat doet dichter en filosofiestudent Daniël Vis (23) denken aan de moeilijke gesprekken die zijn ouders nooit verzuimden te voeren tijdens het eten. „Als ik een woord niet begreep, kreeg ik een woordenboek in mijn handen gedrukt”, zegt Vis, in een eetcafé aan de Oude Gracht in Utrecht, de woonplaats van beide dichters. „En opzoeken deed ik. Als jongste van vier kinderen wilde ik het wel bij kunnen houden.” Beide dichters komen dus uit ‘talige’ gezinnen, zoals ze het zelf noemen.

Deckwitz heeft haar vroege interesse in de dichtkunst te danken haar vertraagde pubertijd, vindt zij zelf. „Als je er op je zestiende nog uitziet als een meisje van twaalf ga je maar boeken lezen of teksten schrijven”, zegt ze. „Bij feestjes kwam ik toch niet binnen.” Herkenbaar voor Vis, die als tiener door zijn puisten aan het dichten sloeg. Hij wilde misschien wel naar feestjes, maar durfde niet te gaan. „Dat isolement zorgde ervoor dat ik ging schrijven”, zegt hij, met een brede lach op zijn gezicht.

Vis strijdt morgenavond samen met acht andere dichters tijdens de finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam in het Utrechtse Tivoli De Helling om de titel ‘Slampion 2011’. Het NK Poetry Slam is een moderne voordrachtswedstrijd waarin dichters in verschillende ronden om de gunst van het publiek en de jury strijden. De eindronde bestaat uit een battle tussen de laatste twee overgebleven dichters. Zij brengen om en om een gedicht en reageren op elkaar.

Deckwitz heeft al een Slampion-titel op zak en zal dit jaar het NK presenteren. Als Slampion 2009 reist zij nu al drie jaar door Europa van podium naar podium. Dat doet ze samen met maatje en morgen medepresentator Daan Doesborgh. Hij is regerend Nederlands kampioen slamdichten. Althans, nog één dag dan.

Deckwitz en Vis zaten op 18-jarige leeftijd allebei met stapels – naar eigen zeggen – ‘briljante teksten’. „Maar dat je ouders, oom, tante en oma je werk geweldig vinden, zegt natuurlijk niet zoveel”, zegt Deckwitz. „Je wilt weten wat anderen vinden, je wilt je meten met andere dichters. Zijn je teksten wel écht goed?”

Deckwitz en Vis gingen op zoek naar eerlijk commentaar en kwamen uit bij de regionale poetry slams: Deckwitz bij de maandelijkse slams in eetcafé Festina Lente in Amsterdam. En Vis bij de U-Slam, die elke maand wordt gehouden in theatercafé De Bastaard in Utrecht.

Je teksten en je performance, daar gaat het om bij poetry slams. Deckwitz: „Je wilt met je gedicht het publiek zo raken dat ze meer van je willen horen. Het we want more-effect creëren. Maar dat more, dat geef je ze nog niet. Dat bewaar je tot de volgende ronde. Waar het eigenlijk op neerkomt: je wilt dat het publiek tijdelijk verliefd op je wordt.”

De eerste regionale slams, aan het begin van de slam-carrière van Deckwitz en Vis, waren geen succes. „Ik kwam aan met aan elkaar geregen clichés, waar je in 1910 niet eens mee aan kon komen”, zegt Vis. „Ook ik ging in het begin telkens op mijn bek, maar daar leer je van”, vult Deckwitz aan. Als slammer moet je origineel zijn. Met clichés als ‘het regent langs mijn wangen’, doe je het publiek volgens Deckwitz geen plezier. „Zo’n trucje is allang gedaan, je moet constant innoveren.”

Dat innoveren is Deckwitz in ieder geval gelukt: in 2009 de Slampion-titel, dit jaar een debuutbundel (De steen vreest mij) en een tweede bundel en roman in het vooruitzicht. Deckwitz leeft sinds de winst in 2009 van haar dichtersbestaan.

Nu is het de beurt aan Daniël Vis, hoopt hij. Maar gezien de concurrentie rekent Vis zichzelf zeker nog niet rijk. „Boris de Jong kan het winnen met zijn performance, Kira Wuck is tekstueel erg sterk”, zegt Vis. Deckwitz voegt daar lachend aan toe: „En Roel Weerheijm kan met zijn dunne, lange lichaam het publiek aan zijn zijde krijgen.”

Wat is de kracht van Vis, volgens Deckwitz? „Zijn tragikomische teksten met een cynische, ironische ondertoon. Daniël heeft altijd de meeste lachers.” En zijn valkuil? „Daniël is de enige kandidaat met teksten langer dan anderhalve minuut. Een performance mag drie minuten duren. Het is belangrijk dat je ruimte hebt om stiltes te laten vallen, zodat het publiek geboeid blijft.”

Het grote verschil tussen Deckwitz en Vis ligt in de productiviteit. Zij schrijft zeker zeven tot tien gedichten per week. Hij één – als het meezit. „Ik moet echt een bepaalde sfeer oproepen, waar ik dan in moet blijven hangen. Dat probeer ik vaak te doen op muziek van The Velvet Underground. Troosteloos weer buiten helpt ook”, zegt Vis. „Maar het blijft best lastig, want ik ben nogal snel afgeleid.”

Deckwitz haalt daarentegen overal inspiratie uit. „Uit een rondje lopen in de stad, uit boeken.” Ze schrijft ook over alles. Van voetbal tot bloedige metaforen. „Laatst zat ik met een vriend op bed, die al heel lang droog staat. Zijn bed heeft van die gietijzeren tralies. Daar maak ik dan een gedicht over. Over zijn bed, dat voor hem een gevangenis is.”

optreden

Finale Nederlands Kampioenschap Poetry Slam

Zaterdag 10 dec, 20.00u, Tivoli de Helling, Utrecht. Kaarten 10 euro. www.poetryslam.nl

    • Lindsay Mossink