'Sociaal gezicht' van PvdA moet nieuwe FNV vormen

Jetta Klijnsma, beoogd formateur van De Nieuwe Vakbeweging’, heeft een bijzonder talent om sociaal-democraten te overtuigen van het noodzakelijke.

Drs. Jellejetta ( Jetta) KLIJNSMA (1957) Nederlands politicus, Partij van de Arbeid, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het Kabinet-Balkenende IV. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Den Haag, 21 april 2009 ©Vincent Mentzel 2009

Pas toen Jetta Klijnsma het woord nam, sloeg de stemming om. Het was oktober 2009, de PvdA vormde een regeringscoalitie met CDA en ChristenUnie. Klijnsma was staatssecretaris voor Sociale Zaken. De kritiek uit eigen kring op het kabinetsplan de AOW-leeftijd te verhogen was zo groot, dat de PvdA een extra partijraad had belegd. Jaarbeurshallen, Utrecht.

Daar bleken nagenoeg alle aanwezigen fel tegenstander. Verdedigende woorden van toenmalige PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer veranderden daar niets aan. Gejoel, boe-geroep. Tot Klijnsma sprak. Zij heeft de taal, dictie en schijnbaar niet gespeelde emotie, om een zaal sociaal-democraten te laten instemmen met een maatregel die zij zien als verdere afbraak van alles waar zij voor hebben gestreden. Ze begreep die gedachte, en dat klonk gemeend. Maar „dit voorstel biedt mij de ruimte om paal en perk te stellen aan het probleem dat werkgevers oudere werknemers aan de kant zetten”.

Vier maanden later was Klijnsma staatssecretaris af. De desintegratie van de vakcentrale FNV maakte ze mee als Kamerlid. Begin deze week benaderde PvdA-senator en oud-FNV-bestuurder Han Noten haar met de vraag of ze de commissie wil leiden die de oprichting van ‘De Nieuwe Vakbeweging’ wil begeleiden, een organisatie die de vakcentrale moet vervangen. Noten had al vergeefs twee anderen gevraagd. Daarna liep hij zijn telefoonlijst door en dacht bij de J: „Verrek, Jetta!” Hij prijst Klijnsma als iemand met „een volstrekt geloofwaardig sociaal gezicht”.

Klijnsma heeft nog geen ja gezegd. Ze onderhandelt over mensen, middelen en bevoegdheden. Ook wil de PvdA-fractie van Klijnsma horen hoe veel tijd de nieuwe baan haar zal kosten. „Dit is natuurlijk geen bijbaan”, merkt een van de PvdA-Kamerleden op. „Dit wordt natuurlijk haar eerste baan, het Kamerlidmaatschap een bijbaan.”

Binnen de fractie is de „gunfactor” groot, zeggen PvdA’ers. Ze schenden niet de afspraak voorlopig niets erover in het openbaar te zeggen. Het probleem van belangenverstrengeling speelt achter de schermen in ieder geval niet. Want dat zien de PvdA’ers niet. Zij redeneren: wat goed is voor de vakbeweging, is goed voor de PvdA. En vice versa.

Bij de SP bestaan wel bezwaren tegen Klijnsma als kwartiermaker. De spanningen die tot de huidige problemen van de vakcentrale leidden, hebben volgens SP-Kamerleden juist te maken met de veranderende verhouding tussen de PvdA en de vakbeweging. Noten en Herman Wijffels (CDA), door SP’ers gezien als „typische representanten van de oude middenpartijen”, hadden tenminste kunnen kiezen voor een PvdA’er én een SP’er als kwartiermakers. Veel van de ‘gewone’ leden van vakbonden die zijn aangesloten bij de FNV stemmen SP, of zijn zelfs lid van die partij. Onder de bondsbestuurders is de PvdA nog altijd de grootste. Agnes Jongerius is PvdA’er.

Klijnsma is zelfs Kamerlid voor die partij. Maar wel een die altijd heeft geweigerd de SP weg te zetten als een populistische, conservatieve partij met onrealistische voorstellen. Ook verzette ze zich in de jaren negentig als een van de weinige bekende PvdA’ers tegen de Derde Weg, een pad tussen socialisme en liberalisme dat Bill Clinton predikte in Amerika, Tony Blair in Engeland en Wim Kok hier. Toen Kok in 1995 zei dat de PvdA „de ideologische veren” diende af te schudden, was Klijnsma niet blij. Als historicus, zei ze, weet ik dat mensen hun wortels nodig hebben.

Zelf komt ze uit Hoogeveen, Drenthe. Daar worstelde ze met het gereformeerde geloof van haar ouders. Dat verloor ze definitief als student geschiedenis in Groningen. Haar vader was steenhouwer. Klijnsma herinnerde zich dat hij ’s morgens vroeg met werken begon en pas om elf uur ’s avonds ophield.

Haar politieke carrière begon ze als medewerker van mannen als André van der Louw, Thijs Wöltgens en Marcel van Dam. Met de laatste bleef ze in discussie, publiekelijk en soms fel, toen de voormalige kroonprins van de PvdA koos voor de SP. Ze gaf hem wel gelijk in zijn verzet tegen privatiseringen. Als wethouder in Den Haag hield ze die van de ambulances en het trambedrijf tegen.

In andere opzichten staat Klijnsma ver af van de SP. Zo zei ze vorige jaar tegen deze krant dat „de kloof tussen de onderkant en de rest nog nooit zo klein is geweest”. SP’ers menen dat die kloof de laatste decennia alleen maar is gegroeid, en dat de PvdA daar mede debet aan is.

Het tekent het verschil in maatschappijbeeld van PvdA’ers en SP’ers. Al slaagt Klijnsma erin een ‘nieuwe vakbeweging’ te stichten met een andere interne organisatie, de inhoudelijke koers zal een probleem blijven. Ook met deze ‘geloofwaardige’ PvdA’er aan het hoofd.

    • Pieter van Os