Van macho tot pluispoesje, en dat is ook z'n enige truc

scene uit de animatiefilm Puss in Boots (2011) FOTO: UPI

Puss in Boots/De Gelaarsde Kat

Regie: Chris Miller.***

Een hit als Shrek is een sprookje voor een filmstudio. Voor Dreamworks is het zoiets als de ontdekking van een nieuw continent dat je nog jaren, zelfs decennia, kunt ontginnen en plunderen. Haalde de allereerste Shrek-film in 2001 bijna een half miljard dollar binnen, drie films later was de ‘franchise’ al goed voor 3 miljard dollar. Vermenigvuldig dat met drie voor tv, dvd’s, games en speelgoed, en je begrijpt tot welke financiële titaan de groene moerastrol is uitgegroeid. Dan is het lastig dat de rek er echt uit is, zoals bij Shrek. Wat nu? Teruggaan naar vóór het begin is een modieuze optie: de ‘prequel’. Een tweede optie is de spin-off, waarbij een bijfiguur tot de held promoveert. Soms slaagt zo’n operatie, zoals bij Puss in Boots.

De gelaarsde kat maakte zijn debuut in Shrek 2 en bleek een blijvertje. Hij is een zwierige Zorro voorzien van de diepe bariton van Antonio Banderas. Zijn humor schuilt in de onwaarschijnlijke combinatie van trotse latin lover en aanhalig poesje, klein met kolossaal ego. Naast de sabel is zijn poesjesblik – kopje schuin, grote ogen – zijn gevaarlijkste wapen. Anders dan Shrek is Puss in Boots relatief zuinig met ironie en dubbele bodems en nodigt de film kijkers zelden uit om afstand te nemen en de zaak niet al te serieus op te vatten. Daardoor krijgt deze rijk getekende, kleurrijke sprookjeswereld extra reliëf, zelfs iets betoverends. In Puss in Boots kijkt de gelaarsde kat terug op zijn jeugd als weeskindje: een verhaal van broederschap, jaloezie en verraad, zo blijkt. Er is een wraakmotief, een ijselijk monster en een klauwloze femme fatale, Kitty Softpaws. Al in de eerste scène, waar de gelaarsde kat in een ruige kroeg een kommetje melk oplikt, wordt de komische switch van machoheld naar pluispoesje en terug sluw uitgebuit. Maar dat gebeurt zo vaak dat er weinig stof overblijft voor een vervolgfilm. Meer dan dat ene trucje heeft deze gelaarsde kat namelijk niet.

Coen van Zwol