Zwakke scholen A'dam staan niet graag te kijk

De gemeente Amsterdam heeft op een rij gezet wat de ‘sterke’ en ‘zwakke’ basisscholen zijn. Die zwakke scholen zijn daar niet blij mee.

In een oogopslag kunnen zien wat de beste en slechtste basisscholen in Amsterdam zijn. Dat is het doel van een brochure die verspreid wordt onder Amsterdamse ouders van jonge kinderen. Initiatiefnemer van de ‘kwaliteitswijzer’ is wethouder Lodewijk Asscher (onderwijs, PvdA), die ouders wil helpen bij de schoolkeuze en zwakke scholen wil aanzetten tot verbetering.

Met dat laatste is niet iedereen blij. „Het maakt ons, leraren en directie, heel verdrietig”, zegt een directeur van zo’n zwakke school, die niet met haar naam in de krant wil. „Het lijkt net alsof wij niet hard genoeg werken om de kinderen goed te scholen.”

Volgens de directeur is het tegendeel het geval: „Witte scholen, want dat zijn vaak de beste scholen, krijgen kinderen binnen die al goed Nederlands spreken. Die leraren kunnen dus lekker achterover leunen. Wij krijgen kinderen met niveau nul in spreekvaardigheid. Zie die maar in acht jaar op het hoogste niveau te krijgen. Dat is hard werken.” Het initiatief van de wethouder werkt volgens haar juist averechts. „De kieswijzer is demotiverend voor onderwijzers van zwakke scholen.”

De Amsterdamse kwaliteitswijzer is samengesteld op basis van verschillende gegevens, zoals het oordeel van de onderwijsinspectie, de achtergrond van de leerlingen en scores van die leerlingen op verschillende toetsen.

Veel directies van ‘zwakke scholen’ willen niet met journalisten spreken over de kwaliteitswijzer. Leon Dijcks, directeur van een basisschool in Amsterdam Zuid-Oost, wil wel open zijn. Zijn basisschool heeft een ‘zwakke’ vestiging, Schalmei, en een ‘sterke’ vestiging. „Ik begrijp de terughoudendheid van andere zwakke scholen, maar verbloemen helpt niet. Scholen zijn gebaat bij transparantie en ze kunnen hiermee het gesprek aangaan met ouders. Dat is noodzakelijk om een goede ontwikkeling door te maken.”

Dijcks heeft ook kritiek op het initiatief van Asscher. „Er wordt niet gekeken naar de instroom op een school en het aantal zorgleerlingen. Ook dat is bepalend voor de kwaliteit.” Dijcks denkt niet dat ouders zwakke basisscholen zullen mijden. „Ouders kijken niet alleen naar cijfers, zoals de gemeente wel doet. Ouders komen ook langs en horen van andere ouders dat wij een leuke school hebben en hard werken om steeds beter te worden.”

„Ik vind dat ouders recht hebben op open en eerlijke informatie over scholen. In die zin is de kwaliteitswijzer een goed initiatief”, zegt Wim van Vliet, directeur de Elzenhagen school in Amsterdam-Noord, die tot een week gelegen nog als ‘zwak’ werd aangemerkt door de onderwijsinspectie; dat oordeel is inmiddels bijgesteld. „Maar deze wijzer geeft alleen de kille cijfers weer. Dat zegt niet genoeg over de kwaliteit van een school.”

Volgens Van Vliet zijn niet alleen de Cito-toetsscore en reken- en taalvaardigheid een graadmeter van de kwaliteit van een school. „Het pedagogisch klimaat wordt ook bepaald door de sfeer en bijvoorbeeld het aanbod van muziek en kunstlessen.” Wat dat betreft doet de onderwijsinspectie het beter volgens hem beter. „Die komt op school kijken en praat met de leraren en leerlingen.”

„Natuurlijk is het niet leuk om als zwakke school vermeld te staan”, zegt een woordvoerder van de wethouder, „maar scholen kunnen dit gebruiken om zich te vergelijken met andere scholen in de buurt. Zo kunnen ze zich optrekken aan scholen die het beter doen.” Daarnaast zouden ouders met de kieswijzer in de hand in gesprek kunnen gaan met de schoolleiding over het onderwijs. „Uiteindelijk willen alle partijen alleen maar goede scholen in de stad.”

    • Yasmina Aboutaleb