'We willen open'

De nieuwbouw van het Stedelijk is onthuld, maar wanneer het museum opengaat is onbekend. Ann Goldstein reageert op de kritiek dat ze niet zichtbaar zou zijn en zegt iets over haar plannen.

Nederland, Amsterdam, 25-02-2011 Ann Goldstein directeur van het stedelijk museum op de grote trap in de hal van het museum. foto: Bram Budel Bram Budel

Ann Goldstein staat bekend als een directeur die moeilijk te benaderen is. Maar de afspraak voor dit interview is binnen enkele dagen gemaakt. Ze zegt dat ze graag wil praten over de toekomst. Plaats van het gesprek is een kantoor op een bedrijventerrein in Amsterdam. Een pand met wit gesausde bakstenen muren, systeemplafonds en een bord ‘Te huur’ voor de deur. Hier werkt het museumpersoneel sinds 2004, in afwachting van de nieuwbouw aan het Museumplein. Goldstein ontvangt in een kale vergaderzaal, haar zwarte bril ligt dichtgevouwen voor haar.

Ze zegt dat ze zich de kritiek aantrekt die het museum krijgt, bijvoorbeeld dat het te weinig zichtbaar is en een verkeerde keuze maakt voor de openingsexpositie met de niet bij iedereen bekende Californische kunstenaar Mike Kelley. „Als er dingen worden gezegd over het museum doet me dat zeker iets.” Ze vindt dat het beter zou zijn als iedereen zich nu richt op de toekomst. Beter voor haar museum, „maar ook voor de positie van Nederland in de internationale kunstwereld”.

Tijdens het gesprek zegt ze een paar keer dat haar prioriteit is te vatten in één woord: open. „Gesloten zijn is een afschuwelijke, ongezonde toestand voor een museum.” Ze benadrukt hoe bepalend het ook is voor haar eigen functioneren. De vraag was hoe het is om te werken als directeur zonder museum. Fel antwoordt ze: „Ik ben een directeur mét museum.” Dan nuanceert ze: „Nou ja, ik moet het zo zeggen: ik kwam in een gesloten museum. Ik besloot direct dat het museum tijdelijk open moest. Ik wil dingen doen en beoordeeld worden op mijn daden. Daarnaast is het mijn taak de artistieke missie van dit museum te formuleren. Die heb ik dit jaar op papier gezet en ik ben er nu over in gesprek met mijn medewerkers.”

Wat staat erin?

„Het gaat over de kernwaarden en verantwoordelijkheden van deze instelling. Wat is het Stedelijk Museum? Het moet een internationale instelling zijn, geworteld in Amsterdam. Ik zie het museum als een schatkamer van allerlei relaties – tussen kunstenaars, verzamelaars, personeel, historici, mensen die geld of kunst schenken. Het museum moet een fysiek en geestelijk thuis zijn, een home and heart waar mensen samenkomen.”

Waarom heeft het Stedelijk niet een tijdelijke plek waar dat al gebeurt?

Ze draait zich naar haar woordvoerder: „Hoeveel evenementen hebben we ook alweer de komende tijd? Veel. We organiseren programma’s met onder andere De Ateliers en de Rijksakademie – waardevolle instellingen die met sluiting bedreigd worden. Zij helpen ons, maar het is ook onze verantwoordelijkheid hen te steunen. Daarnaast hebben we nog veel werk te doen. We praten over de inrichting van de ruim 6.000 vierkante meter expositieruimte. We moeten de kunstwerken uitzoeken, voorbereiden waar ze hangen, enzovoorts. Zo plannen we het moment dat we als volledig open museum functioneren.”

De expositie waarmee het Stedelijk opent, van de Californische kunstenaar Mike Kelley, stond al voor uw komst vast. Wie zou u kiezen?

„Toen die expositie werd gepland, zou hij daarna naar het Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles gaan, waar ik hem als curator onder mijn hoede zou krijgen. Kelley is een kunstenaar die ik goed ken, ik heb met hem gewerkt en zijn werk in de MOCA-collectie gebracht. Het is een geweldig toeval dat de expositie plaatsheeft nu ik hier ben.’’

Welke kunstenaars wilt u verder tonen?

„Er waren al veel exposities in voorbereiding die ik met trots heb geërfd, zoals retrospectieven van Marlene Dumas en Jeff Wall. Beiden ken ik uit de Verenigde Staten. De tentoonstelling van Aernout Mik, die nu in Essen is, zal eindelijk thuiskomen. Andere projecten wil ik nog niet aankondigen. Zodra we een openingsdatum hebben, kunnen we een tentoonstellingsagenda maken.”

