Waar is het volk gebleven?

Politieke begrippen moeten zo precies mogelijk gedefinieerd worden. Anders wordt het politieke discours cafépraat. Voorbeeld van onzorgvuldige definiëring. Nog altijd hoor je beweren dat een ‘Europa der vaderlanden’ het doel van de Gaulle was. Wie dat beweert bewijst dat hij van de Gaulles denken niets begrepen heeft en diskwalificeert zich daarmee voor het politieke discours. De Gaulles doel was een ‘Europa der staten’, en dat is iets heel anders. Vaderlanden blijven bestaan (denk aan het lied: ‘Limburg, mijn vaderland...’), staten kunnen verdwijnen

Ander voorbeeld: nog altijd worden mannen als Franco, Salazar, Pinochet, Antonescu e.a. fascisten genoemd, terwijl ze door een ordinaire staatsgreep aan de macht zijn gekomen. Fascisme daarentegen is in potentie een massabeweging met miljoenen aanhangers. Zeker, die generaals maken gebruik van het fascisme (als het in hun land bestaat). Franco slokte de Falange (die overigens bij de laatste verkiezingen vóór de Spaanse burgeroorlog nog geen 1 procent had behaald) gewoon op, terwijl de Roemeen Antonescu de IJzeren Garde vernietigde. (Trouwens, fascisme en nationaal-socialisme zijn ook niet hetzelfde.)

Nu is populisme het begrip dat om nadere definitie vraagt. In het laatste nummer van Ons Erfdeel doen Kris Deschouwer en Sarah de Lange (politicologen aan resp. de Vrije Universiteit, Brussel, en de Universiteit van Amsterdam) een poging daartoe. De regie van hun gesprek is in handen van twee journalisten, van wie een de onze lezers vertrouwde Petra de Koning is. Ik zal proberen dit gesprek samen te vatten, terwille van de plaatsruimte zonder attributie en zonder citaten. Mijn eigen, schaarse commentaar staat tussen haakjes.

Populisme is een visie op democratie die democratie reduceert tot het volk, dat één en ondeelbaar is en dus vreemde elementen weert. In deze visie zijn diegenen die het volk vertegenwoordigen – een elite dus – bijna per definitie fout. Natuurlijk is ‘het’ volk een constructie. Is de helft plus één volk? Wat is de resterende 49 procent dan?

Populisme is niet per definitie rechts. Chávez in Venezuela bijvoorbeeld is tegen het kapitalisme en de multinationals. (De eerste beweging die populisme genoemd werd, ontstond in de 19de eeuw in het Midden-Westen van de VS en was links. Het vroege socialisme had ook populistische, zelfs soms antisemitische trekken: de Joodse kapitalist was de vijand. Van Marx, zelf Jood, zijn ook antisemitische uitlatingen bekend.)

Toch moet erkend worden dat het populisme een basisingrediënt van democratie is, want je moet op de een of andere manier toch proberen te vatten wat het volk wil. Populisme hoeft dus in beginsel niet problematisch te zijn, maar wordt dit wel als het samengaat met nativism, een combinatie van nationalisme en xenofobie. Ook wordt het problematisch als de wil van de meerderheid (stel dat het die haalt) omslaat in de tirannie van de meerderheid. (Dat is een gevaar dat Tocqueville al in zijn boek over de democratie in Amerika signaleerde, toen het woord populisme nog niet eens bestond.)

Zegt het populisme iets over de staat van onze democratie? Ja, het is ook kritiek op de bestaande, vaak heel complexe democratie, waarin je het volk niet zo gemakkelijk meer terugvindt. De democratie is daarom heel kwetsbaar voor een visie op democratie waarbij het volk de basis is. Dit culmineert in de Europese Unie. Je kunt geen beter systeem bedenken waarover je kunt zeggen: waar is potverdorie het volk gebleven?

Het populisme vormt dus een deels begrijpelijke en misschien zelfs rechtmatige kritiek op het feit dat in de manier waarop onze politiek functioneert, het volk eigenlijk een almaar meer verwaarloosde plaats krijgt. Zo ontstaat het gevoel dat er ergens, heel ver weg, allerlei zaken bekokstoofd worden waar wij niets over mogen weten, maar waar wij wel de prijs voor betalen.

Wat ertegen te doen? De geest is uit de fles, en hij kan er niet meer in terug. Het potentieel aan kiezers blijft, hun wensen blijven. Als er niets mee gedaan wordt, komt er, mocht de PVV, net zoals de LPF, falen, een nieuwe partij die in dezelfde vijver vist. Een cordon sanitaire werkt contraproductief: je maakt van het populisme een underdog.

Kan de democratie dit overleven? Deschouwer geeft zijn antwoord: „Wel, ik ben daar bang voor. Als een democratie iets moet uitdragen, is het dat er verschillen zijn in de samenleving en dat je daarmee moet leren leven. Je zou hopen dat de politieke elites dat wat meer uitdroegen. Dat democratie een bestuursysteem is dat verschillen in de samenleving oproept, soms zelfs versterkt, maar dat instellingen maakt, en moet maken, om daarmee te leven.

„Je kunt die verschillen niet wegsnijden, niet wegjagen. Je moet ermee leren omgaan. Een democratie steunt op het volk, maar dat volk kan nooit een soeverein volk zijn, in de Ancien Régime-betekenis van het woord. Soeverein zoals de koning was. Het volk is verdeeld.”

    • J.L. Heldring