'Camus is verschrikkelijk eerlijk'

De literaire liefdesverklaring van deze week: Maartje Wortel, genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

Nederland, Amsterdam, 2009 Foto Bob Bronshoff Maartje Wortel, debuteert met verhalenbundel Bezige Bij in 2009 Bob Bronshoff

‘Toen ik De vreemdeling van Albert Camus las had ik geen huis. Ik sliep op een matje op de grond bij een vriendin en als een hond lag ik daar de hele dag boekjes te lezen. Na de eerste twee regels wist ik al dat ik moest doorlezen: ‘Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet.’ De hele idee van De vreemdeling is verenigd in de eerste regels. Het is fijnzinnig en sterk tegelijk, direct weet je met wie je te maken hebt. Je bent zowat al klaar.

,,De vreemdeling is een man die niet deelneemt aan ieders inspanningen om een betekenis aan het leven op te dringen. Hij gelooft niet in God; die bestaat enkel om de angst voor de dood af te wenden. Hij zegt bovendien: ‘Op het ogenblik dat men sterft, is het van geen belang hoe en wanneer dat gebeurt, zoveel was duidelijk.’

,,De vreemdeling gelooft zelfs niet in liefde. Als zijn lief hem vraagt of hij van haar houdt, antwoordt hij: ‘Ik denk van niet.’ Zoiets dwingt je tot nadenken. Misschien ben ik zelf wel niet eerlijk en verzin ik redenen waarom ik van iemand houd. Wat voel ik zelf, wat wordt opgedrongen door een ander? Misschien houd je wel van iemand omdat het zo hoort. Het boek is verschrikkelijk eerlijk en toont op die manier dat je wellicht in je leven nooit helemaal eerlijk kunt zijn, omdat je dan niet overleeft. De fantasie eromheen hebben we nodig om het leuk te maken voor onszelf, om alles te dragen.

,,Halverwege het boek begaat de vreemdeling een moord. Het daaropvolgende proces legt weer op geheel andere wijze bloot hoe mensen overal betekenis aan geven. De pers maakt zich er druk over dat de vreemdeling pauzeerde tussen het eerste en het tweede schot – wat niets verandert aan de levensloosheid van de vermoorde –, dat hij niet huilde op de begrafenis van zijn eigen moeder en dat hij daar iemand een sigaret aanbood. Zo wordt aan futiele zaken een gewicht gegeven. Als ik nu bijvoorbeeld een biertje drink en dadelijk op weg naar huis van mijn fiets val, dan krijg ik ook het stempel opgedrukt dat ik altijd lam ben.

,,Het is zo’n knap, compact boek. Camus gebruikt geen grootse woorden, maar presenteert onderhand wel grootse vragen. Hij zet met simpele zinnen in tachtig bladzijdes uiteen waar een ander het vijfvoudige voor nodig heeft. Camus vertelt niet wat je moet zien, hij legt de lezer geen gevoel op. Als ik De vreemdeling lees denk ik: verdomme, zo moet het. Tijdens het lezen heb je niet altijd door wat er onder je ogen gebeurt, en dan heb je het uit en denk je: o, dit wilde hij zeggen.

,,Camus heeft het heel strak gecomponeerd. Zelf herschrijf en herschik ik mijn verhalen vaak. Ik schrijf met de hand – pen en papier. Als ik het dan vanuit mijn opschrijfboekje in de computer zet, zie ik meteen waar het loopt of niet. Ook lees ik mijn teksten hardop voor en neem dat op. Onderwijl denk ik ‘deze zin moet anders’ en als ik het terugluister verander ik dat. Heel vermoeiend.

,,Camus roept niet expliciet tot daden op, maar toch werd hij verafschuwd door de Franse overheid. Prachtig dat een schrijver dat teweegbrengt. Het is ook wel begrijpelijk: Camus ondergroef alles wat de maatschappij verbindt – liefde, God, justitie. Ik krijg ook wel eens mailtjes van mensen die kwaad op mij zijn omdat ik in mijn verhalen niet alles wil verklaren: ‘Ik heb hier geld aan uitgegeven en je geeft geen antwoorden. Wat bedóél je nou?’ Misschien deel ik dat met Camus: ik laat mensen graag achter in verwarring.’’

Albert Camus: De vreemdeling. De Bezige Bij, 126 blz. €10,-

    • Toine Donk