Sterven als ratten, met dank aan Columbus

Met de komst van de Europeanen werd de indiaanse bevolking van de Amerika’s gehalveerd.

Door oorlog, dwangarbeid en vooral door ziekten.

1492 christophe colomb 1492: Conquest of Paradise Year: 1992 - usa Gérard Depardieu Director: Ridley Scott Photo12

Henry F. Dobins, een Amerikaanse antropoloog, zocht eind jaren vijftig in de koloniale archieven van Mexico en Peru naar geboorte- en sterftecijfers onder indianen. Hem trof – „als een knuppel tussen mijn ogen” – dat er zoveel meer begrafenissen dan doopplechtigheden waren.

De Spanjaarden kwamen, en de indianen begonnen dood te gaan, in enorme aantallen en met een ongelooflijke snelheid. Ze bezweken aan oorlogshandelingen, dwangarbeid en sociale ontwrichting, maar vooral aan besmettelijke ziekten als pokken en mazelen. Dobins bevestigde de sombere notities van Bartolomé de Las Casas, een Spaanse Dominicaan, wiens Kort relaas van de vernietiging van West-Indië uit 1552 lang was afgedaan als overdrijving.

Historische bronnen suggereren dat de komst van Europeanen naar de Nieuwe Wereld leidde tot een demografische ineenstorting onder de inheemse Amerikanen. Toch blijft de omvang van die catastrofe omstreden. Sommige auteurs suggereren dat de indiaanse bevolking van Noord- en Zuid-Amerika na de komst van de eerste Europeanen met 90 procent is gekrompen. Anderen beweren dat de bevolkingsafname plaatselijk was en dat de totale krimp bescheiden bleef.

Het beeld uit de geschreven bronnen werd tot nu toe niet bevestigd door genetisch onderzoek. Sinds kort hebben onderzoekers echter de beschikking over veel meer genetische data, waaronder accuraat gedateerde, oude sequenties mitochondriaal DNA van hoge kwaliteit. Daardoor is de precisie van demografische reconstructies sterk toegenomen. Een recente analyse van deze nieuwe data geeft de geschiedschrijvers gelijk.

Brendon D. O’Fallon, geneticus aan de University of Washington in Seattle, en Lars Fehren-Schmitz, historisch antropoloog aan de universiteit van Göttingen, onderzochten indiaans mitochondriaal DNA, zowel eeuwenoud materiaal als mtDNA van levende inheemse Amerikanen. Zij wilden een reconstructie maken van de demografische ontwikkeling op het westelijk halfrond sinds het late Pleistoceen.

Het historische DNA dat zij gebruikten komt van zestien vindplaatsen in drie gebieden – Ontario, Illinois en Peru – en varieert in ouderdom van 700 tot 3.000 jaar. De twee concluderen dat de inheemse bevolking van Amerika vijf eeuwen geleden een aanzienlijke, zij het tijdelijke demografische ineenstorting beleefde. De vrouwelijke bevolking werd gehalveerd in vergelijking met de voorafgaande bevolkingspiek, zo’n 3.000 jaar geleden. Zij publiceren hun onderzoek deze week online in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Met de wijdverbreide en ingrijpende bevolkingsdaling in de zestiende eeuw kwam een einde aan een lange periode van demografische stabiliteit in de Nieuwe Wereld. Die begon tussen 7.000 en 10.000 jaar geleden en volgde op een periode waarin de bevolking van het westelijk halfrond groeide met een factor 10. Het is moeilijk om die fase van snelle groei nauwkeurig te dateren, maar hij moet liggen tussen 8.000 en 12.000 jaar geleden.

De ouderdom van de vroegste sporen van menselijke bewoning in Amerika loopt uiteen van 14.500 jaar (Monte Verde, Chili) tot 15.500 jaar (Buttermilk Creek, Texas). Volgens de onderzoekers was de bevolkingsdichtheid in die vroege periode laag. Uit hun reconstructie maken zij op dat de bevolking van Amerika pas 4.000 jaar na de komst van de eerste kolonisten uit Azië begon te groeien. Zij zien hun bevindingen dan ook als bevestiging van de nieuwe theorie dat Amerika is gekoloniseerd via de westkust. De nieuwkomers moesten eerst rivieren opvaren, een min of meer permanent woongebied vinden en uiteenvallen in verschillende groepen met uiteenlopende culturen voordat hun aantallen begonnen te groeien en hun samenlevingen complexer werden.

Na de halvering van de indiaanse bevolking in de zestiende eeuw, stellen de onderzoekers vast, trad een herstel in. Er zouden nu evenveel indianen zijn als 3.000 jaar geleden, zo’n 40 miljoen.

    • Dirk Vlasblom