Schets van een snelwegsafari

Dertig dagen lang zijn filosoof Bram Esser (geen rijbewijs) en beeldend kunstenaar Melle Smets op expeditie geweest op en langs de Nederlandse snelweg. Ze sliepen in Smets’ auto. Volgende week verschijnt hun boek Snelwegverhalen, een reisgids en cultuurkritiek ineen over plekken die doorgaans te alledaags worden gevonden om er goed naar te kijken. Dagelijks rijden honderdduizenden mensen onbewust over het grootste monumentale bouwwerk van Nederland. Toch wordt de snelweg niet tot het Nederlandse cultureel erfgoed gerekend, zoals dat bij de Deltawerken het geval is. Ten onrechte, vinden Esser en Smets.

Volgens de auteurs is er rondom de snelweg een typisch Nederlandse ‘streek’ ontstaan van parkeerplaatsen, bedrijventerreinen, wegrestaurants, ecoducten en factory outlets. Er zijn typische streekproducten, zoals kaas op een stokje, appelpartjes, de bultschnitzel en de koffiebal. Esser en Smets eten stropdasvriendelijke broodjes in het tankstation, ontmoeten autohandelaren uit Wit-Rusland, ontdekken dat de tracés van de snelweg in Limburg door de kolenmijnen werden bepaald, en ontdekken een fantoomsnelweg in Noord- Nederland. En alles leggen ze vast in tekeningen. Voor het Cultureel Supplement maakten ze speciaal onderstaande visuele samenvatting.

In het kader van Snelwegverhalen maakte beeldend kunstenaar Kroko Schilte met Melle Smets een tentoonstelling met de titel Snelwegkabinet: een collectie tekeningen, maquettes en gevonden voorwerpen. Tracy Metz

Esser en Smets onderscheiden zes soorten snelwegen; de nummers corresponderen met de kaart.

1. Bedrijventerreinensnelweg

Noord-Brabant kent een grote hoeveelheid en diversiteit aan bedrijventerreinen. Dat komt omdat er ooit gekozen is voor verspreide industrialisatie in de buurt van dorpskernen. Al die bedrijventerreinen zijn in de loop van de twintigste eeuw ontsloten door snelwegen. Brabant is daarom ook snelwegluilekkerland voor de automobilist.

2. Centrale snelweg

Nabij Utrecht bevinden zich het hoofdkantoor van Rijkswaterstaat en de landelijke verkeerscentrale. Vanuit het midden van Nederland wordt gewaakt over de dagelijkse doorstroom van auto’s. Ook is hier de Automarkt, het centrum van de tweedehands automarkt, die vooral wordt bezocht door Oost-Europeanen.

3. Bossnelweg

Geen groenere snelweg dan de snelweg over de Veluwe. Ooit moeten de Veluwse wouden en velden woest en ongerept zijn geweest. Nu vindt de automobilist bij elke afslag een ‘bosattractie’. Ook werd er, tot voor kort, gewerkt aan een uitgebreid netwerk van bossnelwegen voor dieren. Dit wordt ook wel aangeduid als de ecologische hoofdstructuur.

4. Fantoomsnelweg

De Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening (1966) toont een fijnmazig netwerk van snelwegen voor een goede circulatie van het verkeer. In Noord-Nederland is een belangrijk deel van dat netwerk niet gerealiseerd. De brede taluds zijn in veel gevallen aangelegd, maar de tweede rijstrook is er niet gekomen.

5. Katholieke snelweg

In Limburg heeft de katholieke kerk altijd een grote invloed gehad op de snelwegen. Vaak zijn ze omgelegd vanwege kleine kapelletjes. In een enkel geval leidt dit tot gevaarlijke bochten die niet voldoen aan de norm van Rijkswaterstaat.

6. Stadssnelweg

In de Randstad is de snelweg het verlengde van de stad. Het is op deze boulevards drukker. Bovendien worden de weg en zijn directe omgeving streng bewaakt. Er zijn bijna geen parkeerplaatsen meer te vinden.

Snelwegverhalen, Uitg. 010, 29,50 euro, www.snelwegverhalen.nl. Het boek verschijnt 12 december en wordt op 17 december om 20 u. gepresenteerd in Het Wilde Weten, Robert Fruinstraat 35, Rotterdam.

    • Tracy Metz