Servië hoopt op groen licht EU

Morgen praten EU-ministers ook over Servië. Mag het land kandidaat-lid worden? Belgrado lijkt Brussel boven Kosovo te verkiezen.

Op de eurotop verbleekt het agendapunt bij de overlevingsstrijd van de eurozone. Maar miljoenen Serviërs houden al maanden hun hart vast. Vrijdag vellen de regeringsleiders het oordeel. Mag Servië kandidaat-lid van de EU worden?

Ondanks alle interne onrust staat EU-lidmaatschap nog altijd gelijk aan vooruitgang, groei en stabiliteit. Die is hard nodig, want de levensstandaard gaat achteruit.

Hoe het antwoord uitvalt, hangt af van de verhouding tussen Servië en Kosovo, de vroegere Servische provincie, tegenwoordig een door Servië niet erkend buurland. In onderhandelingen tussen de twee regeringen is onder druk van de EU voorzichtig vooruitgang geboekt, maar de relatie blijft gespannen.

De Servische minderheid in het noorden van Kosovo speelt een hoofdrol in het dossier. Hun wel en wee domineert al sinds de zomer het lokale nieuws. Toen de Kosovaarse regering in juli plotseling probeerde twee grensposten tussen Servië en Kosovo in te nemen en het verkeer te controleren, hielden Serviërs in Noord-Kosovo hen met geweld tegen. Vervolgens blokkeerden ze de wegen naar de grensovergangen.

De Serviërs willen niet dat de grens een echte landsgrens wordt. Dat zou betekenen dat ze definitief in een ander land wonen, gedomineerd door Albanezen die een andere taal spreken en met wie recent nog een gewapend conflict is uitgevochten. Ze willen bij Servië blijven horen. Heel Servië leeft met hen mee. Aanvankelijk was het een relatief vrolijk protest. Werknemers van staatsinstellingen en lokale bedrijven kregen vrij om te helpen de blokkades bezet te houden. Naast de stapels boomstammen, stenen en asfalt ontstonden spontane cafés. Bovenop een van de wegversperringen werd een huwelijk voltrokken.

Geweldloos protesteren moet kunnen, dacht de regering in Belgrado. De EU zegt immers steeds dat Servië de onafhankelijkheid van Kosovo niet hoeft te erkennen om lid te kunnen worden. Dat kan de EU niet eisen, want vijf van de 27 EU-lidstaten hebben de onafhankelijkheid van Kosovo ook niet erkend.

De EU wil wel dat de twee regeringen goed burencontact hebben en onderlinge problemen oplossen. Tot begin dit jaar was er vrijwel geen contact. Serviërs kwamen niet naar bijeenkomsten als de Kosovaarse regering aanschoof. Sinds het voorjaar wordt echter door vertegenwoordigers van beide regeringen onderhandeld over ‘technische’ vraagstukken.

Maar ieder praktisch probleem is tot een principieel te herleiden. Staat het erkennen van elkaars diploma’s gelijk aan het erkennen van de soevereiniteit van de ander? Kan een Kosovaarse rechtbank het laatste woord hebben in een geschil over eigendomsrechten als Servië Kosovo niet erkent? Kun je langs een grens patrouilleren zonder het een grens te noemen? Mag er een vlag hangen?

In de onderhandelingen worden creatieve oplossingen gevonden, vaak met gebruik van woorden die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, en voetnoten. Die kleine stappen vooruit gaan de EU echter niet snel genoeg. De grensblokkade hindert bovendien het functioneren van KFOR, de NAVO troepenmacht die sinds de onlusten in juli de grens bewaakt. Eind augustus maakte de Duitse bondskanselier Angela Merkel tijdens een bezoek aan de regio duidelijk dat Serviërs zich geen illusies moeten maken. Servië hoeft de onafhankelijkheid van Kosovo weliswaar niet te erkennen, maar de regering zal de financiële en institutionele banden met de Serviërs in het noorden wel moeten verbreken als Servië ooit bij de EU wil.

Sindsdien is de positieve stemming verandert en is de regering in Belgrado opgehouden de protesten actief te steunen. In de ogen van veel Kosovo-Serviërs kiest de Servische regering voor de EU boven Kosovo.

Op de valreep, voordat maandag de EU-ministers van Buitenlandse Zaken bijeen kwamen, bereikten de Kosovaarse en de Servische regering een akkoord. In plaats van een ouderwetse grens met douaniers van beide landen, twee overgangen en een niemandsland, komen er gemengde politieteams, begeleid door de EU-politiemacht in Kosovo. Er mogen geen vlaggen hangen.

Marloes de Koning