Bang om niet weg te komen

James Mylet: Lex. Vertaald door Harry Pallemans Anthos, 252 blz. €17,95

Je hebt als schrijver iets goed gedaan als je lezers niets liever willen dan dat alle dromen van je hoofdfiguur uitkomen. Zelfs als die hoofdfiguur een bij vlagen zelfingenomen kwezel is, die met vraagstukken worstelt die te netjes in de uitgekauwde sjablonen van de coming-of-age-roman passen.

In Lex, het debuut van reclameman James Mylet, zijn we een zomer lang de onzichtbare vriend van de gelijknamige Ierse tiener. Lex is een ondernemend baasje – uitbater van een eigen piratenzender, druk met eindexamens én met de voorbereidingen van een muziekfestival. Met dat festival hoopt hij zichzelf tot lokale legende te verheffen alvorens naar Londen te vertrekken. Eindelijk zal hij ontsnapt zijn aan Clifden, een klein kustplaatje waar het onophoudelijk waait en waar legale radiozenders slechts sporadisch te ontvangen zijn.

De slungelige en onsportieve nerd gebruikt de ether om zijn ‘cool factor’ op te pompen, maar vooral om zijn muziekevangelie te prediken. ‘Ik vind het een mooie gedachte dat de arbeiders in de vrachtloods op een dinsdagmiddag in een afgelegen plaatsje in het westen van Ierland houterig meeschuifelen met een ska-plaatje, drieduizend kilometer van waar het is opgenomen en veertig jaar later.’ Lex definieert zichzelf aan de hand van zijn muzikale voorkeuren. Zijn liefde voor de obscure skaband Toots and the Maytals is net zo groot als zijn afkeer van U2.

De problemen waar Lex zich mee geconfronteerd ziet, zijn de gebruikelijke. Hij is maagd en verliefd op het mooiste meisje van het dorp. Dat meisje heeft natuurlijk een vriend die qua spiermassa ruim bemeten is. Lex hunkert naar seks (‘ik kan niet als maagd naar Londen gaan; dat zullen ze allemaal aan me zien’), maar wil dat de eerste keer aan zijn narcistische fantasie voldoet.

De lezer weet: deze jongen neemt te veel hooi op zijn vork. Hoezo, een eigen festival organiseren, Toots and the Maytals boeken, examen doen, je maagdelijkheid verliezen, en ook nog elke dag radio maken? In de snelkookpan van zijn bovenkamer loopt de druk op. Wat als hij zijn examens niet haalt? Lex heeft zijn carrière als radio-dj al helemaal uitgestippeld, van de Londense studentenradio tot de BBC, maar wat als hij zijn examen verprutst? Dan ziet het leven er anders uit. ‘Jaar overdoen, weer zakken, kutbaantje in hotel nemen en de rest van mijn leven in Clifden wonen als „de jongen die maar niet wegkwam.”’

We bevinden ons hier niet op wereldschokkend literair terrein. Toch is deze roman geslaagd en dat komt door de stem van Lex, een jongen naar wie je graag luistert. Door soms een stap terug te doen en naar Lex te kijken door de ogen van derden – Lex’ zorgzame moeder, zijn vroegwijze zusje, zijn vriendje Davey – voegt Mylet bovendien lagen aan zijn karakter toe die met oogkleppen op minder evident zouden zijn. Zo leren we een jongen kennen die zijn kwetsbare ego overschreeuwt. We wensen hem het beste, al weten we ook: het zal anders lopen.