'De lievigheid moet je onder stroom zetten'

Jennifer Egan won twee belangrijke literaire prijzen met een proustiaanse mozaïek- roman die ze omschrijft als ‘een conceptalbum met verschillende soorten muziek die één verhaal vertellen.’

Nederland, Amsterdam, 17-11-2011 Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan, de roman waar zij de Pullitzer prijs voor kreeg 'A visit from the Goon Squad' is nu vertaald in het Nederlands 'Een bezoek van de knokploeg'. foto: Bram Budel Bram Budel

‘Iedere schrijver houdt ervan om rivalen te hebben, en Jonathan Franzen is een waardige.” Jennifer Egan, dit jaar winnares van zowel de National Book Critics Circle Award als de Pulitzer Prize, antwoordt inmiddels geroutineerd op de vraag of zij het afgelopen jaar heeft beleefd als een langlopende competitie tussen haar verhalencyclus A Visit from the Goon Squad en Franzens familieroman Freedom. Beide boeken beschrijven de manier waarop Amerika in de laatste decennia is veranderd, en beide doen dat aan de hand van een groot aantal personages die in hun ontwikkeling (lees: teloorgang) worden gevolgd. Maar terwijl Franzen zich concentreert op de erfenis van het idealisme en de vrijheidsdrang van de jaren zestig, boekstaaft Egan de nasleep van de seks en drugs en rock-‘n-roll van de late jaren zeventig. En waar Franzen één verhaal vertelt in de vorm van een klassieke roman, verbindt Egan dertien verhalen – over onder anderen een nietsontziende platenbaas, een popzanger op zijn retour en een ontspoorde journalist – losjes met elkaar.

Een mozaïekroman is A Visit from the Goon Squad genoemd; een waarvan elk hoofdstuk in een andere vorm geschreven is – van een verhaal in de eerste persoon enkelvoud tot een powerpointpresentatie. Dat was van begin af aan de bedoeling, zegt Egan, die ter gelegenheid van de vertaling van haar boek een bliksembezoek aan Amsterdam en Den Haag brengt. “Ik wilde drie dingen: ieder hoofdstuk moest een andere persoon in het middelpunt zetten, ieder hoofdstuk moest in stijl en stemming verschillen, en ieder hoofdstuk moest op zichzelf staan. Tegelijkertijd moest de som meer zijn dan de delen, wat in de meeste short-storybundels niet het geval is.”

Egan was zich ervan bewust dat de variatie in Goon Squad geen gimmick moest worden. “Als een boek alleen maar experimenteel is, en daarmee koud en onflexibel, is het D.O.A., dead on arrival. De vorm moest uit het verhaal voortkomen, en dus is het hoofdstuk over de journalist die het onderwerp van zijn artikel aanrandt, geschreven als een loving parody van de reportages van wijlen David Foster Wallace, met overdreven uitweidingen en voetnoten. Bij de powerpoint werkte het trouwens andersom. Ik wilde zo’n hoofdstuk schrijven, maar wist aanvankelijk niet bij welk personage dat zou passen: als je een manager zoiets laat doen, verf je rode rozen rood. Maar ik was ook nog op zoek naar een manier om iets te kunnen zeggen over het toekomstige leven van Sasha, die ik in het openingshoofdstuk heb getekend als een onzekere kleptomane. Als je een van haar kinderen gewoon over het gezinsleven zou laten vertellen, wordt het al gauw sentimenteel. De kilte van de powerpointpresentatie zet de lievigheid onder stroom.”

Cryptische titel

Egans roman heet in het Nederlands Bezoek van de knokploeg, een even cryptische titel als het Amerikaanse origineel. ‘Time’s a goon, right? You gonna let that goon push you around?’, zeggen de hoofdpersonen tegen elkaar; of, in de Nederlandse vertaling: ‘De tijd is een slager. Je laat je toch niet kisten door de slager?’ A visit from the goon squad (letterlijk: ‘de zottenploeg’) blijkt in het Engels geen staande uitdrukking te zijn; het is een zinnetje dat Egan naar eigen zeggen jaren geleden ergens hoorde en dat ze altijd heeft willen gebruiken als boektitel. “Voor een boek dat gaat over de tand des tijds kwam het goed van pas,” zegt Egan. “Het sluit ook mooi aan op de twee motto’s uit Prousts Op zoek naar de verloren tijd die ik aan de roman heb meegegeven. Het eerste gaat over de onmogelijkheid om het verleden op te roepen door terug te keren naar de plaatsen waar je als kind hebt geleefd; het tweede gaat over ‘het onbekende in het leven van de mensen’, het feit dat we eigenlijk bijna niets van elkaar weten, dat ieder ander altijd een verrassing voor je zal blijven.”