U noemt geen namen, maar wat voor soort expositie kunnen we verwachten?

„Mijn focus is dit museum te heropenen. Tot de herfst waren we deels open. Er zijn 223.000 bezoekers gekomen, niet veel minder dan er in het verleden in een jaar kwamen. Ik wil het museum teruggeven aan de bevolking.”

Zal vooral de vaste collectie te zien zijn of geleend werk?

„Een combinatie. Ik zie de nieuwbouw als manier om meer ruimte te krijgen voor die verbluffende collectie van 90.000 werken. Ik kijk er naar uit dat mensen zich kunnen herenigen met werk dat ze lang hebben gemist. Ik hoor veel over Kienholz’ Beanery en over Chagall. Daarnaast zullen er tijdelijke exposities zijn en gaan we opdrachten geven aan kunstenaars om nieuw werk te maken.”

Moet het Stedelijk een museum zijn van de 20ste of van de 21ste eeuw?

„Allebei! Dit instituut heeft een buitengewone geschiedenis, die inspirerend kan zijn voor de toekomst. Ik zou graag een wetenschappelijk programma voor orale geschiedenis van de kunstwereld opzetten. Gesprekken opnemen met kunstenaars, mensen uit de museumwereld, critici, galeriehouders, kunsthistorici en verzamelaars – zij vormen een belangrijke aanvulling op de archieven. In de Verenigde Staen bestaat zoiets al.”

Als het museum opengaat, heeft u dan andere medewerkers nodig? Komt er een reorganisatie?

„We hebben geweldige mensen. De organisatie zal altijd in beweging zijn, of het museum nu open is of dicht. Ze komen, ze gaan verder.”

Het afgelopen jaar zijn verschillende van uw naaste medewerkers vertrokken, soms al na een paar maanden, zoals uw persoonlijk assistent. Hoe komt dat?

„Het museum is in beweging. De organisatie is in het verleden veranderd en zal ook in de toekomst veranderen.’’

U wilt een hoofdcurator aanstellen die een plaats krijgt tussen uzelf en de andere curatoren. Waarom?

„Ik ga niet vertellen over mijn beslissingen die te maken hebben met de toekomst. Ik praat erover op een geschikt moment.”

U bent hier bijna twee jaar. De heropening komt eraan. Dit is een geschikt moment om meer te vertellen. Mensen wachten met spanning.

„Ik kijk ook zó uit naar de toekomst.”

U wilt het Stedelijk Museum teruggeven aan de bevolking. Die verwacht toch dat de directeur een publieke figuur is die deelneemt aan het debat over kunst en cultuur?

„Deze zomer, toen de bezuinigingen Nederland troffen, organiseerden we binnen drie dagen een debat in het museum waar ik zelf de eerste spreker was. Dat is onze verantwoordelijkheid. Het hoort bij het huis en hart dat dit instituut moet zijn.”

Waarom publiceerde u een artikel tegen de bezuinigingen in een vakblad?

„Dat was geen artikel maar mijn toespraak voor het debat. Ik heb het niet geplaatst, ze pikten het op.”

Andere museumdirecteuren bellen op zo’n moment de krant.

„Ik heb me uitgesproken door die avond te spreken. Iedereen was welkom en er is goed over geschreven.”

Het debat over de bezuinigingen gaat door, elke week gebeurt er wel iets.

„Daar ben ik erg bezorgd om. Ik heb een brief geschreven om Charles Esche, directeur van het met grote bezuinigingen bedreigde Van Abbemuseum, te steunen. En ik maak me zorgen over de gevolgen van de openbare verkoop van het kunstwerk van Dumas door MuseumgoudA, waarbij niet de regels gevolgd zijn. Ik heb gestemd voor uitzetting van het museum uit de Museumvereniging.”

Is het moeilijk het debat te volgen omdat u geen Nederlands spreekt?

„Ik volg privélessen, maar ik vind het heel moeilijk. Lezen gaat nog niet zo goed, dus ik laat teksten vertalen.”

Bent u meer in Amsterdam of op reis?

„Een deel van mijn rol is hier te zijn, een ander deel is deze instelling elders te vertegenwoordigen. Het Stedelijk Museum is ver buiten Amsterdam zichtbaar en dat is belangrijk. Ik ben 24/7 aan het werk voor het Stedelijk. Mails van collega’s in het museum beantwoord ik op alle momenten van de dag. Ook als ik hier niet ben, zijn mijn gedachten bij het museum – het Stedelijk is mijn missie.”