De human mic is er. Hoe nu verder?

Een ‘instantboek’ over de Occupybeweging laat zien wat er omgaat in de kamperende demonstranten.

Heldere toekomstplannen hebben ze vooralsnog niet.

Wat komt er na de euforie? De kater of iets anders? Bij de wereldwijde Occupy-beweging spant het erom. Na maanden van protest, op het hoogtepunt in oktober in 82 landen, verzanden overal ter wereld de idealen momenteel in discussies over overlast. Soms zijn kampen hardhandig ontruimd, zoals het beroemdste, dat in Zucotti Park bij Wall Street op Manhattan. Slapen in de Occupy-tentjes mag in Amsterdam niet meer.

Een cynicus kan in zo’n verlaten tentje gemakkelijk een symbool zien: Occupy als lege huls. Of zal de beweging meer worden dan een breed gedeeld gevoel van bevrijdend protest? Lange lijsten van eisen stelden de demonstranten op, op pleinen overal ter wereld, maar uiteindelijk komen die hier op neer: beteugel het graaikapitalisme, herover de democratie, verdeel rijkdom rechtvaardiger. En houd ’ns op te doen alsof dat onmogelijk is.

We are the 99 procent is de slogan die Occupy gebruikt, waarbij de 1 procent de rijken en machtigen zijn. In het boek This Changes Everything schrijft samenstelster Sarah van Gelder dat het heel simpel is wat Occupy wil: ‘een wereld die werkt voor de 99 procent’. Dit is het eerste boek over Occupy – meer dan een bundel artikelen is het dan ook niet. De samenstelster noemt het zelf een ‘instantboek’, snel samengesteld door een gisse uitgever en de redactie van het anticorporatistische Yes! Magazine dat zich razendsnel met de Occupyers vereenzelvigde. De opbrengst ervan gaat naar Occupy en vijfhonderd boeken werden onder de kampeerders verspreid. Maar voor een boek over een mondiaal verschijnsel heeft het nogal een ons-kent-ons karakter; de meeste verslagen en observaties komen uit Zuccotti Park.

De inleiding en het voorwoord gaan over het feest van menselijkheid dat in de kampen plaatsvond, met de ‘human mic’ als hoogtepunt: het door herhaling van de zinnen van een spreker verspreiden van diens woorden bij ontstentenis van een geluidsinstallatie. De auteurs (actievoerders, geëngageerde journalisten) zien de human mic niet zozeer als protestfolklore maar eerder als symbolisch voor echte democratie. Door woorden van een ander te herhalen luisteren omstanders echt en stellen zich open voor de ander. De human mic versterkt zo de saamhorigheid. Van Gelder nam een emotioneel dagboek op over de eerste Occupydagen: ‘14 oktober. Weer tranen. Het mooiste soort tranen. Tranen van inspiratie, veroorzaakt door de macht van het volk.’

Het interessantste stuk in het eerste deel is dat over geweld, of beter het grotendeels uitblijven daarvan bij Occupy-demonstraties. Niemand heeft geweld verboden – er is immers geen leiding – maar mensen worden opgeroepen ‘te overwegen hoe individuele acties op de hele groep kunnen terugslaan’. Dat is tot nu toe kennelijk genoeg geweest. Weliswaar zijn er in Occupy-kampen in de VS acht doden gevallen en is één man gearresteerd voor aanranding van een vrouw, maar tot rellen is het alleen in Rome gekomen.

Het meest nieuwsgierig maakt deel twee van het boek, met concrete voorstellen om de wereld te verbeteren langs Occupy-lijnen. Maar verder dan een eerste aanzet naar vrijheid, gelijkheid en broederschap komt het nog niet. Een epidemioloog vertelt over de talrijke medische problemen waar ongelijke samenlevingen onder gebukt gaan. Er zijn wat voorstellen voor ‘economische democratie’; meer inspraak van werknemers in bedrijven haalt de bonuscultuur onderuit. Er is een pleidooi voor nationale banken, natuurlijk ‘community based’, en voor rechtvaardiger internationale handels- en investeringsregels. En: heeft u uw geld al naar een kleinere, verantwoorder bank verhuisd?

Het geheel oogt als rommel- en haastwerk, maar een volgend boek zal dit vermoedelijk herstellen. De liefde voor lokale houtje-touwtje-oplossingen van Occupy sluit namelijk perfect aan bij het recente denken onder wetenschappers over de kwetsbaarheid van mondiale systemen: een netwerk van lokale stelsels, of het nu om voedsel of om geld gaat, geldt als veerkrachtiger. Maar mondiale stelsels zijn daarnaast noodzakelijk, en die lijkt Occupy in elk geval in dit boek geheel af te willen danken ten gunste van handopsteken op pleinen.

Om de toekomst draait het echter in dit boek minder dan je zou denken, eerder om de vraag wat zich op dit moment eigenlijk afspeelt. Met een aantal zaken feliciteert Occupy zich hier terecht. Hoogst geïndividualiseerde westerse consumenten schudden passiviteit en slachtofferdenken van zich af en oefenen vergeten burgervaardigheden als gemeenschapszin. Belangrijker: de demonstranten hebben de fuik van het crisisdenken geopend en het absurde daarvan laten zien. Het denken over minder destructieve vormen van kapitalisme, tot voor kort alleen beoefend in nissen van milieukundigen en alternatieve economen, heeft daarmee in potentie een veel breder publiek gekregen. Occupy laat zien waar we mee te maken hebben: een systeemcrisis die niet zozeer om bezuinigingen als wel om hervormingen vraagt – iets wat politici tot nog toe niet publiekelijk onder ogen hebben durven zien.

Maar This Changes Everything vermijdt de pijnpunten en de open vragen: door hun pensioenen, verzekeringen en hun consumptiepatroon zijn de 99% stevig aan de 1% geknoopt. Jezelf uit het systeem denken is gemakkelijker dan eruit stappen. Occupy is een jonge, linksige aangelegenheid. In die hoek zijn natuurlijk meer omwentelingen begonnen, maar als het niet lukt een brug te slaan naar Henk en Ingrid is het fenomeen gedoemd in schoonheid te sterven. Hoe kan Occupy politieke en economische druk uitoefenen? En wat als een beter kapitalisme een verlaging van het consumptiepeil betekent?

Wat het opvallendst is aan This Changes Everything is het zelfbewustzijn van de Occupyers. ‘De 99 procent zitten niet langer langs de zijkant van de geschiedenis,’ schrijft Van Gelder. ‘Wij maken de geschiedenis.’ Relativerend is daarom de in het boek afgedrukte speech van Naomi Klein, de koningin van wat ooit de antiglobaliseringsbeweging was. Klein vergelijkt Occupy met de antiglobalisten, die ‘eind jaren negentig de fout maakten het kapitalisme aan te vallen tijdens een economische boom’. Geen wonder dat ze moeite hadden medestanders te vinden. Nu, zegt Klein, ‘is het alsof er geen rijke landen meer zijn, alleen maar een paar rijke mensen’. Dit maakt de positie van Occupy misschien sterker dan die van de antiglobalisten indertijd. Maar dat de beweging deze Economische Winter overleeft, staat allerminst vast.

Sarah van Gelder ea: This Changes Everything Occupy and the 99 % Movement. Berrett-Koehler, 96 blz. € 9,50