Een van Prousts belangrijkste thema’s was het belang en de macht van de muziek, die je – net als het dopen van een madeleine in lindebloesemthee – het verleden kan laten herbeleven. Egan vertelt dat ze alleen al daarom zeker wist dat haar roman (“eigenlijk een conceptalbum met verschillende soorten muziek die één verhaal vertellen”) zich in de muziekwereld moest afspelen. En dat terwijl ze er weinig vanaf wist: “Ik woonde rond 1980 in San Francisco, een van de steden waar mijn verhaal zich afspeelt, maar ik was geen muziekfanaat. Als ik naar de punkrockclubs ging, kwam ik er geschokt uit; The Who was me ruig genoeg, en net als sommige van mijn personages was ik vooral gefrustreerd over het feit dat ik de Sixties gemist had. Ik heb me moeten inlezen, vooral Our Band Could Be Your Life van Michael Azerrad, over de indie underground in de jaren tachtig, was onmisbaar; en voor de stukken in mijn roman die over de moderne muziekindustrie gaan – zeg maar tijdens en na de internetrevolutie – heb ik veel gehad aan een reportage die ik heb gedaan voor The New York Times.”

Bittere pil

In het laatste, in de toekomst gesitueerde hoofdstuk van het boek zegt de man die eens een grote platenbaas was ‘dat het niet meer gaat om de sound. Het gaat zelfs niet meer om muziek. Het gaat om je bereik.’ Hij noemt dat een bittere pil die hij heeft moeten leren slikken, en Egan kan het alleen maar met hem eens zijn. “Het streven naar zoiets vaags als bereik in plaats een betalende klantenkring is de basisfout die bijna iedere bedrijfstak heeft gemaakt in de confrontatie met het internet. Het was de gedachte achter het gratis weggeven van informatie, en die is weer de oorzaak van het opgroeien van een hele generatie jongeren die er geen been in ziet om illegaal te downloaden – zeg maar een generatie van dieven. In de muziekindustrie en de boekenwereld is dat misschien niet rampzalig, maar in de journalistiek baart het me grote zorgen. Wie betaalt in de toekomst onze nieuwsvoorziening? Hoe vinden we een businessmodel dat ervoor zorgt dat we profiteren van internet en er niet door vernietigd worden?”

Heeft Egans angst voor de digitale revolutie te maken met het feit dat ze tot de oudere generatie behoort? En mogen we dan een van de motieven in haar roman, ‘How did you get so old’, autobiografisch lezen? Niks daarvan, zegt de schrijfster, “Ik voel me helemaal niet oud, hoewel er wel wat met mijn innerlijke leeftijd is gebeurd sinds ik kinderen heb. En in therapeutisch schrijven geloof ik niet, anders dan je misschien zou willen afleiden uit het eerste hoofdstuk, waarin over Sasha en haar psychotherapeut wordt gezegd dat ze ‘bezig zijn een verhaal over verlossing, over opnieuw beginnen en tweede kansen te schrijven.’ Als ik schrijf doe ik dat bij voorkeur vanuit een perspectief dat zo veel mogelijk verschilt van het mijne. Het gaat in de literatuur om de verrassing, en die krijg je niet als je schrijft over jezelf of over mensen die je goed kent. Toen ik jong was wilde ik altijd antropoloog worden, als schrijver kan ik dat gewoon zijn.”

Jennifer Egan: Bezoek van de knokploeg. Vert. Ton Heuvelmans. De Arbeiderspers, 334 blz. € 19,95. Op www.jenniferegan.com/books: de powerpointpresentatie met bijbehorende muziek.

    • Pieter Steinz